Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Examenvragen toxicologie uitgewerkt

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
77
Geüpload op
02-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit zijn alle examenvragen die ik online heb kunnen terugvinden (links, documenten, Homoveterinarius, …). De antwoorden zijn uitgewerkt met behulp van ChatGPT Pro, uitsluitend op basis van mijn samenvatting/lessen. Elk antwoord is onderbouwd met informatie uit de lessen en/of de samenvatting.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Examenvragen toxicologie
Exameninfo
 4 open vragen
 20 meerkeuze vragen

Inhoudsopgave
Link 2.............................................................................................................................. 3
Open vragen................................................................................................................................. 3
Meerkeuzevragen....................................................................................................................... 21

Link 3............................................................................................................................. 39
Open vragen............................................................................................................................... 39

Link 4............................................................................................................................. 62
Open vragen............................................................................................................................... 62

Link 5............................................................................................................................. 65
Open vragen............................................................................................................................... 65
Meerkeuzevragen....................................................................................................................... 67

Voorbeeldexamen AJ23-241.............................................................................................71
Open vragen............................................................................................................................... 71

Examenvragen 2e semester M1.......................................................................................72
Meerkeuze.................................................................................................................................. 72
Open vragen............................................................................................................................... 77

,
,Link 2
Open vragen
1) Bespreek 2 middelen uit verschillende klassen die als slakkenkorrel gebruikt kunnen worden en toxisch zijn
voor de hond. Geef de pathogenese, symptomen en behandeling (10 punten)
Metaldehyde is een aldehyde-achtige verbinding die als molluscicide wordt gebruikt. In de maag wordt
acetaldehyde gevormd dat verder wordt gedetoxificeerd tot CO₂. Daarnaast werkt metaldehyde in op de
GABA-receptoren, waardoor de hoeveelheid GABA en de chloride-instroom dalen, het rustpotentiaal
verdwijnt en excitatie met convulsies ontstaat. De stof heeft bovendien een sterk lokaal etsende werking
en veroorzaakt na resorptie een hypnotische werking op het centraal zenuwstelsel met centraal-nerveuze
verschijnselen. De symptomen treden meestal binnen 30 minuten op, soms pas na drie uur, en omvatten
incoördinatie, angst, hyperpnee, tachycardie, spierspasmen, tremor, convulsies, opisthotonus en
ademhalingsparalyse; bij katten wordt typisch nystagmus gezien. De behandeling bestaat uit toediening
van diazepam intraveneus aan 0,5 mg/kg als anti-convulsivum.

Methiocarb behoort tot de organische carbamaatesters en wordt eveneens als slakkengif gebruikt. Het
veroorzaakt remming van acetylcholinesterase door carbamylatie van de serine-OH-groep, wat leidt tot
opstapeling van acetylcholine en een hypercholinerg syndroom. Deze remming is reversibeler en korter
durend dan bij fosfaatesters, maar blijft klinisch relevant. Klinisch ziet men hypersalivatie, gastro-
intestinale krampen met diarree, spiertrillingen en myosis. De behandeling bestaat uit herhaalde
toediening van atropine, terwijl oximes tegenaangewezen zijn bij carbamaatintoxicatie.

Samengevat veroorzaakt metaldehyde via GABA-inhibitie convulsies en wordt het behandeld met
diazepam, terwijl methiocarb door acetylcholinesteraseremming een hypercholinerg beeld geeft dat
behandeld wordt met atropine zonder gebruik van oximes.

2) Bespreek/vergelijk de inhalatie van nitreuze gassen en ammoniak. Geef de etiologie, pathogenese en
behandeling. (10 punten)
Nitreuze gassen, waaronder NO₂, NO, N₂O₃ en N₂O₄, worden gevormd wanneer salpeterzuur in contact
komt met organisch materiaal en bij verbrandingsprocessen in motoren en industrie. Deze gassen bevatten
stikstof, zijn zwaarder dan lucht en kunnen daardoor gemakkelijk ingeademd worden. Verdere
pathogenese of specifieke letsels worden in de samenvatting niet expliciet beschreven. Ook een specifieke
behandeling wordt niet vermeld, zodat men zich volgens de samenvatting moet beperken tot algemene
therapie bij intoxicaties, zoals stabilisatie van vitale functies, het vertragen van de resorptie, het versnellen
van de eliminatie en een symptomatische behandeling.

