hoofdstuk 14: werkloosheid, inflatie & de Philips-curve
1. inleiding
evolutie van de werkloosheidsgraad (in % van de actieve bevolking) VS, Japan,
EU15 en België: 1960-2018
werkloosheidsgraad:
Figuur 1 illustreert conjunctuurgevoeligheid van werkloosheidsgraad
- ’60 –’70: beperkte werkloosheidsgraad
- Oliecrisis: drastische stijging
- België en Europa: 1975-1985 structurele eerder dan cyclische
werkloosheid
• institutionele kenmerken arbeidsmarkt
- drastische stijging door financieel-economische crisis
Laatste 15 jaar EU slechter dan VS en Japan
2. werkloosheid
2.1. Werkloosheid & inactiviteit
Werkloosheid =onderbenutting van de productiefactor arbeid
- Belgische statistieken: ‘uitkeringsgerechtigde volledige werklozen’
= werkzoekenden die ook een uitkering ontvangen van de Rijksdienst voor
Arbeidsvoorziening, administratieve gegevens beschikbaar
Werkloosheidspercentage:
- u = werkloosheidspercentage
- A=L+U
- Werkloosheidspercentage berekend in verhouding tot omvang actieve
bevolking
Niet verhouding tot aantal personen op actieve leeftijd
, Actieve bevolking = aantal werkenden + aantal werklozen
Werkgelegendheidsgraad:
Uitgedrukt in percentage vd bevolking op actieve leeftijd
B = totale bevolking
Bal = bevolking op actieve leeftijd
Bnal = bevolking op niet-actieve leeftijd
- Niet actieve personen op actieve leeftijd -> niet in
werkloosheidsstatistieken opgenomen
- Discouraged workers = personen die wel geïnteresseerd zijn in een
betrekking, maar ontmoedigd zijn & zich uit arbeidsmarkt hebben
teruggetrokken
Arbeidsmarktproblemen
- Stagnerende arbeidsparticipatie (onder het gemiddelde)
- Grote verschillen qua werkgelegenheid en werkloosheid
tussen de gewesten
subgroepen van de bevolking,
• migrantenachtergrond,
• ouderen
• laaggeschoolde jongeren.
- Beperkte interregionale arbeidsmobiliteit
- “mismatch”: mankerende vaardigheden
Werkloosheid & inactiviteit: kosten (Werkloosheid is om verschillende redenen
ongewenst)
- Economisch:
1. inleiding
evolutie van de werkloosheidsgraad (in % van de actieve bevolking) VS, Japan,
EU15 en België: 1960-2018
werkloosheidsgraad:
Figuur 1 illustreert conjunctuurgevoeligheid van werkloosheidsgraad
- ’60 –’70: beperkte werkloosheidsgraad
- Oliecrisis: drastische stijging
- België en Europa: 1975-1985 structurele eerder dan cyclische
werkloosheid
• institutionele kenmerken arbeidsmarkt
- drastische stijging door financieel-economische crisis
Laatste 15 jaar EU slechter dan VS en Japan
2. werkloosheid
2.1. Werkloosheid & inactiviteit
Werkloosheid =onderbenutting van de productiefactor arbeid
- Belgische statistieken: ‘uitkeringsgerechtigde volledige werklozen’
= werkzoekenden die ook een uitkering ontvangen van de Rijksdienst voor
Arbeidsvoorziening, administratieve gegevens beschikbaar
Werkloosheidspercentage:
- u = werkloosheidspercentage
- A=L+U
- Werkloosheidspercentage berekend in verhouding tot omvang actieve
bevolking
Niet verhouding tot aantal personen op actieve leeftijd
, Actieve bevolking = aantal werkenden + aantal werklozen
Werkgelegendheidsgraad:
Uitgedrukt in percentage vd bevolking op actieve leeftijd
B = totale bevolking
Bal = bevolking op actieve leeftijd
Bnal = bevolking op niet-actieve leeftijd
- Niet actieve personen op actieve leeftijd -> niet in
werkloosheidsstatistieken opgenomen
- Discouraged workers = personen die wel geïnteresseerd zijn in een
betrekking, maar ontmoedigd zijn & zich uit arbeidsmarkt hebben
teruggetrokken
Arbeidsmarktproblemen
- Stagnerende arbeidsparticipatie (onder het gemiddelde)
- Grote verschillen qua werkgelegenheid en werkloosheid
tussen de gewesten
subgroepen van de bevolking,
• migrantenachtergrond,
• ouderen
• laaggeschoolde jongeren.
- Beperkte interregionale arbeidsmobiliteit
- “mismatch”: mankerende vaardigheden
Werkloosheid & inactiviteit: kosten (Werkloosheid is om verschillende redenen
ongewenst)
- Economisch: