1.1 HET LEVEN VAN JAGER-VERZAMELAARS
BASISKENNIS EN VAARDIGHEDEN
1
Bijvoorbeeld:
a Uit de prehistorie bestaan geen schriftelijke bronnen.
b de archeologie
c Er is meer bekend over hoe mensen leefden. Er is minder bekend over wat ze dachten.
d Het ontstaan van het schrift omstreeks 3000 v.C. in het Midden-Oosten.
2
Bijvoorbeeld:
a Er is geen essentieel verschil tussen de prehistorie en de geschiedenis. Prehistorici én
historici gebruiken iconografie, materiële cultuur, gebouwen et cetera als bron.
b Het is ingeburgerd.
3
Bijvoorbeeld:
a Ze sneden of hakten vlees en plantaardig voedsel in stukjes en bakten het met vuur.
b De moderne mens ontstond omstreeks 200 000 geleden in Oost-Afrika.
c De moderne mens verspreidde zich vanaf omstreeks 50 000 v.C. naar Azië, Europa,
Australië en Amerika.
4
Bijvoorbeeld:
a Mannen hielden zich bezig met de jacht, de verdediging tegen wilde dieren en de strijd
tegen andere mensen. Vrouwen zorgden voor de kinderen en verzamelden plantaardig
voedsel.
b Jager-verzamelaars leefden in groepen van enkele tientallen mensen.
c Het waren nomaden zonder vaste woonplaats.
d Ze hadden weinig bezit.
e Eerst hadden ze grove werktuigen. Vanaf 50 000 v.C. maakten ze ingewikkelder
werktuigen.
5
Bijvoorbeeld:
De getekende ronde tenten In Noord-Frankrijk komen overeen met de prehistorische sporen
die daar zijn gevonden.
6
a 30 000 v.C.
b De cultuur van jager-verzamelaars werd ingewikkelder. Mensen gingen denken in
symbolen.
7
Bijvoorbeeld:
De bijl was een werktuig dat gemaakt was van het been van een door jagers gedood dier.
8
Bijvoorbeeld:
a Tienduizenden jaren liepen mensen achter dieren aan om ze uit te putten.
1
© Noordhoff Uitgevers bv, 2019
, Geschiedeniswerkplaats Tweede Fase vwo | antwoorden opdrachtenboek
b Ons lichaam is niet berekend op een zittende leefwijze, waardoor rugklachten en ziekten
ontstaan.
c Moet de leefwijze van jager-verzamelaars een voorbeeld voor ons zijn.
d Ik moet minder lang achter elkaar stilzitten.
EINDOPDRACHTEN
9
2, 1, 3, 4
10
Bijvoorbeeld:
a - gebeurtenis: Ötzi stierf in de Ötztaler Alpen. Door de vondst van zijn lichaam is meer
bekend over de levenswijze van jager-verzamelaars die 5300 jaar geleden leefden.
- ontwikkeling: Jager-verzamelaars gingen 400 000 jaar geleden vuur gebruiken, waardoor
ze hun vlees niet meer rauw aten. Dit was een verandering van hun levenswijze.
- verschijnsel: Vanaf 30 000 v.C. brachten jagers-verzamelaars hun gedachten tot uiting in
kunst. Dit was een verandering van hun levenswijze.
- handeling van een persoon: Een kunstenaar tekent de Tovenaar omstreeks 13 000 v.C. in
een Zuid-Franse grot. Dit was een uiting van de levenswijze van jager-verzamelaars.
- gedachtegang van een persoon: Mensen gingen denken in symbolen. Dit was een
verandering van de levenswijze van jager-verzamelaars.
b Ik begrijp nu beter waardoor er bepaalde taakverschillen tussen mannen en vrouwen zijn.
HERHALING
11
A, B, C
12
4, 2, 1, 3
13
A, C, F, G, H
14
a gedachten
b jacht
c ingewikkelder
d zichtbaar
e symbolen
15
Bijvoorbeeld:
De afgebeelde mannen zijn jagers; ze jagen op herten.
VERDIEPING
16
Bijvoorbeeld:
Muziek maken is zeker al 40 000 jaar oud.
17
Bijvoorbeeld:
2
© Noordhoff Uitgevers bv, 2019