Voor ammoniak worden in de beschikbare samenvatting geen gegevens gegeven over etiologie,
pathogenese of behandeling. Hierdoor kan op basis van deze samenvatting geen inhoudelijk antwoord
worden geformuleerd zonder gebruik te maken van externe bronnen.

Samengevat bevat de samenvatting enkel beperkte informatie over nitreuze gassen, voornamelijk
betreffende hun vorming en algemene kenmerken, terwijl gegevens over ammoniak en over een
gedetailleerde pathogenese of therapie ontbreken en dus niet uit de samenvatting kunnen worden
afgeleid.

,3) Waarvoor wordt ethyleenglycol gebruikt. Geef de symptomen en behandeling bij intoxicatie van kleine
huisdieren. (5 punten)
Ethyleenglycol wordt gebruikt als antivries en is een kleurloze, reukloze en zoetsmakende vloeistof die
gemakkelijk wordt opgenomen. Hierdoor bestaat er vooral risico bij honden en katten die lekjes uit
autoradiatoren oplikken.

De intoxicatie veroorzaakt metabole en centraal-zenuwstelselstoornissen door de vorming van glycol- en
glyoxyzuur, wat leidt tot verstoring van de citroenzuurcyclus, een toename van melkzuur en uiteindelijk
een metabole acidose. Klinisch treden alcoholintoxicatie-achtige verschijnselen en krampaanvallen op.
Cardiopulmonaal ontstaat hypocalcemie met contractiestoornissen, die in combinatie met hyperkaliëmie
kan leiden tot hartstilstand. Daarnaast is er renale aantasting met nierinsufficiëntie, anurie en pijnlijke
nieren.

De behandeling bestaat uit intraveneuze toediening van bicarbonaat om de metabole acidose te corrigeren
en het induceren van osmotische diurese met mannitol ter verbetering van de nierperfusie. Als antidoot
wordt bij de hond fomepizole gebruikt, een competitieve inhibitor van alcoholdehydrogenase die de
vorming van toxische metabolieten zoals oxaalzuur vermindert. Bij de kat wordt intraveneus ethanol
toegediend, dat in competitie treedt voor alcoholdehydrogenase en preferentieel wordt gemetaboliseerd
tot azijnzuur.

Samengevat veroorzaakt een antivriesintoxicatie metabole acidose, hypocalcemie en acuut nierfalen, en
berust de behandeling op correctie van de acidose, stimulatie van de diurese en remming van
alcoholdehydrogenase met fomepizole bij de hond en ethanol bij de kat.

4) Paard met onrust, stijve gang, zweten, hartaritmieën, gestegen creatine kinase en troponine I…. Het paard
kreeg sinds recent een nieuwe graanmix gevoederd. Welke intoxicatie is dit? Geef de pathogenese en behandeling
(5 punten) -> ionoforen?
De beschreven casus bij het paard met onrust, stijve gang, zweten, hartritmestoornissen en gestegen
creatinekinase en troponine I na het recent voederen van een nieuwe graanmix past het best bij
een intoxicatie met ionoforen (bv. monensine). Paarden behoren tot de meest gevoelige diersoorten en
intoxicatie ontstaat meestal accidenteel door opname van premixresten of kruiscontaminatie van voeders
die bestemd zijn voor rundvee of pluimvee.

De pathogenese berust op interferentie van ionoforen met Na⁺-, K⁺-, Ca²⁺- en Mg²⁺-ionen, waarbij
complexvorming en depletie van deze ionen optreden. Hierdoor ontstaat een verstoring van het
intracellulaire ionenevenwicht met beschadiging van vooral spiercellen, inclusief hartspiercellen.

Klinisch vertonen paarden eerst anorexie en lichte koliek, gevolgd door cardiale symptomen zoals stijging
van troponine I, hartritmestoornissen en cardiaal oedeem. In een later stadium ontstaan progressieve
ataxie, sterk zweten, paralyse en uiteindelijk sterfte.

