JURIDISCHE ASPECTEN VAN
POLITIE
INLEIDING: DE POLITIEFUNCTIE, HET POLITIEBESTEL EN HET POLITIERECHT 1
DEEL 1: DE HISTORISCHE ACHTERGRONDEN VAN HET HUIDIGE BELGISCHE POLITIEBESTEL 3
DEEL II: DE GEÏNTEGREERDE POLITIEDIENST, GESTRUCTUREERD OP TWEE NIVEAU’S 21
DEEL 3: OPDRACHTEN VAN BESTUUR VS OPDRACHTEN VAN GERECHTELIJKE 63
DEEL 4: DE BESTUURLIJKE EN GERECHTELIJKE POLITIONELE BEVOEGDHEDEN 87
DEEL V. HET TOEZICHT EN DE AANSPRAKELIJKHEID 130
DEEL VI. HET OPENBAAR MINISTERIE 134
DEEL 1: DE HISTORISCHE ACHTERGRONDEN VAN HET
HUIDIGE BELGISCHE POLITIEBESTEL
Vraagstukken in elk systeem:
1) verhouding tussen lokaal niveau en centraal niveau
a. in welke mate is er een centrale sturing op die lokale politiezorg?
b. In welke mate moeten die gemeenten gehoorzamen aan het nationale
niveau?
2) Wat is de positie van minister binnenlandse zaken in het politiebestel?
3) Wat is de positie van minister van justitie in politiebestel?
a. Zijn er besturingingsnstrumenten?
4) Wat is de verhouding tussen bestuurlijke opdrachten en gerechtelijke opdrachten?
5) Hoe zit het met taakverdeling in reguliere politeidiensten? Is er concurrentie bij?
6) Strategisch denken van de rijkswacht?
7) Actuele toestand annalyseren vanuit historisch perspectief
1
, HOOFDSTUK 1: DE PERIODE VOOR DE BELGISCHE
ONAFHANKELIJKHEID
I. FRANSE OORSPRONG VAN DE BELGISCHE POLITIE
17-18 eeuw:
de
Lokaal niveau in de grote steden (Parijs eerst) à aparte politie opgericht op stedelijk niveau,
hiervoor enkel ambtenaren die er mee bezig waren maar zonder structuur dus ze hadden
nood aan 1 stedelijk korps met een taakverdeling
Op centraal niveau à parallell, Franse Staat richt ook apart korps op = de nationale
marechaussee
Een politieprobleem in Lyon à wie treedt er op? Stedelijk? Nationale marechaussee? Beide?
1789: Franse Revolutie
Hervormen van nationale marechaussee à gardarmerie nationale
Fundamentele keuzes die men bevestigde:
- Ondubbelzinning nationaal korps
o Nationale belangen dienen
o Bevoegd op heel nationaal grondgebied
- Militair korps: fundamenteel
o Afzonderlijke krijgsmacht in het leger
o Veel problemen veroorzaken en verklaren later
- Bestuurlijke en gerechtelijk politieopdrachten uitoefenen in 1 hand
o Orde handhaven
o Misdrijven onderzoeken
o Hangen samen: via bestuurlijke opdrachten kom je in contact met burgers
waardoor er een kans is dat je preventief kan optreden en in samenhang bent
met gerechtelijke opdrachten
Stedelijk niveau:
- In grote steden en gemeente brengen ze de stedelijke korps onder leiding van
commissarisen van politie
- In kleinere streken komen er veldwachters
o Lokaal en landelijk
1795: deel wat wij nu België noemen wordt een onderdeel van Frankrijk
Frans model van politie werd ingevoerd in onze gebieden
1796: ministerie van politie opgericht onder leiding van politiediensten
Woelig klimaat: revolutionairen en tegenstanders van de revolutie dus groot belang aan
politiemacht en binnelandse zaken te zwak en justitie enkel gerechtelijke zaken dus nieuwe
minster van politie
Belangrijk à Josef fouché minister politie in 1799 (einde franse revolutie door staatsgreep
Napoleon) bouwt ministerie uit tot steunpilaar van dictatuur
Wat doet Fouché op vlak van de stedelijke en lokale niveau’s? hij maakt systeem waar er
een algemene comissarris komt boven de comissarrisen op stedelijk niveau per stad, die
algemene krijgt het bevel en hiërarchie over de comissarrisen per stad, verantwoording aan
Fouché
2
, Centraal niveau in franse staat: gendarmerie national: aansturing door minister van
politie
Korps onder leiding van comissarrisen: aansturing door algemene commissarris die
verantwoording aflegt aan minister van politie
Niet voor kleinere streken
II. HET VERENIGD KONINKRIJK DER NEDERLANDEN
Napolean verslagen in Waterloo 1815 tegen Britten, nieuwe staat opgericht Verenigd
Koninkrijk der Nederlanden onder leiding van koning Willem I
Nationaal niveau à opnieuw naamsverandering naar marechaussee
Voor de rest wijzigt men niks aan de basisfilosofie van de franse revolutie: nationaal korps
blijft
Wel minister van politie weg en dictatoriale elementen ook weg!
