1.1 Waarom verzekeren?
Verzekeren gebeurt omdat mensen en ondernemingen zich willen beschermen tegen
onzekere gevaren of risico’s die een financiële bedreiging kunnen vormen. Dat onzekere
karakter is essentieel: men weet vooraf niet of een schadegeval zich zal voordoen, wanneer
het zal gebeuren en hoe groot de schade zal zijn. Voor het ontstaan van verzekeringen
bestonden er al enkele klassieke manieren om met risico’s om te gaan, zoals preventie, sparen
en solidariteit, maar die bieden niet altijd voldoende bescherming.
Preventie houdt in dat men maatregelen neemt om schade zoveel mogelijk te voorkomen,
bijvoorbeeld door goede sloten te plaatsen of brandblussers te voorzien. Dit kan het risico
verkleinen, maar nooit volledig uitsluiten. Bovendien kan men zich afvragen hoe ver men
daarin moet gaan, want zelfs na veel investeringen blijft er altijd een restrisico bestaan. Sparen
kan ook een oplossing lijken, omdat men zo een financiële reserve opbouwt voor mogelijke
schadegevallen. Toch is ook dit niet altijd voldoende. Het schadegeval kan zich te vroeg
voordoen, wanneer er nog niet genoeg gespaard is, of de schade kan groter zijn dan het
opgebouwde bedrag. Een derde mogelijkheid is solidariteit, waarbij personen afspreken om
elkaar financieel te helpen wanneer iemand schade lijdt. Ook dit systeem heeft grenzen, vooral
wanneer meerdere schadegevallen tegelijk of kort na elkaar plaatsvinden.
Daarom biedt verzekering een eigen oplossing. Verzekering is een techniek waarbij één of
meerdere risico’s worden gespreid in de tijd en tussen verschillende personen die een
gelijkaardig risico dragen. Op die manier worden de financiële gevolgen van een schadegeval
draaglijker voor degene die getroffen wordt.
Binnen de verzekeringswereld bestaan er twee grote modellen: de verzekering tegen premie
en de onderlinge verzekering. Bij een verzekering tegen premie sluit de verzekeringnemer een
overeenkomst met een professionele verzekeraar. Dit is het klassieke commerciële model. De
verzekeraar is een derde partij die tegen betaling van premies de afgesproken risico’s dekt en
daarbij ook winst nastreeft. De premies dienen dus niet alleen om schadegevallen te
vergoeden, maar ook om de werking en de winst van de verzekeraar mogelijk te maken.
Bij een onderlinge verzekering ligt dat anders. Daar verzekert een groep personen met
hetzelfde risico zichzelf gezamenlijk. De leden zijn tegelijk verzekerde en verzekeraar. Er is
geen winstdoel: de premies dienen in principe enkel om de schadegevallen binnen de groep
te vergoeden. Een voorbeeld hiervan is een boerenvereniging die samen de oogsten van haar
leden verzekert tegen hagelschade. Dit model is vooral gebaseerd op solidariteit, maar komt
vandaag minder vaak voor.
Het verschil tussen beide modellen wordt vooral duidelijk wanneer er een overschot of tekort
ontstaat. Bij een verzekering tegen premie blijft een overschot in principe bij de verzekeraar
en vormt de winst. Bij een onderlinge verzekering vloeit een overschot meestal terug naar de
leden, bijvoorbeeld via een ristorno of premiekorting. Is er een tekort, dan moet de
commerciële verzekeraar dat zelf dragen, eventueel met tussenkomst van zijn
aandeelhouders. Bij een onderlinge verzekering zijn het de leden die moeten bijstorten, omdat
zij samen instaan voor de gedragen risico’s.
