, Forensisch psychopathologie: samenvatting eindtoets
Hoorcollege 1
Psychose: stoornis realiteitstoestand
Kenmerken:
- Waan → je denkt dat iets waar is wat niet waar is.
- Hallucinaties → je ziet, denkt, voelt, ruikt, proeft, voelt iets wat er niet is.
Schizofrenie: psychosegevoeligheid
Kenmerken:
- Psychose → wanen/ hallucinaties
- Functioneren verminderd
- Langer durend → vaak elkaar opvolgende psychotische episoden zonder
(volledig) herstel.
Psychoactieve stoffen: kunnen leiden tot een psychose en invloed hebben op
impulscontrole, emotie regulatie en ernstige stemmingsontregeling. Gevolgen
van psychoactieve stoffen:
1. Directe gevolgen = invloed/ intoxicatie
2. Afhankelijkheid
3. Hersenschade
Culpa in causa = schuld door oorzaak ( niet succesvol op strafuitsluiting kunnen
beroepen).
Depressie
,Antisociale persoonlijkheidsstoornis
Vraagstelling in rapportage
0. Weigert?
1. Stoornis nu?
2. Stoornis ten tijde van ten laste gelegde?
3. Beïnvloedde de eventuele stoornis het gedrag ten tijde van ten laste gelegde?
4. A) Hoe?
B) toerekenen?
C) Verminderde mate toe te rekenen, preciseer dit gedragskundige.
5. A) Risico op recidive?
B) Welke beschermende functies?
C) Andere conditie?
D) Onderlinge beïnvloeding?
6. A) Interventies om recidivegevaar te beperken?
B) Binnen welk juridisch kader gerealiseerd?
→ (Als je onder 23 jaar bent) minderjarigenstrafrecht toe te passen?
Behandelingen
- Medicijnen: voordelen/ nadelen
- Psychotherapie
- Sociale interventies, dagbesteding
- Electroconvulsie therapie: kleine stroomstoten in de hersenen
- Deep brain stimulation
- NB: behandeling lichamelijke toestand
Literatuur HC 1
Stoornis en delict: H2 het deskundigenonderzoek
Pro Justitia rapportage
Een PJ-rapportage is een rapport van een psycholoog en/of psychiater over een
verdachte. Wordt meestal aangevraagd door de officier van justitie of rechter.
Alleen bij ernstige delicten of vermoeden van een stoornis. Varianten van een PJ
, rapportage:
- Monodisciplinair → 1 deskundige
- Multidisciplinair → psycholoog + psychiater
- Triple onderzoek → + milieuonderzoeker
- Klinisch (bv. Pieter Baan Centrum) → meest uitgebreid
Standaardvraagstelling PJ-rapport
Deskundige beantwoord altijd 4 kernvragen:
1. Is er een psychische stoornis?
2. Heeft de stoornis invloed gehad op het delict en in welke mate is dit toe te
rekenen?
3. Hoe groot is de kans op herhaling?
4. Welke behandelingen/ interventie is nodig?
Onderzoeksmethoden
Deskundigen gebruiken o.a.:
- Gesprekken (diagnostisch interview)
- Psychologische tests en vragenlijsten
- Informatie van derden (familie etc.)
- Observaties (bv. in kliniek)
Diagnostiek (forensisch)
Centraal staat: invloed van de stoornis op de keuzevrijheid.
Vragen:
Kon verdachte anders handelen?
Had hij inzicht in de gevolgen?
Kon hij gedrag controleren?
Doorwerking & toerekening
Twee stappen:
1. Gelijktijdigheid → was de stoornis aanwezig tijdens delict?
2. Doorwerking → heeft de stoornis gedrag beïnvloed?
Mogelijke uitkomsten:
Volledig toerekenbaar → geen invloed
Verminderd toerekenbaar → deels invloed
Niet toerekenbaar → sterke invloed (causaal verband)
Belangrijke concepten
Betekenis verband → stoornis beïnvloedt gedrag
Causaal verband → stoornis veroorzaakt gedrag
Valkuil: delict diagnostiek → diagnose baseren op het delict (fout!)
Risicoanalyse (recidive)
Inschatten hoe groot de kans is op herhaling. Wordt gebaseerd op: risicofactoren,
beschermende factoren en klinische inschatting.
Hiervoor wordt Risk-Need-Responsivity gebruikt:
Risk → hoe groot is het risico?
Need → Wat moet behandeld worden?
Responsivity → wat werkt voor deze persoon?
