paragraaf 1, straling in soorten;
o Ioniserende straling:
- Infrarode straling: Onder infrarood licht verstaan we de golflengten en frequenties
die op onze huid als warmte ervaren worden.
- Ultraviolette straling: Een vorm van straling die door de zon wordt uitgezonden en
die er voor zorgt dat je bruin wordt.
Ioniserende werking; de straling maakt elektronen los van atomen in je huid.
o Straling radioactieve stoffen bestaat uit:
1. Alfastraling (α); snel bewegende heliumkernen.
2. Bètastraling (β); elektronen.
3. Gammastraling (γ); elektromagnetische straling.
α-straling heeft het grootste ioniserend vermogen.
- Natuurlijke achtergrondstraling = De straling van het heelal en de aarde.
- Kunstmatige straling = Straling die wordt ontvangen in de gezondheidszorg.
Paragraaf 2, doordringend vermogen;
o De soort straling bepaalt het doordringend vermogen.
- De afstand die α- en β-straling aflegt in een stof heet dracht.
- I(0) = De intensiteit van de straling waarmee het
voorwerp wordt bestraald (W/m²)
- Binas tabel 28F: Halveringsdiktes van stoffen.
Paragraaf 3, radioactief verval;
- Het aantal protonen in de kern bepaalt de atoomsoort (ladingsgetal).
- Het totale aantal kerndeeltjes of nucleonen is het massagetal.
o Isotopen = Atomen met verschillend massagetal en hetzelfde atoomnummer.
o Atomaire massaeenheid: 1u = 1,66 x 10¯27 kg
- Binas tabel 25A: Precieze massa’s van atomen.
Moederkern en dochterkern.
o Kernreactie = Een reactie waarbij een kern wordt omgezet in een nieuwe kern.