Een specifieke behandeling is volgens de samenvatting niet beschikbaar.

,5) Stikstofgassen (bronnen, pathogenese, symptomen, behandeling) (10 punten)
Met “stikstofgassen” wordt in deze context in je samenvatting in de eerste plaats verwezen naar nitreuze
gassen (NO₂, NO, N₂O₃, N₂O₄), omdat daarvan expliciet de bronnen, pathogenese, symptomen en
behandeling worden besproken. Ammoniak wordt wel behandeld, maar vooral als apart
intoxicatiesyndroom met andere pathogenese en kliniek, niet als klassiek inhalatie-stikstofgas in deze
vraagstelling.

Nitreuze gassen ontstaan onder meer bij contact van salpeterzuur met organisch materiaal, bij
verbrandingsprocessen in motoren en industrie, bij lekken van luchtwassers in de veehouderij en tijdens
het inkuilproces van nitraatrijke planten waarbij gasophoping kan optreden.

Na inhalatie reageren deze gassen met water ter hoogte van de mucosa tot salpeterzuur of salpeterig zuur,
wat een sterke kaustische en etsende werking veroorzaakt op vooral de ademhalingswegen. Daarnaast
kunnen verbindingen met alkaliën nitrietvorming geven; hoge concentraties veroorzaken shock door
vasodilatatie, terwijl lagere concentraties methemoglobinemie kunnen induceren.
Klinisch leidt dit tot irritatie van de slijmvliezen met tranenvloei, hoesten, conjunctivitis, niezen, rhinitis,
pneumonie en longemfyseem, gevolgd door methemoglobinemie, cyanose en verstikking.
De behandeling is hoofdzakelijk symptomatisch. Indien er reeds longletsels aanwezig zijn, is curatieve
therapie niet meer mogelijk; men voorziet verse lucht, behandelt longoedeem met diuretica, ondersteunt
de hartfunctie met cardiotonica, geeft eventueel preventief antibiotica tegen pneumonie en kan
corticosteroïden toedienen tegen inflammatie.
Samengevat: bij de examenvraag over stikstofgassen wordt primair gedoeld op nitreuze gassen, niet op
ammoniak. Deze veroorzaken via zuurvorming een kaustische longbeschadiging met methemoglobinemie,
en de behandeling is voornamelijk symptomatisch en ondersteunend.

6) Foto gele plant (Jakobskruiskruid) (symptomen, behandeling) (10 punten)
De afgebeelde gele plant betreft Jakobskruiskruid, dat
pyrrolizidine-alkaloïden bevat en vooral toxisch is voor paarden
en runderen. Onder normale omstandigheden wordt de plant
weinig opgenomen door zijn bittere smaak, maar bij
voedertekort of wanneer het kruid gedroogd in hooi aanwezig
is, verliezen dieren dit vermijdingsgedrag en kan chronische opname optreden. De intoxicatie verloopt
meestal chronisch; acute intoxicaties zijn zeldzaam.

De pathogenese berust op hepatische bioactivatie tot toxische metabolieten met vorming van reactieve
zuurstofspecies. Zolang detoxificatie via glutathionconjugatie mogelijk is, blijft schade beperkt, maar bij
overschrijden van deze capaciteit ontstaan levercelnecrose en fibrose, wat leidt tot progressieve
leverinsufficiëntie. Door verminderde leverdetoxificatie ontstaat hepato-encefalopathie met
zenuwstoornissen. Leverfalen veroorzaakt daarnaast fotosensibilisatie met korstige huidletsels en
biochemische afwijkingen zoals laag ureum, verhoogd ammoniak, stijging van leverenzymen en daling van
albumine.

Klinisch ziet men spierzwakte, loomheid, koliekverschijnselen, excitatie gevolgd door slaperigheid en een
moeilijke gang bij het paard, evenals vermagering en anorexie. Runderen vertonen slechte eetlust,
vermagering, dalende melkproductie met lage vet- en eiwitgehaltes, aanhoudend persen en
rectumprolaps.