Advisering aan de rechter
Meest voorkomende advies:
- Voorwaardelijke straf + behandeling
Hoorcollege 1
Psychose: stoornis realiteitstoestand
Kenmerken:
- Waan → je denkt dat iets waar is wat niet waar is.
- Hallucinaties → je ziet, denkt, voelt, ruikt, proeft, voelt iets wat er niet is.
Schizofrenie: psychosegevoeligheid
Kenmerken:
- Psychose → wanen/ hallucinaties
- Functioneren verminderd
- Langer durend → vaak elkaar opvolgende psychotische episoden zonder
(volledig) herstel.
Psychoactieve stoffen: kunnen leiden tot een psychose en invloed hebben op
impulscontrole, emotie regulatie en ernstige stemmingsontregeling. Gevolgen
van psychoactieve stoffen:
1. Directe gevolgen = invloed/ intoxicatie
2. Afhankelijkheid
3. Hersenschade
Culpa in causa = schuld door oorzaak ( niet succesvol op strafuitsluiting kunnen
beroepen).
Depressie
,Antisociale persoonlijkheidsstoornis
Vraagstelling in rapportage
0. Weigert?
1. Stoornis nu?
2. Stoornis ten tijde van ten laste gelegde?
3. Beïnvloedde de eventuele stoornis het gedrag ten tijde van ten laste gelegde?
4. A) Hoe?
B) toerekenen?
C) Verminderde mate toe te rekenen, preciseer dit gedragskundige.
5. A) Risico op recidive?
B) Welke beschermende functies?
C) Andere conditie?
D) Onderlinge beïnvloeding?
6. A) Interventies om recidivegevaar te beperken?
B) Binnen welk juridisch kader gerealiseerd?
→ (Als je onder 23 jaar bent) minderjarigenstrafrecht toe te passen?
Behandelingen
- Medicijnen: voordelen/ nadelen
- Psychotherapie
- Sociale interventies, dagbesteding
- Electroconvulsie therapie: kleine stroomstoten in de hersenen
- Deep brain stimulation
- NB: behandeling lichamelijke toestand
Literatuur HC 1
Stoornis en delict: H2 het deskundigenonderzoek
Pro Justitia rapportage
Een PJ-rapportage is een rapport van een psycholoog en/of psychiater over een
verdachte. Wordt meestal aangevraagd door de officier van justitie of rechter.
Alleen bij ernstige delicten of vermoeden van een stoornis. Varianten van een PJ
, rapportage:
- Monodisciplinair → 1 deskundige
- Multidisciplinair → psycholoog + psychiater
- Triple onderzoek → + milieuonderzoeker
- Klinisch (bv. Pieter Baan Centrum) → meest uitgebreid
Standaardvraagstelling PJ-rapport
Deskundige beantwoord altijd 4 kernvragen:
1. Is er een psychische stoornis?
2. Heeft de stoornis invloed gehad op het delict en in welke mate is dit toe te
rekenen?
3. Hoe groot is de kans op herhaling?
4. Welke behandelingen/ interventie is nodig?
Onderzoeksmethoden
Deskundigen gebruiken o.a.:
- Gesprekken (diagnostisch interview)
- Psychologische tests en vragenlijsten
- Informatie van derden (familie etc.)
- Observaties (bv. in kliniek)
Diagnostiek (forensisch)
Centraal staat: invloed van de stoornis op de keuzevrijheid.
Vragen:
Kon verdachte anders handelen?
Had hij inzicht in de gevolgen?
Kon hij gedrag controleren?
Doorwerking & toerekening
Twee stappen:
1. Gelijktijdigheid → was de stoornis aanwezig tijdens delict?
2. Doorwerking → heeft de stoornis gedrag beïnvloed?
Mogelijke uitkomsten:
Volledig toerekenbaar → geen invloed
Verminderd toerekenbaar → deels invloed
Niet toerekenbaar → sterke invloed (causaal verband)
Belangrijke concepten
Betekenis verband → stoornis beïnvloedt gedrag
Causaal verband → stoornis veroorzaakt gedrag
Valkuil: delict diagnostiek → diagnose baseren op het delict (fout!)
Risicoanalyse (recidive)
Inschatten hoe groot de kans is op herhaling. Wordt gebaseerd op: risicofactoren,
beschermende factoren en klinische inschatting.
Hiervoor wordt Risk-Need-Responsivity gebruikt:
Risk → hoe groot is het risico?
Need → Wat moet behandeld worden?
Responsivity → wat werkt voor deze persoon?
Advisering aan de rechter
Meest voorkomende advies:
- Voorwaardelijke straf + behandeling