Deel 2 gedrag en maatschappij
Hoorcollege 10: menswetenschap
Over wetenschap van de samenleving
geen instructies nodig
Waarover gaat het?
Individu versus samenleving
Groepen binnen de samenleving
Conflict
Culturele verschillen
Leeftijdsverschillen
Waarden en normen
Moderniteit: nieuwe gevoeligheden
Wetenschap van de samenleving
Bouwstenen
Sociologie: wetenschap die het samenleven van mensen in grotere of
kleinere sociale verbanden bestudeert
Studie van de manier waarop mensen de problemen van het samenleven
kunnen oplossen
Drie niveaus:
Micro: gezinnen, speelgroepen, vrienden
Meso: vakbonden, bedrijven, kerken, verenigingen, scholen
Macro: samenleving, verzorgingsstaat
Waarnemen is meer dan door het venster kijken
Selectieve waarneming
Afhankelijk van positie, kennis, voorkeur/afkeur, referentiekader
Waardenvrijheid bestaat niet
Het hangt van uw standpunt af … ‘Standpoint Theory’ (Dorothy E. Smith)
Standpuntentheorie: alle kennis is sociaal gesitueerd, dat wil zeggen dat
individuele posities in sociale structuren (bv. je gender, ras, sociale klasse)
Individu versus samenleving
Groepen binnen de samenleving
Conflict
Culturele verschillen
Leeftijdsverschillen
Waarden en normen
Moderniteit: nieuwe gevoeligheden
1
,Het hangt van uw standpunt af … ‘Standpoint Theory’ (Dorothy E. Smith)
Standpuntentheorie: alle kennis is sociaal gesitueerd, dat wil zeggen dat
individuele posities in sociale structuren (bv. je gender, ras, sociale klasse)
je ervaringen bepalen en beïnvloeden hoe je kijkt naar de wereld
Kennis is geworteld in (alledaagse) ervaringen
“The outsider within”: Smith stelt dat individuen die gemarginaliseerde
posities innemen een uniek standpunt hebben dat hen in staat stelt om
sociale structuren te zien en te begrijpen op manieren die niet toegankelijk
zijn voor mensen in meer bevoorrechte posities. Dit
"buitenstaanderperspectief" biedt kritische inzichten in de werking van
macht en ongelijkheid.
Epistemologisch: de ‘objectieve kennis’ die door de wetenschap gepredikt
wordt, is enkel een reflectie van het perspectief van de dominante groep.
Activisme: sociologie als middel voor sociale verandering
Alle kennis is sociaal gesitueerd
Hoe jij kijkt naar alles (vrienden, oorlog…)
Jij bent gevormd door sociale groepen om je heen, kennis is daarin geworteld
Sociologische verbeelding
Betekenis zoeken
Seeing the strange in the familiar and the general in the particular, linking
our behaviours to broader social forces.
The ability to see things socially and how things interact and influence
each other.
“Neither the life of an individual nor the history of a society can be
understood without understanding both”
Voorbeelden
Het vreemde in het gewone: bv. zitplaats kiezen in auditorium
Het algemene in het specifieke: bv. samen zitten in het midden van de
aula
Wie heeft ouder met diploma hoger onderwijs?
Sociale versus individu
Sociale structuren: dominante maatschappelijke instituties,
processen en mechanismen zorgen voor de
maatschappelijke orde
In twee richtingen:
Individueel gedrag draagt bij tot maatschappelijke
fenomenen
• Weinig beweging, voedingsgewoonten, …
obesitas epidemie, toegenomen zorgnoden,
betaalbaarheid zorg
Maatschappelijke fenomenen beïnvloeden individueel gedrag
• Kantoorleven, prijs van (ongezonde) voeding, opvoeding,
cultuurverschillen
2
,De Bril van de Socioloog
Voorbeelden
Eten en drinken :
Gebeurt niet overal op dezelfde wijze
Hulpmiddelen
Tijdstip
Soort maaltijd
Migratie: pasta raakte pas bekend door Italiaanse migratie
Sport
Lifestyle en lijfstijl
Liefde en romantiek
…
Sport
Welke sport je doet, hangt vaak af van geld, cultuur en met wie je opgroeit. Sport
is dus ook een beetje “sociaal bepaald”
Lifestyle
Niet wat men is, maar wat men lijkt, is belangrijk
“Ge zijt wie ge zijt wie ge zijt. Het allerbeste is gewoon jezelf te zijn, je kunt toch
niet kiezen, het maakt dus niet uit.” De Mestkever/Het Geluidshuis
Lifestyle = hoe je leeft, eruitziet en je gedraagt. Mensen beoordelen je daar
vaak op, maar het belangrijkste is dat je jezelf blijft
Liefde
Zelfs verliefdheid wordt sociaal gestuurd
Je kiest niet helemaal zelf op wie je verliefd wordt. De maatschappij en je
omgeving hebben daar veel invloed op
Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog
Alles is contingent, maar niet arbitrair
Contingent = het had ook anders kunnen zijn
Niet arbitrair = maar het is niet zomaar willekeurig; er is wel een
reden/verklaring.