De behandeling is beperkt en vooral preventief. Belangrijk zijn onkruidbestrijding met volledige
verwijdering van de plant uit de weide, controle van hooi en voldoende bijvoedering om opname te
vermijden. Bij paarden kan intraveneus methionine worden toegediend als precursor van glutathion om de
conjugatiecapaciteit te ondersteunen.

,7) Ethyleenglycol intoxicatie bij de hond (pathogenese, behandeling) (5 punten)
Ethyleenglycolintoxicatie bij de hond ontstaat door opname van antivries, een kleurloze, reukloze en
zoetsmakende vloeistof die gemakkelijk wordt opgelikt en snel wordt opgenomen en verspreid in het
lichaam. In de lever wordt ethyleenglycol door alcoholdehydrogenase gemetaboliseerd tot onder meer
oxaalzuur. Dit oxaalzuur bindt calcium, waardoor hypocalcemie ontstaat en onoplosbare
calciumoxalaatkristallen worden gevormd die mechanische schade veroorzaken in weefsels, onder andere
in capillairen en nieren. Tegelijk leidt de metabolisatie tot verstoring van de citroenzuurcyclus en toename
van zuurmetabolieten, wat resulteert in een uitgesproken metabole acidose. Klinisch veroorzaakt dit
zenuwstoornissen en convulsies, renale schade met nierinsufficiëntie en anurie, en cardiopulmonaal
contractiestoornissen door hypocalcemie in combinatie met hyperkaliëmie, met risico op
hartritmestoornissen.

De behandeling bestaat uit correctie van de metabole acidose met intraveneus bicarbonaat en het
verbeteren van de nierperfusie via osmotische diurese met mannitol. Specifiek bij de hond wordt
fomepizole toegediend als competitieve inhibitor van alcoholdehydrogenase, waardoor de omzetting van
ethyleenglycol naar toxische metabolieten zoals oxaalzuur wordt geremd

8) Permethrine (wat is het, werkingsmechanisme, toxiciteit bij de kat verklaren) (5 punten)
Permethrine is een synthetische pyrethroïde die wordt gebruikt als insecticide. In vergelijking met
natuurlijke pyrethrinen is de synthetische vorm stabieler en minder snel afbreekbaar onder invloed van
licht, terwijl de acute toxiciteit relatief lager is. Het werkingsmechanisme berust op beïnvloeding van de
natrium- en kaliumpermeabiliteit van zenuwcellen, waarbij natriumkanalen langer open blijven. Hierdoor
blijft natrium instromen, ontstaat een persisterende depolarisatie en uiteindelijk paralyse. Dit mechanisme
verklaart ook de insecticide werking tegen onder andere vlooien.
Katten zijn bijzonder gevoelig voor permethrine-intoxicatie. Net zoals bij insecten leidt de aanhoudende
natriuminstroom tot continue prikkeling van zenuwen en spieren. Klinisch uit zich dit in speekselen,
anorexie, braken, spiertremoren van ledematen, oogspieren en kop, epileptiforme convulsies,
hyperthermie en mogelijk sterfte. De verhoogde gevoeligheid van katten wordt verklaard door een
beperkte capaciteit tot glucuronide-conjugatie in de lever, waardoor permethrine minder efficiënt wordt
gemetaboliseerd en kan accumuleren in het lichaam.

De behandeling is voornamelijk symptomatisch en ondersteunend. Belangrijk zijn het verwijderen van het
product door wassen met warm water, het bewaken van de lichaamstemperatuur, infuustherapie
(bijvoorbeeld met Hartmann-oplossing) en het onderdrukken van convulsies met diazepam.

,9) Jonge hond met dyspnee, bleke mucosae, versterkte pols, spierzwakte, anorexie, … Eigenaar zegt ook dat er
bloederige diarree was. (verklaar de symptomen, behandeling, …) (4-OH-coumarines) (10 punten)
Bij deze jonge hond wijzen dyspnee, bleke mucosae, versterkte pols, spierzwakte, anorexie en bloederige
diarree op een intoxicatie met 4-hydroxy-coumarines, een groep coumarine-derivaten die als rodenticiden
worden gebruikt. Intoxicaties ontstaan meestal accidenteel, maar kunnen ook moedwillig of secundair
optreden na het eten van een vergiftigde knaagdier. Na orale opname worden coumarines traag maar
vrijwel volledig geresorbeerd en ze vertonen een hoge plasma-eiwitbinding, waardoor het effect vaak
vertraagd optreedt en vooral bij herhaalde opname uitgesproken is.

