BASIS MACRO-ECONOMISCHE CONCEPTEN
HOOFDSTUK 0: INLEIDING
1. WAT IS MACRO-ECONOMIE?
Macro-economie = studie van de economie van een land, maatschappij of regio als geheel
Geaggregeerde variabelen: berekend over de huishoudens of individuen in een geografisch gebied
• Output of inkomen (bbp)
• Inflatie
• Korte- en langetermijnrente
• Vermogen
Macro economie probeert al deze vragen te beantwoorden:
• Wat zijn de drijvende krachten achter conjunctuurschommelingen (economische groei, inflatie, rentes)?
• Hoe worden korte- en langetermijnrentes bepaald?
• Wat zijn de drijvende krachten achter ernstige macro-economische neergangen?
• Wat zijn de drijvende krachten achter het bbp per capita van een land? Wat verklaart de grote
verschillen in bbp per capita tussen landen?
• Is langetermijngroei wenselijk te midden van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies?
• Wat is een houdbaar niveau van overheidsschuld? En hoe zal de vergrijzing dit beïnvloeden?
• Hoe kunnen monetair en budgettair beleid de economie stabiliseren en langetermijngroei bevorderen?
• Wat zijn de determinanten van de vermogensongelijkheid in een samenleving? Hoe belangrijk zijn
erfenissen? Is een vermogensbelasting wenselijk?
2. OVERZICHT VAN DE CURSUS
Het is natuurlijk onmogelijk om al deze vragen tegelijk te beantwoorden, in één enkel model of theorie. Macro-
economisch onderzoek is daarom zeer breed, wat betekent dat enige categorisering wenselijk is.
In deze cursus:
1. Basisconcepten in de macro-economie
ð Wat zijn de componenten van de geaggregeerde macro-economische vraag en aanbod?
ð Hoe werkt het monetaire en financiële systeem? Wat drijft de geldhoeveelheid?
ð Wat zijn de oorzaken, effecten en maatschappelijke kosten van inflatie? Wat is het optimale
inflatieniveau?
ð Wat zijn de drijvende krachten achter langetermijnwerkloosheid? Welke soorten werkloosheid
bestaan er?
1
, 2. Langetermijngroeitheorie
ð Waarom begonnen sommige economieën snel te groeien na de Industriële Revolutie in de 18e
eeuw?
ð Wat zijn de drijvende krachten achter de langetermijngroei van economieën?
ð Wat verklaart de grote verschillen in bbp per capita tussen landen? Waarom zijn sommige
landen rijk en andere arm?
ð Is langetermijngroei wenselijk in een context van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies?
3. Kortetermijnconjunctuurtheorie
ð Wat verklaart kortetermijnschommelingen in economische groei, inflatie, rentes, enz. (i.e.
conjunctuurcycli)?
ð Hoe moeten budgettair en monetair beleid worden georganiseerd om de economie te
stabiliseren?
ð Welke instrumenten kunnen monetaire beleidsmakers gebruiken om de economie te
stabiliseren?
ð Hoe effectief is budgettair beleid in het stabiliseren van de economie en het beïnvloeden van
de economische output?
4. Andere macro-economische onderwerpen
ð Hoe creëer je een financieel systeem dat stabiel is en economische groei bevordert?
ð Hoe beïnvloeden financiële marktschommelingen macro-economische uitkomsten?
ð Wat is een houdbaar niveau van overheidsschuld voor de overheid van een land?
ð Wat zijn de drijvende krachten achter het niveau van vermogensongelijkheid in een land?
3. MACRO-ECONOMISCHE MODELLEN
Macro-economisch onderzoek bevat: beide benaderingen zijn complementair en communiceren met elkaar!