1
,1.2 De oorsprong van verzekeringen
Verzekeringen hebben een lange bestaansgeschiedenis. Het basisidee is eigenlijk eenvoudig:
mensen proberen zich te beschermen tegen risico’s die ze alleen moeilijk kunnen dragen. Al
in de oudheid bestonden er vormen van risicospreiding, bijvoorbeeld bij karavanen of
zeetransporten. Wanneer één handelaar onderweg schade leed, kon die schade verdeeld
worden over meerdere betrokkenen. Ook bij de Grieken en Romeinen bestonden al systemen
waarbij groepen mensen elkaar financieel ondersteunden, bijvoorbeeld bij begrafeniskosten
of bij risicovolle scheepsreizen.
In de middeleeuwen ontwikkelden ook gilden een vorm van onderlinge bescherming. De leden
betaalden bijdragen en konden bij schade, ziekte, overlijden of andere tegenslagen steun
krijgen uit een gezamenlijke kas. Later ontstonden meer georganiseerde vormen van
verzekering, onder meer rond levensverzekeringen en brandverzekeringen. Vooral grote
gebeurtenissen, zoals zware stadsbranden, maakten duidelijk dat individuele personen of
gezinnen zulke schade onmogelijk alleen konden dragen. Zo groeide de behoefte aan een
systeem waarbij risico’s breder werden verdeeld.
De geschiedenis van verzekeringen toont dus dat verzekeringen telkens ontstaan of
veranderen wanneer de samenleving met nieuwe risico’s wordt geconfronteerd. Na zware
branden groeide het belang van de brandverzekering. Met de opkomst van de auto ontstond
de autoverzekering. Toen steeds meer mensen in fabrieken gingen werken, kreeg de
arbeidsongevallenverzekering meer betekenis. Ook scheepsrampen beïnvloedden de
ontwikkeling van levensverzekeringen. Na 9/11 kreeg terrorisme als risico extra aandacht,
omdat terrorisme in veel polissen niet of nauwelijks gedekt was. Daarvoor werd een specifieke
terrorismeverzekering uitgewerkt. Verzekeringen bewegen dus mee met de geschiedenis:
nieuwe risico’s duiken op, bestaande risico’s veranderen en de verzekeringssector past zich
daaraan aan.
Ook vandaag blijft de verzekeringswereld voortdurend evolueren. Verzekeringen zijn niet
alleen een individuele bescherming, maar ook een sociale en economische noodzaak. Daarom
worden sommige verzekeringen verplicht gemaakt door de overheid. Bovendien worden
bestaande verzekeringen regelmatig aangepast aan nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen.
Zo ontstaan er nieuwe verzekeringen, bijvoorbeeld tegen internetfraude of cyberrisico’s, en
worden bestaande verzekeringen uitgebreid of verfijnd, bijvoorbeeld bij de BA privéleven in
verband met drones of bij de BA autoverzekering naar aanleiding van nieuwe
vervoersmiddelen zoals speedpedelecs.
Een belangrijke uitdaging voor de verzekeringssector is het omgaan met grote natuurrampen.
Zulke rampen kunnen enorme schade veroorzaken, waardoor verzekeraars hun risico’s vaak
verder spreiden via internationale herverzekering. Op die manier kan een zware ramp beter
financieel worden opgevangen. In België speelt daarnaast mee dat natuurrampen, zoals
overstromingen, in principe mee worden opgenomen in de brandverzekering. Daardoor wordt
het risico ruimer gedragen door alle verzekerden. Tegelijk blijft er een spanningsveld bestaan,
want verzekeraars kunnen in bepaalde gevallen weigeren om bijvoorbeeld een nieuwe woning
in een officieel overstromingsgebied te verzekeren.
Daarnaast vormt fraude een blijvende uitdaging. Fraude kan verschillende vormen aannemen,
zoals overdreven schadeclaims, geënsceneerde ongevallen, identiteitsfraude of interne
fraude. De verzekeringssector probeert dit tegen te gaan door onder meer data-analyse en AI
in te zetten, verdachte patronen op te sporen, informatie uit te wisselen tussen verzekeraars
en gespecialiseerde onderzoeksteams in te schakelen. Wie fraude pleegt, riskeert niet alleen
het verlies van de uitkering, maar ook juridische gevolgen. Daarom wordt ook ingezet op
2
,bewustmaking, zodat verzekerden beseffen dat verzekeringsfraude ernstige gevolgen kan
hebben.