De pathogenese berust op inhibitie van vitamine K. Coumarines blokkeren de activatie en het transport van
vitamine K, waardoor de synthese van vitamine-K-afhankelijke stollingsfactoren II, VII, IX en X in de lever
verstoord raakt. Omdat het lichaam aanvankelijk nog over een voorraad van deze stollingsfactoren
beschikt, treedt het klinische beeld pas op na een latentietijd. Bij honden verloopt de intoxicatie vaak
chronisch en cumulatief: door herhaalde opname ontstaat een ernstig stollingsdefect met beschadiging en
lekkage van capillairen. Dit verklaart interne bloedingen, onder meer faryngeale hematomen, en het
optreden van hemorragieën in verschillende organen.

De klinische symptomen zijn een rechtstreeks gevolg van bloedverlies en gestoorde hemostase en
omvatten bleke mucosae, apathie, sufheid, anorexie en spierzwakte. Verder worden hematurie,
bloedingen in weke delen, bloederige diarree, hematomen en in ernstige gevallen shock en dyspnee
gezien, waarbij dyspnee kan optreden door bloedingen in de borstholte of door anemie.
De diagnose steunt op stollingstesten, waarbij vooral de protrombinetijd (PT) vroegtijdig verlengd is door
het korte halfleven van factor VII. De geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT), een maat voor factor
IX met een langere halfwaardetijd, wijkt later af; beide testen zijn dus complementair. Coumarines kunnen
post mortem worden opgespoord in de lever en eventueel ook in plasma.

De behandeling bestaat uit toediening van het antidotum vitamine K1. In de acute fase wordt 5 mg/kg
lichaamsgewicht subcutaan toegediend bij hond en kat, gevolgd door een onderhoudsbehandeling van 2,5
mg/kg lichaamsgewicht tweemaal daags per os gedurende twee tot drie weken, bij voorkeur samen met
vette voeding om de absorptie te verbeteren. Na het stoppen van de behandeling wordt na 48 uur
opnieuw een aPTT bepaald om na te gaan of de stolling genormaliseerd is. Vitamine K3 kan eveneens
worden gebruikt, maar is wateroplosbaar en therapeutisch minder effectief dan vitamine K1.

,10) Seleniumintoxicatie bij drachtige en lacterende zeugen: bespreek pathogenese, symptomen, staalname en
diagnose.
Selenium is een essentieel sporenelement met een antioxidatieve functie doordat het, onder andere via
glutathionperoxidase, celmembranen beschermt tegen schade door reactieve zuurstofspecies. Varkens en
runderen behoren tot de meest gevoelige diersoorten, en de toxiciteit varieert volgens de chemische vorm
waarbij organoseleniumverbindingen het meest toxisch zijn, gevolgd door selenaat, seleniet en selenide.
Selenium kan bovendien de placentabarrière passeren en zich opstapelen in de foetus of eidooier, wat
leidt tot teratogene en embryotoxische effecten en dus bijzonder relevant is bij drachtige en lacterende
zeugen.

De pathogenese van seleniumintoxicatie berust op verstoring van het oxidatief evenwicht. In tegenstelling
tot een tekort, waarbij antioxidatieve bescherming ontbreekt, veroorzaakt een overmaat selenium een
stimulatie van enzymatische processen die leiden tot verhoogde afbraak van glutathion. Hierdoor daalt de
concentratie van dit belangrijke antioxidant, stijgt de kans op peroxidatie van celmembranen en worden
toxische en mogelijk carcinogene metabolieten gevormd, wat resulteert in celbeschadiging.