Dingen hadden anders kunnen zijn, maar ze zijn niet zomaar toevallig zo — er
zijn redenen waarom ze zo zijn.
We kunnen kijken waarom we tot een bepaalde beslissing komen, is niet zomaar,
geen toeval
Zijn verklaringen voor
3
, “Alles is contingent, maar daarom nog niet arbitrair”
Iets is contingent als het ook anders had kunnen zijn dan hoe het nu is, als het
varieert in de tijd, volgens de plaats, volgens de omstandigheden…
Dat betekent nog niet dat de sociale realiteit waarin we leven arbitrair is. Het is
niet omdat er een bepaald sociaal gebruik (bv. de manier waarop we werken of
eten), ook anders had kunnen zijn, dat er geen goede redenen bestaan voor de
manier waarop het vorm krijgt.
Sociologische toepassingen
1. Zelfdoding of suïcide?
2. Werk en Arbeid(sethos)?
3. Ziekte en dood?
Zelfdoding
Emile Durkheim (1897)
Belang van theorie, van een model
Variaties? Hoger in België dan het EU-gemiddelde, veeleer laagopgeleiden
en (langdurig) werklozen, alleenstaanden, alleenwonenden en gescheiden
mensen…
Durkheim onderzocht volgens welke maatschappelijke factoren de suïcide-
ratio’s systematisch varieerden:
Variabelen: religie, burgerlijke staat, woonplaats (stad of platteland),
aan- of afwezigheid van militaire opleiding.
Verklaring correlaties:
• De gemeenschappelijke factor sociale integratie, waarbij een
teveel of een gebrek aan sociale integratie tot meer
zelfdodingsgedrag leidde
Actief werk
Job Demand – Job Control Model (Karasek, 1979)
Later uitgebreid met ‘Support’
Actief werk → Veel werkdruk + veel controle → Goed (je leert veel, interessant
werk)
Stressvol werk → Veel werkdruk + weinig controle → Slecht
(veel stress)
Passief werk → Weinig werkdruk + weinig controle → Saai
Ontspannen werk → Weinig werkdruk + veel controle → Rustig
werk
Werk is het best als je druk bezig bent, maar wel zelf mag
beslissen hoe je het doet. Dat heet actief werk
4
Hoorcollege 10: menswetenschap
Over wetenschap van de samenleving
geen instructies nodig
Waarover gaat het?
Individu versus samenleving
Groepen binnen de samenleving
Conflict
Culturele verschillen
Leeftijdsverschillen
Waarden en normen
Moderniteit: nieuwe gevoeligheden
Wetenschap van de samenleving
Bouwstenen
Sociologie: wetenschap die het samenleven van mensen in grotere of
kleinere sociale verbanden bestudeert
Studie van de manier waarop mensen de problemen van het samenleven
kunnen oplossen
Drie niveaus:
Micro: gezinnen, speelgroepen, vrienden
Meso: vakbonden, bedrijven, kerken, verenigingen, scholen
Macro: samenleving, verzorgingsstaat
Waarnemen is meer dan door het venster kijken
Selectieve waarneming
Afhankelijk van positie, kennis, voorkeur/afkeur, referentiekader
Waardenvrijheid bestaat niet
Het hangt van uw standpunt af … ‘Standpoint Theory’ (Dorothy E. Smith)
Standpuntentheorie: alle kennis is sociaal gesitueerd, dat wil zeggen dat
individuele posities in sociale structuren (bv. je gender, ras, sociale klasse)
Individu versus samenleving
Groepen binnen de samenleving
Conflict
Culturele verschillen
Leeftijdsverschillen
Waarden en normen
Moderniteit: nieuwe gevoeligheden
1
,Het hangt van uw standpunt af … ‘Standpoint Theory’ (Dorothy E. Smith)
Standpuntentheorie: alle kennis is sociaal gesitueerd, dat wil zeggen dat
individuele posities in sociale structuren (bv. je gender, ras, sociale klasse)
je ervaringen bepalen en beïnvloeden hoe je kijkt naar de wereld
Kennis is geworteld in (alledaagse) ervaringen
“The outsider within”: Smith stelt dat individuen die gemarginaliseerde
posities innemen een uniek standpunt hebben dat hen in staat stelt om
sociale structuren te zien en te begrijpen op manieren die niet toegankelijk
zijn voor mensen in meer bevoorrechte posities. Dit
"buitenstaanderperspectief" biedt kritische inzichten in de werking van
macht en ongelijkheid.
Epistemologisch: de ‘objectieve kennis’ die door de wetenschap gepredikt
wordt, is enkel een reflectie van het perspectief van de dominante groep.