Een derde grote uitdaging is cyberrisico. Cyberaanvallen worden steeds complexer en komen
vaker voor. Voor verzekeraars is het moeilijk om zulke risico’s correct in te schatten, omdat de
schade snel zeer groot kan worden en er nog minder historische gegevens beschikbaar zijn
dan bij klassieke risico’s zoals brand of storm. Bovendien kan één cyberaanval tegelijk veel
ondernemingen treffen, bijvoorbeeld wanneer een gemeenschappelijke softwareleverancier
wordt aangevallen. Dat zorgt voor een accumulatierisico. Tegelijk groeit de vraag naar
cyberverzekeringen, waardoor verzekeraars voortdurend een evenwicht moeten zoeken
tussen het aanbieden van nuttige bescherming en het vermijden van onvoorziene verliezen.
De oorsprong en ontwikkeling van verzekeringen maken dus duidelijk dat verzekering geen
stilstaand systeem is. Het is een techniek die voortdurend wordt aangepast aan de risico’s van
haar tijd. Van karavanen en scheepvaart tot brand, auto’s, terrorisme, drones en
cyberaanvallen: telkens wanneer nieuwe maatschappelijke risico’s ontstaan, zoekt de
verzekeringswereld naar manieren om die risico’s te spreiden en financieel draaglijk te maken.
1.3 Soorten verzekeringen
1.3.1 Algemeen
Er bestaan heel wat verschillende soorten verzekeringen. Een duidelijke indeling maken is niet
altijd eenvoudig, omdat éénzelfde verzekering soms in meer dan één categorie kan worden
geplaatst. De verzekeringswet werkt vooral met twee belangrijke wettelijke indelingen. Een
eerste indeling maakt het onderscheid tussen schadeverzekeringen en
persoonsverzekeringen. Bij schadeverzekeringen staat het vermogen of patrimonium centraal,
terwijl persoonsverzekeringen betrekking hebben op de persoon zelf. Een tweede indeling kijkt
naar de manier waarop de verzekeraar uitkeert. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt
tussen verzekeringen tot vergoeding van schade en verzekeringen tot uitkering van een vast
bedrag. Bij een verzekering tot vergoeding van schade wordt de uitkering afgestemd op de
werkelijk geleden schade. Bij een verzekering tot uitkering van een vast bedrag wordt
daarentegen een vooraf bepaald bedrag uitgekeerd wanneer het verzekerde voorval zich
voordoet.
In de praktijk worden verzekeringen vaak herkend aan de levenssituatie waarin ze worden
afgesloten. Bij een woning denkt men bijvoorbeeld aan de brandverzekering, de
schuldsaldoverzekering, een inbraak- of diefstalverzekering, die vaak als waarborg in de
brandverzekering is opgenomen, en de rechtsbijstandsverzekering. Bij een auto gaat het
onder meer om de BA-motorrijtuigenverzekering, die schade aan anderen dekt, en om een
omniumverzekering, die vooral de eigen schade vergoedt. Daarnaast kunnen ook een
bijstands- of pechverhelpingsverzekering, een bestuurdersverzekering en eventueel een
rechtsbijstandsverzekering worden afgesloten. Voor een gezin komen dan weer verzekeringen
zoals de familiale verzekering, hospitalisatieverzekering, levensverzekering,
ongevallenverzekering, ziekteverzekering, reis- en annulatieverzekering en
uitvaartverzekering vaak voor.
Op die manier kan men verzekeringen dus op verschillende manieren bekijken: juridisch
volgens de indelingen uit de verzekeringswet, maar ook praktisch volgens de concrete situatie
waarin iemand bescherming nodig heeft.