Klinisch leidt dit onder meer tot stoornissen in de keratinevorming met karakteristieke symptomen zoals
haarverlies aan staart en manen, kreupelheid door hoefmisvormingen, en reproductieve problemen zoals
daling van het aantal nakomelingen en embryonale misvormingen. Daarnaast kunnen incoördinatie,
spierzwakte, zichtstoornissen, salivatie en depressie optreden afhankelijk van de vorm en duur van de
intoxicatie.

De diagnose steunt op staalname van bloed voor bepaling van de glutathionperoxidase-activiteit en
analyse van het voeder om het seleniumgehalte vast te stellen. De behandeling bestaat hoofdzakelijk uit
het verwijderen van de bron van selenium en het toedienen van eiwitrijke voeding om de
glutathionsynthese te ondersteunen; vitamine E is tegenaangewezen wegens een synergistisch effect met
selenium.

11) Waarom zijn maximale gehalten DON en zearalenone in wetgeving lager voor varkens dan voor pluimvee?
De maximale gehalten van deoxynivalenol (DON) en zearalenon (ZEN) in de wetgeving liggen lager voor
varkens dan voor pluimvee omdat varkens gevoeliger zijn voor deze mycotoxinen.

Zearalenon heeft een structuur die gelijkaardig is aan het oestradiolhormoon en kan daardoor binden aan
de oestradiolreceptor, wat leidt tot vruchtbaarheidsstoornissen en hyperoestrogenisme. Bij het varken
ondergaat ZEN bovendien een biotransformatie die de affiniteit voor de receptor verhoogt, wat neerkomt
op een vorm van in-vivo-bioactivatie en dus een sterkere hormonale werking.

Deoxynivalenol veroorzaakt een algemene inhibitie van de eiwitsynthese, waardoor minder eiwitten en
immunoglobulinen worden gevormd en de immuniteit daalt. Daarnaast stimuleert DON de vrijstelling van
pro-inflammatoire cytokinen, wat leidt tot inflammatie en metabole stoornissen. Varkens zijn hiervoor
extra gevoelig omdat zij DON in mindere mate detoxifiëren door beperkte de-epoxidatie, terwijl ze tegelijk
een hogere resorptie vertonen dan bijvoorbeeld kippen. Bovendien is de glucuronidering bij varkens
minder efficiënt, terwijl pluimvee toxinen efficiënter kan sulfateren.

Samengevat absorberen varkens relatief meer mycotoxinen en ontgiften ze deze minder efficiënt dan
pluimvee, waardoor zij gevoeliger zijn voor de toxische en hormonale effecten van DON en ZEN en daarom
lagere wettelijke grenswaarden hebben.

,12) Rund met epistaxis, melena, hematurie, suf … normale APPT en PT. Boer zegt dat er vreemde planten in hooi
zitten. Bespreek verantwoordelijke stof,verklaar symptomen adhv pathogenese.
De beschreven rundercasus met epistaxis, melena, hematurie, sufheid en normale PT en aPTT past het best
bij een intoxicatie met adelaarsvaren (Pteridium aquilinum). Deze plant kan in hooi aanwezig zijn en
veroorzaakt bij herkauwers een typisch hemorrhagisch syndroom.

De pathogenese bij herkauwers berust op toxische bestanddelen zoals ptaquiloside die leiden
tot onderdrukking van het beenmerg met aplastische anemie, leukopenie en trombocytopenie. Daarnaast
ontstaat beschadiging van capillairwanden en vrijzetting van histamine en een heparinoïde stof uit
mastcellen, wat vasodilatatie en verminderde bloedstolling veroorzaakt. De activiteit van de
stollingsfactoren zelf blijft echter behouden, waardoor PT en aPTT normaal blijven, in tegenstelling tot
bijvoorbeeld coumarine-intoxicatie.

De symptomen worden hierdoor verklaard als gevolg van pancytopenie en capillaire fragiliteit: bloedingen
zoals epistaxis, melena en hematurie, samen met sufheid, anorexie en algemene verzwakking. Bij
volwassen runderen kan een enterale vorm met bloedingen en enteritis optreden, terwijl kalveren een
laryngeale vorm met oedeem van de larynx kunnen vertonen.