Heropbouwing marechaussee, maar vervolgens maakt men binnen justitie wel een functie
van commissaris generaal à zeggenschap over marechaussee bij uitoefening van
bestuurlijke en gerechtelijke opdrachten: minister van politie een andere naam geven maar
blijft wat het is want heeft zeggenschap over marechaussee en over lokale politie
HOOFDSTUK 2: DE ONTWIKKELINGEN VANAF DE BELGISCHE
ONAFHANKELIJKHEID TOT AAN DE TWEEDE WERELDOORLOG
I. UITBOUW VAN DE RIJKSWACHT
Bevoegdheden rijkswacht in wet geregeld in oud artikel van GW
Opties franse revolutionairen zijn behouden
- Nationaal korps onder nationale besturing: binnelandse zaken en justitie
- Aanwezig op het hele grondgebied
- Militair korps: het is deel van het leger
- Bestuurlijk en gerechtelijke opdrachten in 1 korps
Uitbouw à meer kazernes, voertuigen, personeel, opleidingen, … investeringen in de
rijkswacht!
Vanaf 1980 drietand: centraal niveau, territoriale eenheden, reserve: mobiel legioen
(probleem in Gent: nood aan veel hulp maar je kan mensen uit Antwerpen niet halen want
daar nodig dus reserve nodig die kan uitgeroepen worden als het nodig was)
1871: voorstel om stedelijke politie en veldwachters te integreren in de rijkswacht, context
van debat was ontevreden over gemeentepolitie
II. HET (DIS)FUNCTIONEREN VAN DE GEMEENTEPOLITIE EN DE LANDELIJKE
POLITIE
Kwaliteit lokale politie was ondermaats: niet in staat om orde te handhaven of misdrijven te
onderzoeken want volkse figuren die amper konden lezen of schrijven
3
, Nationaal niveau liep aan de grenzen aan: GW voorzag gemeentelijke autonomie voor alle
zaken van gemeentelijk belang à volgens GW mag nationale OH zich niet moeien met lokale
en gemeentelijke aangelegenheden, in deze periode was het typische voorbeeld de lokale
politie
Minster binnelandse en justitie en magistraten, rijkswacht, .. allemaal niet tevreden over de
lokale politie omdat er te weinig manschappen waren, konden er niks aan doen door GW
Enige die iets kon doen was de gemeente en daarvoor was geld nodig dus
gemeentebelasting verhogen maar gemeente wou dit niet doen omdat er toch de territoriale
rijkswacht was
- Na verloop van tijd komen er frustraties bij rijkswacht omdat zij zaken moesten doen
onder hun niveau
III. 1919: DE OPRICHTING VAN DE GERECHTELIJKE POLITIE BIJ DE PARKETTEN
Kritiek van magistraten: er zijn onvoldoende politiemensen die zijn opgeleid, lokaal kan er
niks mee gebeuren
Rijkswacht was vooral gericht op bedreigingen van de openbare orde, balans bestuurlijk
hoger dan gerechtelijk
Criminologie in volle opbloei en misdaad evolueerde
à 3de speler oprichten: gerechtelijke politie; debat heeft jaren geduurd, magistraten waren niet
meteen overtuigd (zij willen een verandering, er komt oplossing maar toch niet oke?)
2 belangrijke figuren:
- Van der Velde: eerste socialistische minister à oog voor ontwikkelingen in de
criminologie, was voor de aparte gerechtelijke politie
- Prins: directeur gevangeniswezen, sociaal verweer, voorstander gerechtelijke politie
Oprichting gerechtelijke politie: wet 1919!!!
