H1: sociale waarneming
De eerste indruk
1) Percept: de waarneming met onze zintuigen
percep
van 4 gedrag
t
- Uiterlijk (ruiken, proeven, horen, zien,
voelen)
- Lichaamstaal
- gedrag concep
2) concept: de invulling t
onze hersenen gaan deze signalen filteren en
verdelen in concepten. Ze geven interpretatie aan het gene wat we
hebben waargenomen.
3) gedrag: je gaat bepaald gedrag stellen
Visuele cirkel (jouw gedrag wordt waargenomen enz..)
Mehrabian 7-38-55 regel
Als je gedrag stelt, reageren mensen hierop met inhoud, toon,
lichaamshouding
7% => inhoud (wat je zegt)
38% => toon (manier waarop je iets zegt)
55% => lichaamshouding
Deze regel is enkel van toepassing bij incongruentie
Incongruentie
= onovereenkomst. Wanneer inhoud niet overeenkomt met
lichaamshouding en toon.
DUS: mensen focussen zich meer op toon en lichaamshouding.
Gevaar: chat, mail, video’s,… => lichaamshouding en toon niet
waarneembaar
Automatisch proces
Door schema’s in ons hoofd krijgen we automatisch een idee van
iets of iemand in ons hoofd, zonder er écht Studentenverenigi
iets over te weten. ng
= spontane beeldvorming - Dronken
- Niet met opzet, automatisch - Veel feesten
- Slechte punten
- Niet altijd bewust
- Onverzorgd
- Zonder moeite/ aandacht
- Je kan het niet tegenhouden
,Bv. iemand wandelt voorbij en je denkt ‘wat een trut’
Bv. iemand komt in een pakje langs jou gewandeld in de trein. Je denkt
‘dat is de treinconducteur’
Zelfde met lezen. Je leest automatisch en kan het niet ontlezen.
Cognitieve schema’s
= innerlijke structuren over de wijze waarop bepaalde zaken/
gebeurtenissen samenhangen. Het zorgt ervoor dat wij de wereld kunnen
ordenen en structureren.
Jongen – lint – studentenclub – uitgaan – drinken – brossen – gebuisd –
sociaal
Volgens meeste mensen een juist schema;
kerst –rolstoel- sekswerker - skateboard – premier – hijab – hoest – zon
Volgens veel mensen geen juist schema omdat elementen niet
samen passen.
Basis van onze schema’s: ervaringen
Onze schema’s worden voortdurend aangevuld door het waarnemen
van dingen.
DUS: cognitieve schema’s zijn niet vast. Ze veranderen
voortdurend.
3 Functies: (volgens Vonk)
- Schijnwerper: relevante zaken pikken we eruit en nemen we op.
Bv. we schijnen met ons zaklamp naar de grond om een pad te
vinden tussen al het gras en modder.
- Gatenvuller: bij het zien van iets nieuw, gaan we dit aanvullen
met extra info zodat we komen tot een beeld.
Bv. je ziet een pad => ‘waarschijnlijk leidt dit naar de uitgang
van dit bos’
- Gedragswijzer: doen
Bv. we gaan het pad volgen om uit het bos te geraken
Bv.
Schijnwerper: man heeft een pas aan en loopt in de trein
Gatenvuller: hij zal wel de conducteur zijn die de kaartjeskomt scannen
Gedragswijzer: ik pak mijn treinticket.
‘Het sijhcnt neit zeeovl uit te meakn in wleke vrolgode de letrtes van een
worod satan.’
, Schijnwerper: We focussen ons op de eerste en laatste letter
Gatenvuller: gaat de rest van de letters invullen zodat het tot 1
woord vormt
Voordeel: het gebeurt snel en gemakkelijk
Nadeel:
- We gaan zo snel werken dat we dingen over het hoofd zien
- Stereotypering: we gaan op basis van stereotype handelen
Bv. foto van jongen in studentenclub => feestbeest, slechte
punten
Accuraatheid daalt.
Bv. Amadou Diallo
= een persoon (met een donkere huidskleur) die gewoon over straat loopt.
De politie krijgt een bericht binnen dat een man met donkere huidskleur
een vrouw heeft verkracht. De politie gaat over straat zoeken en zien
Amadou Diallo. Ze beginnen te roepen dat hij moet stilstaan en zijn ID
moet laten zien. Amadou diallio is in de war en wilt zijn ID uit zijn zak
halen maar hierdoor schiet de politieagent hem neer.
Politiestandpunt :
Schijnwerper: de hand van de jongeman verdwijnt in de binnenzak
Gatenvuller: hij neemt een pistool
Gedragswijzer: verdedigen door aan te vallen
Experiment: ‘shooting experiment Corell
Politieagenten moesten 2 spellen spelen:
Spel 1: ongewapend
Conditie 1: agenten moeten alle witte daders doodschieten
Conditie 2: agenten moeten alle daders met donkere huidskleur
doodschieten
Spel 2: gewapend
Conditie 1: agenten moeten alle witte daders doodschieten
Conditie 2: agenten moeten alle daders met donkere huidskleur
doodschieten
Conclusie:
Veel meer ongewapende mensen met
donkere huidskleur waren beschoten,
dan zonder. Het schieten op mensen
met donkere huidskleur gebeurde ook
sneller. Er werden veel meer foute
mensen doodgeschoten.
, Zelfde experiment uitgevoerd let arab-muslim en Turkse afkomst
= er werd veel sneller geschoten op Turkse en arab-muslim afkomst.
The shooter bias
= brede en systematische vooringenomenheid
Op basis van huidskleur worden er beslissingen gemaakt.
- In verschillende culturele contexten
- Te maken met beeldvorming + sociale categorisatie en
stereotypering
Iedereen heeft vooroordelen over culturen. Je kan er niets aandoen, maar
je hebt wel in handen wat je ermee doet.
Wanneer welke schama’s?
Negatieve stimuli krijgt voorrang
Bv. steentje in schoen, slechte punten, regen, puist, natte mouw,..
Cultuur: je hebt verschillende culturen die allemaal je handelen
gaan beïnvloeden.
Bv. huiscultuur, werkcultuur, schoolcultuur,..
School en onderwijs: ze sturen de informatie die jullie krijgen.
Bv. scholen die praten over de witte mannen die hebben
bijgedragen aan de welvaart, niet over mensen met donkere
huidskleur die werkte in de mijnen.
Eigen ervaringen
Bv. hond heeft je eens gebeten dus je ontwijkt nu houden, vroeger
straf omdat je slechte punten had dus nu best doen voor goede
punten,..
Actuele gemoedstoestand
Bv. je bent verliefd en mama vraagt om afwas te doen=> je doet
hetµ
je hebt examenstress en mama vraagt om afwas te doen => je
reageert irriteert.
Persoonlijkheidseigenschappen
Bv. er ligt super veel rommel => als je chaotisch persoon bent:
maakt niet veel uit. Als je gestructureerd bent: je gaat gelijk
opruimen