DEONTOLOGISCHE ASPECTEN
Examenleerstof à handboek
Er staan fouten in het boek à errata is de verbetering, zie chamilo
MC examen
Verhoogde cesuur
1
,2
,3
, PROLOOG: HET GOEDE DOEN
Deontologie = het gaat over dat je rekening moet houden met privacy, over wat wel en niet mag binnen een
beroep. Het wordt ook wel een deontologische code genoemd. “deon” = moeten
• Het gaat over morele verplichtingen , wat dat je zou moeten doen
• Bentham
2 vragen: technisch en normatief
1. Doe ik de dingen goed? Technisch
2. Doe ik de goede dingen? Normatief
Normatief = handelingen stellen in een bepaalde richting.
Professionals neemt 2 zaken in lantaarnpaal of kampvuur
• Lantaarnpaal = je helpt mensen op de weg die ze belopen
• Kampvuur = ethische kwesties à het doel is om samen met de mensen de uitweg te zoeken
Het goede doen ( integer handelen)
Integriteit = is het goede doen. Goed en juist zijn beide ethische aspecten
• Integrity is doing the right thing even if no one is watching
Hoe weten we wat goed is?
• Pluralisme
- individuen bepalen hun eigen zingeving, wat leidt tot een diversiteit in de samenleving en een
pluralisme ( een diversiteit aan waarden en normen)
• Moraliteit ( waarden en normen) via socialisatie , trial and error
- Waarde = nastrevenswaardig ideaal
- Norm = vertaling van een waarde in gedragsregel
- Socialisatie = het proces van leren samenleven ( 3 vormen-)
. Primair = tussen mensen die direct met elkaar verbonden zijn. Zijn groepen
waarin de leden een persoonlijke en emotionele band met elkaar hebben.
In deze groepen vindt socialisatie in informele sfeer plaats. omdat het zo
natuurlijk is wordt het onze ‘ sociale huid’ genoemd.
. Secundair = over onze huid dragen we kleren en de cultuur die iemand
verwerft wordt secundaire socialisatie genoemd. ‘ sociale kleren’. Dit vindt
plaats in een formele sfeer zoals op school. Bij secundaire maken we keuzes
. Tertiaire = vindt plaats door anonieme socialisatoren. Actoren met wie
mensen niet rechtstreeks een band hebben. Belangrijke socialisatoren zijn
literatuur, massamedia en sociale media.
• intuïtie ( buikgevoel)
• Onderscheid ethiek en moraal
- Ethiek = de studie van de morele overwegingen van mensen
- Moraal = moraal is initiatief, scheidsrechter is ons geweten ( in volksmond à gezond verstand)
Moraal is dus à breder dan wetten en regels + wetten als tijdelijke morele consensus.
4
Examenleerstof à handboek
Er staan fouten in het boek à errata is de verbetering, zie chamilo
MC examen
Verhoogde cesuur
1
,2
,3
, PROLOOG: HET GOEDE DOEN
Deontologie = het gaat over dat je rekening moet houden met privacy, over wat wel en niet mag binnen een
beroep. Het wordt ook wel een deontologische code genoemd. “deon” = moeten
• Het gaat over morele verplichtingen , wat dat je zou moeten doen
• Bentham
2 vragen: technisch en normatief
1. Doe ik de dingen goed? Technisch
2. Doe ik de goede dingen? Normatief
Normatief = handelingen stellen in een bepaalde richting.
Professionals neemt 2 zaken in lantaarnpaal of kampvuur
• Lantaarnpaal = je helpt mensen op de weg die ze belopen
• Kampvuur = ethische kwesties à het doel is om samen met de mensen de uitweg te zoeken
Het goede doen ( integer handelen)
Integriteit = is het goede doen. Goed en juist zijn beide ethische aspecten
• Integrity is doing the right thing even if no one is watching
Hoe weten we wat goed is?
• Pluralisme
- individuen bepalen hun eigen zingeving, wat leidt tot een diversiteit in de samenleving en een
pluralisme ( een diversiteit aan waarden en normen)
• Moraliteit ( waarden en normen) via socialisatie , trial and error
- Waarde = nastrevenswaardig ideaal
- Norm = vertaling van een waarde in gedragsregel
- Socialisatie = het proces van leren samenleven ( 3 vormen-)
. Primair = tussen mensen die direct met elkaar verbonden zijn. Zijn groepen
waarin de leden een persoonlijke en emotionele band met elkaar hebben.
In deze groepen vindt socialisatie in informele sfeer plaats. omdat het zo
natuurlijk is wordt het onze ‘ sociale huid’ genoemd.
. Secundair = over onze huid dragen we kleren en de cultuur die iemand
verwerft wordt secundaire socialisatie genoemd. ‘ sociale kleren’. Dit vindt
plaats in een formele sfeer zoals op school. Bij secundaire maken we keuzes
. Tertiaire = vindt plaats door anonieme socialisatoren. Actoren met wie
mensen niet rechtstreeks een band hebben. Belangrijke socialisatoren zijn
literatuur, massamedia en sociale media.
• intuïtie ( buikgevoel)
• Onderscheid ethiek en moraal
- Ethiek = de studie van de morele overwegingen van mensen
- Moraal = moraal is initiatief, scheidsrechter is ons geweten ( in volksmond à gezond verstand)
Moraal is dus à breder dan wetten en regels + wetten als tijdelijke morele consensus.
4