Kritiek magistraten: kan mogelijk wapen worden dus we moeten dit uitsluiten
- Gerechtelijke politie creeëren BIJ DE PARKETTEN (GPP)
o Nieuw korps maar niet onder leiding bij minister van justitie, maar onder
leiding van parket
o Verdeeld over Belgisch grondgebied per arrondisementen: brigades
Na 1919: de politiekorpsen
KORPS BESTUURLIJKE GERECHTELIJKE
OPDRACHTEN OPDRACHTEN
Gemeentepolitie; korps in Ja (Ja) -> te weinig man dus
elke stad en elke gemeente eigelijk niet echt
dus 1000
Rijkswacht Ja Ja
Gerechtelijke politie bij de Nee Ja
parketten
4
POLITIE
INLEIDING: DE POLITIEFUNCTIE, HET POLITIEBESTEL EN HET POLITIERECHT 1
DEEL 1: DE HISTORISCHE ACHTERGRONDEN VAN HET HUIDIGE BELGISCHE POLITIEBESTEL 3
DEEL II: DE GEÏNTEGREERDE POLITIEDIENST, GESTRUCTUREERD OP TWEE NIVEAU’S 21
DEEL 3: OPDRACHTEN VAN BESTUUR VS OPDRACHTEN VAN GERECHTELIJKE 63
DEEL 4: DE BESTUURLIJKE EN GERECHTELIJKE POLITIONELE BEVOEGDHEDEN 87
DEEL V. HET TOEZICHT EN DE AANSPRAKELIJKHEID 130
DEEL VI. HET OPENBAAR MINISTERIE 134
DEEL 1: DE HISTORISCHE ACHTERGRONDEN VAN HET
HUIDIGE BELGISCHE POLITIEBESTEL
Vraagstukken in elk systeem:
1) verhouding tussen lokaal niveau en centraal niveau
a. in welke mate is er een centrale sturing op die lokale politiezorg?
b. In welke mate moeten die gemeenten gehoorzamen aan het nationale
niveau?
2) Wat is de positie van minister binnenlandse zaken in het politiebestel?
3) Wat is de positie van minister van justitie in politiebestel?
a. Zijn er besturingingsnstrumenten?
4) Wat is de verhouding tussen bestuurlijke opdrachten en gerechtelijke opdrachten?
5) Hoe zit het met taakverdeling in reguliere politeidiensten? Is er concurrentie bij?
6) Strategisch denken van de rijkswacht?
7) Actuele toestand annalyseren vanuit historisch perspectief
1
, HOOFDSTUK 1: DE PERIODE VOOR DE BELGISCHE
ONAFHANKELIJKHEID
I. FRANSE OORSPRONG VAN DE BELGISCHE POLITIE
17-18 eeuw:
de
Lokaal niveau in de grote steden (Parijs eerst) à aparte politie opgericht op stedelijk niveau,
hiervoor enkel ambtenaren die er mee bezig waren maar zonder structuur dus ze hadden
nood aan 1 stedelijk korps met een taakverdeling
Op centraal niveau à parallell, Franse Staat richt ook apart korps op = de nationale
marechaussee
Een politieprobleem in Lyon à wie treedt er op? Stedelijk? Nationale marechaussee? Beide?
1789: Franse Revolutie
Hervormen van nationale marechaussee à gardarmerie nationale
Fundamentele keuzes die men bevestigde:
- Ondubbelzinning nationaal korps
o Nationale belangen dienen
o Bevoegd op heel nationaal grondgebied
- Militair korps: fundamenteel
o Afzonderlijke krijgsmacht in het leger
o Veel problemen veroorzaken en verklaren later
- Bestuurlijke en gerechtelijk politieopdrachten uitoefenen in 1 hand
o Orde handhaven
o Misdrijven onderzoeken
o Hangen samen: via bestuurlijke opdrachten kom je in contact met burgers
waardoor er een kans is dat je preventief kan optreden en in samenhang bent
met gerechtelijke opdrachten
Stedelijk niveau:
- In grote steden en gemeente brengen ze de stedelijke korps onder leiding van
commissarisen van politie
- In kleinere streken komen er veldwachters
o Lokaal en landelijk
1795: deel wat wij nu België noemen wordt een onderdeel van Frankrijk
Frans model van politie werd ingevoerd in onze gebieden
1796: ministerie van politie opgericht onder leiding van politiediensten
Woelig klimaat: revolutionairen en tegenstanders van de revolutie dus groot belang aan
politiemacht en binnelandse zaken te zwak en justitie enkel gerechtelijke zaken dus nieuwe
minster van politie
Belangrijk à Josef fouché minister politie in 1799 (einde franse revolutie door staatsgreep
Napoleon) bouwt ministerie uit tot steunpilaar van dictatuur
Wat doet Fouché op vlak van de stedelijke en lokale niveau’s? hij maakt systeem waar er
een algemene comissarris komt boven de comissarrisen op stedelijk niveau per stad, die
algemene krijgt het bevel en hiërarchie over de comissarrisen per stad, verantwoording aan
Fouché
2
, Centraal niveau in franse staat: gendarmerie national: aansturing door minister van
politie
Korps onder leiding van comissarrisen: aansturing door algemene commissarris die
verantwoording aflegt aan minister van politie
Niet voor kleinere streken
II. HET VERENIGD KONINKRIJK DER NEDERLANDEN
Napolean verslagen in Waterloo 1815 tegen Britten, nieuwe staat opgericht Verenigd
Koninkrijk der Nederlanden onder leiding van koning Willem I
Nationaal niveau à opnieuw naamsverandering naar marechaussee
Voor de rest wijzigt men niks aan de basisfilosofie van de franse revolutie: nationaal korps
blijft
Wel minister van politie weg en dictatoriale elementen ook weg!