3
, 1.3.2 Schade- versus persoonsverzekering
Een eerste belangrijke wettelijke indeling van verzekeringsovereenkomsten is het onderscheid
tussen schadeverzekeringen en persoonsverzekeringen. Bij een schadeverzekering staat het
vermogen of patrimonium van de verzekerde centraal. De verzekeraar komt dan tussen
wanneer een onzeker voorval schade veroorzaakt aan iemands vermogen. Het gaat dus om
schade die financieel kan worden begroot en die voortvloeit uit bijvoorbeeld verlies,
beschadiging of aansprakelijkheid. Voorbeelden van schadeverzekeringen zijn de
brandverzekering, aansprakelijkheidsverzekeringen en rechtsbijstandsverzekeringen.
Wanneer een verzekering als schadeverzekering wordt beschouwd, gelden naast de
algemene regels ook de specifieke bepalingen voor schadeverzekeringen en eventueel de
regels die horen bij de betrokken soort verzekering, zoals een zaakverzekering,
aansprakelijkheidsverzekering of rechtsbijstandsverzekering.
Daartegenover staan de persoonsverzekeringen. Bij deze verzekeringen is niet het vermogen,
maar de persoon zelf het voorwerp van de verzekering. De verzekeringsprestatie of de premie
hangt dan af van een onzeker voorval dat iemands leven, fysieke integriteit of gezinssituatie
aantast. Het gaat bijvoorbeeld om gebeurtenissen zoals overlijden, ziekte of een lichamelijk
ongeval. Binnen de persoonsverzekeringen wordt meestal nog een onderscheid gemaakt
tussen levensverzekeringen en persoonsverzekeringen andere dan levensverzekeringen,
zoals een ziekteverzekering of hospitalisatieverzekering. Ook hier geldt dat, wanneer een
verzekering onder de categorie persoonsverzekering valt, naast de algemene regels ook de
bijzondere bepalingen voor persoonsverzekeringen van toepassing kunnen zijn.
1.3.3 Verzekering tot vergoeding van schade versus verzekering tot
uitkering van een vast bedrag
Een tweede wettelijke indeling kijkt naar de manier waarop de verzekeraar tussenkomt. Daarbij
wordt een onderscheid gemaakt tussen verzekeringen tot vergoeding van schade en
verzekeringen tot uitkering van een vast bedrag.
Bij een verzekering tot vergoeding van schade, ook wel een indemnitaire verzekering
genoemd, hangt de prestatie van de verzekeraar af van de werkelijk geleden schade. De
verzekeraar vergoedt dus niet meer dan de schade die effectief is geleden. Die schade kan
betrekking hebben op schade die de verzekerde zelf ondervindt, bijvoorbeeld aan zijn
goederen of vermogen, maar ook op schade waarvoor de verzekerde aansprakelijk is
tegenover een derde. In dat laatste geval gaat het om schade die de verzekerde heeft
veroorzaakt en waarvoor hij moet instaan.
Bij een verzekering tot uitkering van een vast bedrag, ook wel een forfaitaire verzekering
genoemd, ligt de uitkering vooraf vast in de overeenkomst. Wanneer het verzekerde voorval
zich voordoet, wordt dat bedrag uitgekeerd zonder dat de omvang van de werkelijke schade
bepalend is. De schade moet dus niet telkens concreet worden begroot om het bedrag van de
vergoeding vast te stellen. Levensverzekeringen zijn altijd verzekeringen tot uitkering van een
vast bedrag. Bij persoonsverzekeringen andere dan levensverzekeringen kan dit ook het geval
zijn, bijvoorbeeld wanneer vooraf een bepaalde som wordt afgesproken bij invaliditeit.
1.3.4 Wettelijk verplichte verzekering versus contractueel verplichte
verzekering versus vrij te onderschrijven verzekering
Een derde indeling vertrekt van de vraag of een verzekering verplicht is of vrij kan worden
afgesloten. Sommige verzekeringen kan men niet zomaar naast zich neerleggen, omdat ze
wettelijk of contractueel verplicht zijn. Daarnaast bestaan er verzekeringen die men volledig
vrijwillig afsluit om extra bescherming te krijgen.
4