Jurisprudentieoverzicht
Strafrechtelijk sanctierecht – M Nicole van Oers
Week 1
HR: Antilliaanse amokmaker - HR 24 juli 1967, NJ 1969/63 m.nt. Enschedé
Dit arrest gaat over straffen bij schuld. De vraag die centraal staat is: is een straf die
zwaarder is dan de schuld onrechtvaardig?
De verdachte heeft op Curaçao een vrouw neergestoken. Door meerdere steekwonden
overleed de vrouw aan haar verwondingen. Het hof achtte de verdachte schuldig voor
doodslag en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 15 jaar. De verdachte was het
hier niet mee eens. In cassatie voerde de verdachte aan dat hij ontoerekeningsvatbaar was.
Uit een deskundigenrapport bleek dat hij slechts in zeer geringe mate toerekeningsvatbaar
was. De verdachte voerde aan dat, met het oog op zijn toerekeningsvatbaarheid, de straf te
zwaar was voor de schuld.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de verdachte. De Hoge Raad oordeelde als
volgt:
“…dat geen straf mag worden opgelegd die zwaarder is dan door de schuld van de dader
wordt gerechtvaardigd in geen rechtsregel steun vindt, en het aan het Hof vrijstond bij de
bepaling van de aan [verdachte] op te leggen straf niet uitsluitend op de schuld van
[verdachte] te letten.”
De Hoge Raad was het eens met het Hof. Uit het deskundigenrapport bleek tevens dat de
verdachte een gevaar was voor de maatschappij. De verdachte was weliswaar slechts in
geringe mate toerekeningsvatbaar, de kans op genezing en verbetering van zijn gedrag was
weinig waarschijnlijk te achten. Zodoende veroordeelde het Hof de verdachte terecht tot een
lange gevangenisstraf. De Hoge Raad sloot zich hierbij aan en verwierp het beroep.
Het staat een rechtsprekende instantie vrij om bij het bepalen van de op te leggen straf
niet uitsluitend op de schuld van de verdachte te letten. De stelling dat geen straf mag
worden opgelegd die zwaarder is dan de schuld gaat niet op. ‘Straf slechts naar de mate van
schuld’ maakt geen onderdeel uit van ons strafrecht.
HR: Afroomboete HR 15 juni 2010, NJ 2010/358
Als voordelen van de vermogensstraf zijn wel genoemd dat de veroordeelde (in beginsel)
niet uit de maatschappij wordt verwijderd, niet bij zijn familie of gezin wordt weggehaald en
niet zijn baan verliest doordat hij enige tijd in detentie moet doorbrengen. De geldboete levert
de Staat bovendien doorgaans wat op. De geldboete is daarnaast ook een middel om de
dader te voordelen de het delict hebben opgeleverd d.m.v. een zogenaamde afroomboete te
ontnemen.
HR: Bijzondere voorwaarden - HR 26 november 1968, NJ 1970/123 m.nt. Enschedé
De Rb. heeft als bijzondere
voorwaarde gesteld: ‘dat
de veroordeelde binnen 12
uur na zijn
, invrijheidstelling
Nederland verlaat en
daarin binnen de proeftijd
niet terugkeert’. Het
stellen
van een dergelijke
voorwaarde is reeds
daarom ontoelaatbaar
omdat deze voorwaarde
niet
valt aan te merken als
strekkende ter bevordering
van een goed
levensgedrag van de
veroordeelde noch te
betreffen een gedraging
waartoe de veroordeelde
uit een oogpunt van
Strafrechtelijk sanctierecht – M Nicole van Oers
Week 1
HR: Antilliaanse amokmaker - HR 24 juli 1967, NJ 1969/63 m.nt. Enschedé
Dit arrest gaat over straffen bij schuld. De vraag die centraal staat is: is een straf die
zwaarder is dan de schuld onrechtvaardig?
De verdachte heeft op Curaçao een vrouw neergestoken. Door meerdere steekwonden
overleed de vrouw aan haar verwondingen. Het hof achtte de verdachte schuldig voor
doodslag en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 15 jaar. De verdachte was het
hier niet mee eens. In cassatie voerde de verdachte aan dat hij ontoerekeningsvatbaar was.
Uit een deskundigenrapport bleek dat hij slechts in zeer geringe mate toerekeningsvatbaar
was. De verdachte voerde aan dat, met het oog op zijn toerekeningsvatbaarheid, de straf te
zwaar was voor de schuld.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de verdachte. De Hoge Raad oordeelde als
volgt:
“…dat geen straf mag worden opgelegd die zwaarder is dan door de schuld van de dader
wordt gerechtvaardigd in geen rechtsregel steun vindt, en het aan het Hof vrijstond bij de
bepaling van de aan [verdachte] op te leggen straf niet uitsluitend op de schuld van
[verdachte] te letten.”
De Hoge Raad was het eens met het Hof. Uit het deskundigenrapport bleek tevens dat de
verdachte een gevaar was voor de maatschappij. De verdachte was weliswaar slechts in
geringe mate toerekeningsvatbaar, de kans op genezing en verbetering van zijn gedrag was
weinig waarschijnlijk te achten. Zodoende veroordeelde het Hof de verdachte terecht tot een
lange gevangenisstraf. De Hoge Raad sloot zich hierbij aan en verwierp het beroep.
Het staat een rechtsprekende instantie vrij om bij het bepalen van de op te leggen straf
niet uitsluitend op de schuld van de verdachte te letten. De stelling dat geen straf mag
worden opgelegd die zwaarder is dan de schuld gaat niet op. ‘Straf slechts naar de mate van
schuld’ maakt geen onderdeel uit van ons strafrecht.
HR: Afroomboete HR 15 juni 2010, NJ 2010/358
Als voordelen van de vermogensstraf zijn wel genoemd dat de veroordeelde (in beginsel)
niet uit de maatschappij wordt verwijderd, niet bij zijn familie of gezin wordt weggehaald en
niet zijn baan verliest doordat hij enige tijd in detentie moet doorbrengen. De geldboete levert
de Staat bovendien doorgaans wat op. De geldboete is daarnaast ook een middel om de
dader te voordelen de het delict hebben opgeleverd d.m.v. een zogenaamde afroomboete te
ontnemen.
HR: Bijzondere voorwaarden - HR 26 november 1968, NJ 1970/123 m.nt. Enschedé
De Rb. heeft als bijzondere
voorwaarde gesteld: ‘dat
de veroordeelde binnen 12
uur na zijn
, invrijheidstelling
Nederland verlaat en
daarin binnen de proeftijd
niet terugkeert’. Het
stellen
van een dergelijke
voorwaarde is reeds
daarom ontoelaatbaar
omdat deze voorwaarde
niet
valt aan te merken als
strekkende ter bevordering
van een goed
levensgedrag van de
veroordeelde noch te
betreffen een gedraging
waartoe de veroordeelde
uit een oogpunt van