Weer en Klimaat
HAVO 4
Iza Rozenburg
(onderstaande foto´s zelfgemaakt in Ijsland)
1
,Voorwoord
Deze periode gaat over weer en klimaat.
Klimaat is de toestand van de dampkring over een lange periode over een groot gebied
terwijl het weer de toestand van de dampkring is op een bepaald moment op een relatief
klein gebied.
De klimaten veranderen van de polen naar de evenaar van koud naar warm. Het weer wordt
bepaald door hoge- en lagedrukgebieden en winden.
In deze periode kijken wij hoe wind ontstaat en hoe de grote windsystemen op aarde
werken met daarbij de hoge- en lagedrukgebieden.
Wij kijken naar het verschijnsel El Nino en wat deze verstoring in het weer voor problemen
kan veroorzaken.
Andere weersverschijnselen zoals orkanen en tornado's komen aan bod met oorzaken en
gevolgen.
En verder worden ijstijden behandeld om te zien hoe het klimaat in het verleden is
veranderd en het broeikaseffect wordt behandeld omdat dit een grote impact heeft op het
klimaat zoals wij het nu kennen en in de toekomst.
2
,Inhoudsopgave Pagina
Voorpagina 1
Voorwoord 2
Inhoudsopgave 3
Dag 1 4 t/m 9
Dag 2 10 t/m 11
Dag 3 12 t/m 14
Dag 4 15 t/m 17
Dag 5 18 t/m 19
Dag 6 20 t/m 23
Dag 7 24 t/m 26
Dag 8 27 t/m 29
Dag 9 30 t/m 33
Dag 10 34 t/m 36
Dag 11 37 t/m 40
Dag 12 41 t/m 43
Dag 13 44
Nawoord 45
3
, Dag 1
DE ATMOSFEER
- Geef definities weer en klimaat en benoem het verschil
Het weer : de toestand van de dampkring op een bepaald moment en voor een klein
gebied.
Het klimaat: de gemiddelde toestand van het weer over een lange periode en voor een
groot gebied.
- Leg uit wat stralingsbalans is
Stralingsbalans: de optelsom van de kortgolvige instraling (zonlicht) op aarde, de naar het
heelal teruggekaatste straling en de langgolvige uitstraling (warmte) van de aarde.
Stralingsbalans is het netto resultaat van alle instraling van de zon en de weerkaatsing
absorptie daarvan in de atmosfeer/aan het aardoppervlak.
Stralingsbalans en energiebalans zijn hetzelfde!
- Benoem de 4 verschillende sferen en plak afbeelding in je Word document: biosfeer,
atmosfeer, lithosfeer.
Onze atmosfeer heeft verschillende luchtlagen. De meesten onder ons denken hoe hoger
men gaat hoe kouder het wordt. Wel, dat moet even tegengesproken worden. We
onderscheiden de troposfeer, stratosfeer, mesosfeer, thermosfeer en exosfeer. De eerste
luchtlaag bevindt zich op een hoogte van 16 tot 18 km. Het gaat hier om de troposfeer
waarbij de temperatuur daalt tot -52°C en waar de meeste meteorologische verschijnselen
ontstaan. Hier wordt het weer gemaakt.
Stratosfeer
De stratosfeer bevindt zich op een hoogte vanaf 17 km. Op het laagste punt van de
stratosfeer vriest het -50°C. Op het hoogste punt van de stratosfeer stijgt het kwik van 0 tot
30°C. Op een altitude van 50 km gaat de stratosfeer over in de mesosfeer.
Mesosfeer (atmosfeer)
4
HAVO 4
Iza Rozenburg
(onderstaande foto´s zelfgemaakt in Ijsland)
1
,Voorwoord
Deze periode gaat over weer en klimaat.
Klimaat is de toestand van de dampkring over een lange periode over een groot gebied
terwijl het weer de toestand van de dampkring is op een bepaald moment op een relatief
klein gebied.
De klimaten veranderen van de polen naar de evenaar van koud naar warm. Het weer wordt
bepaald door hoge- en lagedrukgebieden en winden.
In deze periode kijken wij hoe wind ontstaat en hoe de grote windsystemen op aarde
werken met daarbij de hoge- en lagedrukgebieden.
Wij kijken naar het verschijnsel El Nino en wat deze verstoring in het weer voor problemen
kan veroorzaken.
Andere weersverschijnselen zoals orkanen en tornado's komen aan bod met oorzaken en
gevolgen.
En verder worden ijstijden behandeld om te zien hoe het klimaat in het verleden is
veranderd en het broeikaseffect wordt behandeld omdat dit een grote impact heeft op het
klimaat zoals wij het nu kennen en in de toekomst.
2
,Inhoudsopgave Pagina
Voorpagina 1
Voorwoord 2
Inhoudsopgave 3
Dag 1 4 t/m 9
Dag 2 10 t/m 11
Dag 3 12 t/m 14
Dag 4 15 t/m 17
Dag 5 18 t/m 19
Dag 6 20 t/m 23
Dag 7 24 t/m 26
Dag 8 27 t/m 29
Dag 9 30 t/m 33
Dag 10 34 t/m 36
Dag 11 37 t/m 40
Dag 12 41 t/m 43
Dag 13 44
Nawoord 45
3
, Dag 1
DE ATMOSFEER
- Geef definities weer en klimaat en benoem het verschil
Het weer : de toestand van de dampkring op een bepaald moment en voor een klein
gebied.
Het klimaat: de gemiddelde toestand van het weer over een lange periode en voor een
groot gebied.
- Leg uit wat stralingsbalans is
Stralingsbalans: de optelsom van de kortgolvige instraling (zonlicht) op aarde, de naar het
heelal teruggekaatste straling en de langgolvige uitstraling (warmte) van de aarde.
Stralingsbalans is het netto resultaat van alle instraling van de zon en de weerkaatsing
absorptie daarvan in de atmosfeer/aan het aardoppervlak.
Stralingsbalans en energiebalans zijn hetzelfde!
- Benoem de 4 verschillende sferen en plak afbeelding in je Word document: biosfeer,
atmosfeer, lithosfeer.
Onze atmosfeer heeft verschillende luchtlagen. De meesten onder ons denken hoe hoger
men gaat hoe kouder het wordt. Wel, dat moet even tegengesproken worden. We
onderscheiden de troposfeer, stratosfeer, mesosfeer, thermosfeer en exosfeer. De eerste
luchtlaag bevindt zich op een hoogte van 16 tot 18 km. Het gaat hier om de troposfeer
waarbij de temperatuur daalt tot -52°C en waar de meeste meteorologische verschijnselen
ontstaan. Hier wordt het weer gemaakt.
Stratosfeer
De stratosfeer bevindt zich op een hoogte vanaf 17 km. Op het laagste punt van de
stratosfeer vriest het -50°C. Op het hoogste punt van de stratosfeer stijgt het kwik van 0 tot
30°C. Op een altitude van 50 km gaat de stratosfeer over in de mesosfeer.
Mesosfeer (atmosfeer)
4