Activisme: sociologie als middel voor sociale verandering
Alle kennis is sociaal gesitueerd
Hoe jij kijkt naar alles (vrienden, oorlog…)
Jij bent gevormd door sociale groepen om je heen, kennis is daarin geworteld
Sociologische verbeelding
Betekenis zoeken
Seeing the strange in the familiar and the general in the particular, linking
our behaviours to broader social forces.
The ability to see things socially and how things interact and influence
each other.
“Neither the life of an individual nor the history of a society can be
understood without understanding both”
Voorbeelden
Het vreemde in het gewone: bv. zitplaats kiezen in auditorium
Het algemene in het specifieke: bv. samen zitten in het midden van de
aula
Wie heeft ouder met diploma hoger onderwijs?
Sociale versus individu
Sociale structuren: dominante maatschappelijke instituties,
processen en mechanismen zorgen voor de
maatschappelijke orde
In twee richtingen:
Individueel gedrag draagt bij tot maatschappelijke
fenomenen
• Weinig beweging, voedingsgewoonten, …
obesitas epidemie, toegenomen zorgnoden,
betaalbaarheid zorg
Maatschappelijke fenomenen beïnvloeden individueel gedrag
• Kantoorleven, prijs van (ongezonde) voeding, opvoeding,
cultuurverschillen
2
,De Bril van de Socioloog
Voorbeelden
Eten en drinken :
Gebeurt niet overal op dezelfde wijze
Hulpmiddelen
Tijdstip
Soort maaltijd
Migratie: pasta raakte pas bekend door Italiaanse migratie
Sport
Lifestyle en lijfstijl
Liefde en romantiek
…
Sport
Welke sport je doet, hangt vaak af van geld, cultuur en met wie je opgroeit. Sport
is dus ook een beetje “sociaal bepaald”
Lifestyle
Niet wat men is, maar wat men lijkt, is belangrijk
“Ge zijt wie ge zijt wie ge zijt. Het allerbeste is gewoon jezelf te zijn, je kunt toch
niet kiezen, het maakt dus niet uit.” De Mestkever/Het Geluidshuis
Lifestyle = hoe je leeft, eruitziet en je gedraagt. Mensen beoordelen je daar
vaak op, maar het belangrijkste is dat je jezelf blijft
Liefde
Zelfs verliefdheid wordt sociaal gestuurd
Je kiest niet helemaal zelf op wie je verliefd wordt. De maatschappij en je
omgeving hebben daar veel invloed op
Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog
Alles is contingent, maar niet arbitrair
Contingent = het had ook anders kunnen zijn
Niet arbitrair = maar het is niet zomaar willekeurig; er is wel een
reden/verklaring.
Dingen hadden anders kunnen zijn, maar ze zijn niet zomaar toevallig zo — er
zijn redenen waarom ze zo zijn.
We kunnen kijken waarom we tot een bepaalde beslissing komen, is niet zomaar,
geen toeval
Zijn verklaringen voor
3
, “Alles is contingent, maar daarom nog niet arbitrair”
Iets is contingent als het ook anders had kunnen zijn dan hoe het nu is, als het
varieert in de tijd, volgens de plaats, volgens de omstandigheden…
Dat betekent nog niet dat de sociale realiteit waarin we leven arbitrair is. Het is
niet omdat er een bepaald sociaal gebruik (bv. de manier waarop we werken of
eten), ook anders had kunnen zijn, dat er geen goede redenen bestaan voor de
manier waarop het vorm krijgt.
Sociologische toepassingen
1. Zelfdoding of suïcide?
2. Werk en Arbeid(sethos)?
3. Ziekte en dood?
Zelfdoding
Emile Durkheim (1897)
Belang van theorie, van een model
Variaties? Hoger in België dan het EU-gemiddelde, veeleer laagopgeleiden
en (langdurig) werklozen, alleenstaanden, alleenwonenden en gescheiden
mensen…
Durkheim onderzocht volgens welke maatschappelijke factoren de suïcide-
ratio’s systematisch varieerden:
Variabelen: religie, burgerlijke staat, woonplaats (stad of platteland),
aan- of afwezigheid van militaire opleiding.
Verklaring correlaties:
• De gemeenschappelijke factor sociale integratie, waarbij een
teveel of een gebrek aan sociale integratie tot meer
zelfdodingsgedrag leidde
Actief werk
Job Demand – Job Control Model (Karasek, 1979)
Later uitgebreid met ‘Support’
Actief werk → Veel werkdruk + veel controle → Goed (je leert veel, interessant
werk)
Stressvol werk → Veel werkdruk + weinig controle → Slecht
(veel stress)
Passief werk → Weinig werkdruk + weinig controle → Saai
Ontspannen werk → Weinig werkdruk + veel controle → Rustig
werk
Werk is het best als je druk bezig bent, maar wel zelf mag
beslissen hoe je het doet. Dat heet actief werk
4