Het normale ECG en het afwijkende ECG
Kenmerken van een normaal sinusaal ritme
• Frequentie: 60–100 slagen/min
• Ritme: regelmatig
• P-top:
◦ voor elk QRS-complex een P-top
◦ P-top positief in afleiding II, III en aVF
• PR-interval: constant
Onderdeel Betekenis
P-top Atriale depolarisatie
PR-segment Geleiding door de AV-knoop (iso-elektrische lijn)
QRS-complex Ventriculaire depolarisatie
ST-segment Geen netto elektrische activiteit in de ventrikels
T-top Ventriculaire repolarisatie
QT-interval Totale ventriculaire depolarisatie + repolarisatie
1
,Depolarisatie
Depolarisatie van een cel
• Na-influx: de buitenzijde van de cel wordt negatief
• K+-uitstroom
• Ca2+-instroom zorgt voor repolarisatie
Depolarisatie van het hart
• Sinusknoop
• AV-knoop
• Bundel van His
• Bundeltakken
• Purkinjevezels
• Ventrikelspieren
De onderverdeling kan ook gemaakt worden in nodaal en infranodaal weefsel:
• Nodaal: sympathisch/parasympathisch gemedieerd
• Infranodaal: autonoom, alles-of-nietsfenomeen
Vectoren
Depolarisatie verloopt via vectoren die op het ECG gemeten kunnen worden:
• Een vector die naar de positieve pool van de afleiding loopt, geeft een positieve deflectie
• Een vector die van de positieve pool wegloopt, geeft een negatieve deflectie
• Een vector die loodrecht op een afleiding staat, wordt niet weergegeven: iso-elektrisch
Opzet van de elektrodes
Ezelsbruggetje voor de kleuren van de ledemaatelektrodes: "de rode auto rijdt op de
zwarte baan met de gele zon op het groene gras."
• Rechterarm: rood
• Rechterbeen: zwart
• Linkerarm: geel
• Linkerbeen: groen
Hiermee verkrijgt men de zes ledemaatafleidingen:
• RA–LA (bipolair): lead I
• RA–LF (bipolair): lead II
• LA–LF (bipolair): lead III
• Wilson–LA (unipolair): aVL
• Wilson–LF (unipolair): aVF
• Wilson–RA (unipolair): aVR
Het Wilson-punt (centraal terminal) is het nulpunt waartegen de
unipolaire afleidingen gemeten worden.
Precordiale afleidingen
2
, • V1: 4de intercostaalruimte (ICR), rechts parasternaal
• V2: 4de ICR, links parasternaal
• V3: tussen V2 en V4
• V4: 5de ICR, links medioclaviculair
• V5: horizontaal niveau van V4, linker voorste okselplooi
• V6: horizontaal niveau van V4, linker middelste okselplooi
Hokjes op het ECG-papier
• Groot hokje = 5 mm = 0,2 seconden = 200 ms
• Klein hokje = 1 mm = 0,04 seconden = 40 ms
3
,Morfologie van een ECG
P-golf
De rechter voorkamer depolariseert iets eerder dan de linker voorkamer: eerst ontstaat een vector naar
anterior, daarna een vector naar lateraal/posterieur. Hoe dit zich vertaalt op de verschillende afleidingen is
afhankelijk van de afleiding zelf (bv. in V1 en V2).
• Duur: maximaal 100 ms
4
, PR-interval
Het PR-interval loopt van het begin van de P-top tot het begin van het QRS-complex en weerspiegelt de
vertraagde geleiding door de AV-knoop.
• Bij een zieke AV-geleiding kan het PR-interval verlengen (relatief zeldzaam)
◦ Het vlakke stukje van het PR-segment ontstaat doordat de prikkel wordt opgehouden in de
knoop; de lijn is vlak omdat dit weefsel fibrotisch/traag geleidend is
◦ Het laatste deel van het PR-interval wordt bepaald door het His-Purkinjesysteem
("bliksemsnel")
• Duur: 120–200 ms (3–5 kleine hokjes)
QRS-complex
• Duur: < 100 ms, gemeten tussen het begin van het complex en het J-punt
De morfologie is afhankelijk van de afleiding waarin men kijkt. Kleine letters (q, r, s) wijzen op een kleine
deflectie (< 0,4 mV = < 4 mm); grote letters (Q, R, S) wijzen op een grote deflectie (> 0,4 mV = > 4 mm).
- Meest voorkomend:
- Andere voorkomens + benaming
Vectoren binnen het QRS-complex
• Activatie van het septum – initiële vector (geel)
5