Heropbouwing marechaussee, maar vervolgens maakt men binnen justitie wel een functie
van commissaris generaal à zeggenschap over marechaussee bij uitoefening van
bestuurlijke en gerechtelijke opdrachten: minister van politie een andere naam geven maar
blijft wat het is want heeft zeggenschap over marechaussee en over lokale politie
HOOFDSTUK 2: DE ONTWIKKELINGEN VANAF DE BELGISCHE
ONAFHANKELIJKHEID TOT AAN DE TWEEDE WERELDOORLOG
I. UITBOUW VAN DE RIJKSWACHT
Bevoegdheden rijkswacht in wet geregeld in oud artikel van GW
Opties franse revolutionairen zijn behouden
- Nationaal korps onder nationale besturing: binnelandse zaken en justitie
- Aanwezig op het hele grondgebied
- Militair korps: het is deel van het leger
- Bestuurlijk en gerechtelijke opdrachten in 1 korps
Uitbouw à meer kazernes, voertuigen, personeel, opleidingen, … investeringen in de
rijkswacht!
Vanaf 1980 drietand: centraal niveau, territoriale eenheden, reserve: mobiel legioen
(probleem in Gent: nood aan veel hulp maar je kan mensen uit Antwerpen niet halen want
daar nodig dus reserve nodig die kan uitgeroepen worden als het nodig was)
1871: voorstel om stedelijke politie en veldwachters te integreren in de rijkswacht, context
van debat was ontevreden over gemeentepolitie
II. HET (DIS)FUNCTIONEREN VAN DE GEMEENTEPOLITIE EN DE LANDELIJKE
POLITIE
Kwaliteit lokale politie was ondermaats: niet in staat om orde te handhaven of misdrijven te
onderzoeken want volkse figuren die amper konden lezen of schrijven
3
, Nationaal niveau liep aan de grenzen aan: GW voorzag gemeentelijke autonomie voor alle
zaken van gemeentelijk belang à volgens GW mag nationale OH zich niet moeien met lokale
en gemeentelijke aangelegenheden, in deze periode was het typische voorbeeld de lokale
politie
Minster binnelandse en justitie en magistraten, rijkswacht, .. allemaal niet tevreden over de
lokale politie omdat er te weinig manschappen waren, konden er niks aan doen door GW
Enige die iets kon doen was de gemeente en daarvoor was geld nodig dus
gemeentebelasting verhogen maar gemeente wou dit niet doen omdat er toch de territoriale
rijkswacht was
- Na verloop van tijd komen er frustraties bij rijkswacht omdat zij zaken moesten doen
onder hun niveau
III. 1919: DE OPRICHTING VAN DE GERECHTELIJKE POLITIE BIJ DE PARKETTEN
Kritiek van magistraten: er zijn onvoldoende politiemensen die zijn opgeleid, lokaal kan er
niks mee gebeuren
Rijkswacht was vooral gericht op bedreigingen van de openbare orde, balans bestuurlijk
hoger dan gerechtelijk
Criminologie in volle opbloei en misdaad evolueerde
à 3de speler oprichten: gerechtelijke politie; debat heeft jaren geduurd, magistraten waren niet
meteen overtuigd (zij willen een verandering, er komt oplossing maar toch niet oke?)
2 belangrijke figuren:
- Van der Velde: eerste socialistische minister à oog voor ontwikkelingen in de
criminologie, was voor de aparte gerechtelijke politie
- Prins: directeur gevangeniswezen, sociaal verweer, voorstander gerechtelijke politie
Oprichting gerechtelijke politie: wet 1919!!!
Kritiek magistraten: kan mogelijk wapen worden dus we moeten dit uitsluiten
- Gerechtelijke politie creeëren BIJ DE PARKETTEN (GPP)
o Nieuw korps maar niet onder leiding bij minister van justitie, maar onder
leiding van parket
o Verdeeld over Belgisch grondgebied per arrondisementen: brigades
Na 1919: de politiekorpsen
KORPS BESTUURLIJKE GERECHTELIJKE
OPDRACHTEN OPDRACHTEN
Gemeentepolitie; korps in Ja (Ja) -> te weinig man dus
elke stad en elke gemeente eigelijk niet echt
dus 1000
Rijkswacht Ja Ja
Gerechtelijke politie bij de Nee Ja
parketten
4