• Empirische modellen: deze modellen vertrekken vanuit empirische data en trekken daar conclusies uit
• Theoretische modellen: bouwen een model vanuit logisch denken en toetsen dit aan de empirische
data
De waarden van exogene variabelen worden buiten het model bepaald
• Het model neemt hun waarden en onderliggende processen als gegeven
De waarden van endogene variabelen worden in het model bepaald
• Zij vertegenwoordigen de output/uitkomst van het model
• En dus de variabelen die men wil verklaren
2
,Voorbeeld: model van vraag en aanbod voor pizza
Dit model heeft:
2 exogene variabelen: totale
inkomen en prijzen van materiaal
à model verklaart deze niet,
maar gaat ervan uit dat ze
gegeven zijn
2 endogene variabelen: prijs van
pizza en hoeveelheid pizza
à model verklaart deze wel
Dit model kan worden gebruikt om aan te tonen hoe een verandeing in exogene variabelen de endogene
variabelen beïnvloeden.
Een stijging van het inkomen verhoogt de hoeveelheid Een stijging van de inputprijzen verlaagt de hoeveelheid
pizza die consumenten vragen bij elke prijs à wat de pizza die aanbieders aanbieden bij elke prijs à wat de
evenwichtsprijs en -hoeveelheid verhoogt. evenwichtsprijs verhoogt en de evenwichtshoeveelheid
verlaagt.
Macro-economische modellen verschillen door (1) de bestudeerde endogene variabelen, (2) de opgenomen
exogene variabelen
Modellen die dezelfde fenomenen verklaren (= endogene variabelen) kunnen verschillende voorspellingen of
conclusies opleveren!
Voor elk macro-economisch model is het daarom cruciaal om bij te houden:
1. Modelaannames
2. Welke variabelen endogeen en welke exogeen zijn
3. Vragen die het model kan helpen begrijpen en vragen die het niet kan beantwoorden
3
, 4. EEN KORTE GESCHIEDENIS VAN HET MACRO-ECONOMISCH DENKEN
Vóór de jaren 1930 (‘klassieke visie’)
• Geaggregeerde productie hangt volledig af van aanbodzijde-dynamieken (verschuivingen in de AS-
curve)
• Deze dynamieken werden gedreven door schokken in de inputs van een (neo)klassieke productiefunctie
(arbeid, kapitaal, technologie)
• Schommelingen in de geaggregeerde productie houden verband met aanbodzijde-schokken, en werden
als irrelevant beschouwd
• Beleidsmakers moeten simpelweg volledige prijs- en loonflexibiliteit garanderen: er is geen nood aan
(discretionair) budgettair of monetair beleid!
‘Klassieke visie’: voorbeeld van een negatieve technologieschok
Jaren 1930 – Grote Depressie en ‘geboorte van de macro-economie’
• Grote Depressie: werkloosheidsgraden in de VS rond 25%, Amerikaanse productie daalde met bijna
30%, met verspreiding naar andere landen
• De grote werkloosheid en daling van de economische output tijdens de Grote Depressie daagden de
klassieke visie uit
o De ‘klassieke visie’ stond geen structurele werkloosheid toe zolang prijzen en lonen flexibel
waren
o Maar ondanks dalende prijzen en lonen bleef de werkloosheid stijgen en bleef de Amerikaanse
productie dalen
• Beleidsmakers hadden dringend behoefte aan theorieën en beleidsaanbevelingen om uit de grote
economische neergang te komen
• Als gevolg: macro-economie ontstond als een apart vakgebied binnen de economie tijdens deze periode
van de Grote Depressie John Maynard Keynes’ publicatie van de General Theory (1936) wordt vaak
gezien als de echte geboorte van de macro-economische wetenschap
o Animal spirits en volatiele bedrijfsinvesteringen creëren conjunctuurcycli Geaggregeerde vraag
(AD-curve) is relevant!
o Budgettair en monetair beleid zijn nodig om de economie te stabiliseren Prijzen en lonen zijn
niet flexibel, maar gedeeltelijk rigide
‘Keynesiaanse visie’: geaggregeerde vraag (AD-curve) is belangrijk!
4