Samengevat gaat het om adelaarsvarenintoxicatie bij runderen, waarbij een hemorrhagisch syndroom door
beenmergsuppressie en capillaire schade optreedt, met normale stollingstesten omdat de stollingsfactoren
zelf niet primair worden aangetast.

, 13) Strychnine en aldicarb - bespreek pathogenese, symptomen, staalname en diagnose en behandeling.
Strychnine is een plantaardig toxisch product dat tegenwoordig verboden is, maar nog kan voorkomen bij
moedwillige intoxicaties. Het heeft een zeer bittere smaak en veroorzaakt spontaan braken;
monogastrische dieren zijn gevoeliger dan herkauwers. Na orale opname wordt het snel geabsorbeerd via
de mucosa, terwijl absorptie via intacte huid beperkt is. De maagvulling beïnvloedt de toxiciteit: bij een
lege maag kan spontaan braken optreden waardoor minder resorptie gebeurt, terwijl een gevulde maag de
bittere smaak maskeert en zo de opname en toxiciteit verhoogt. Pathogenetisch bindt strychnine aan
GABA-receptoren in het centraal zenuwstelsel en aan glycinereceptoren in ruggenmerg en medulla,
waardoor de chloride-instroom wordt geremd en het inhiberend remsysteem wegvalt. Dit leidt tot
uitgesproken excitatie met spinale, ongecoördineerde convulsies en tonische symmetrische krampen met
overwicht van extensoren. Voor diagnose moet staalname snel gebeuren wegens snelle metabolisatie en
eliminatie; braaksel, lokaas of maaginhoud zijn daarom het meest geschikt voor chemische analyse, terwijl
opsporing in urine moeilijk is tenzij zeer vroeg. De behandeling bestaat uit het vermijden van emetica
wegens risico op nieuwe convulsies en het toedienen van anti-convulsiva zoals diazepam, dat de GABA- en
glycine-werking versterkt.

Aldicarb is een organische carbamaatester met een zeer hoge acute toxiciteit in vergelijking met andere
carbamaten. Het wordt snel en volledig geresorbeerd, snel gemetaboliseerd en accumuleert niet,
waardoor chronische intoxicaties niet optreden. Diagnostisch worden vooral lokaas, maaginhoud of
braaksel onderzocht. De pathogenese berust op remming van acetylcholinesterase, waardoor
acetylcholine onvoldoende wordt afgebroken en zowel muscarine- als nicotinereceptoren continu worden
gestimuleerd, wat resulteert in een hypercholinerg syndroom. Centraal-zenuwstelselverschijnselen
omvatten onrust, tremoren, convulsies en coma. Muscarine-effecten domineren aanvankelijk met
bradycardie, bronchoconstrictie, verhoogde speeksel- en traansecretie, miosis en toegenomen gastro-
intestinale motiliteit met braken, diarree en koliek. Bij hogere dosissen ontstaan nicotinerge effecten ter
hoogte van de neuromusculaire overgang met spierzwakte, fasciculaties en uiteindelijk paralyse van
dwarsgestreepte en ademhalingsspieren. Bij zeer hoge dosissen kunnen sympathicomimetische effecten
overheersen met tachycardie, hypertensie en hyperglycemie. De behandeling is symptomatisch met
atropine als parasympathicolyticum, in herhaalde toediening wegens de korte halfwaardetijd (ongeveer 0,2
mg/kg bij monogastrica en 0,5 mg/kg bij herkauwers, waarbij een kwart intraveneus en driekwart
subcutaan of intramusculair wordt gegeven). Oximes zijn bij carbamaatintoxicatie tegenaangewezen
omdat zij de acetylcholinesteraseremming kunnen verergeren.

14) Bespreek de toxiciteit van alfa-chloralose
Alfa-chloralose is een rodenticide dat vroeger ook als slaapmiddel bij de mens werd gebruikt en
voornamelijk inwerkt op het centraal zenuwstelsel. Het bindt aan de GABA-receptor op een andere
bindingsplaats dan benzodiazepines en barbituraten en werkt functioneel als antagonist, waardoor de
chloride-instroom uitblijft, het rustmembraanpotentiaal verdwijnt en excitatie met convulsies,
overgevoeligheid en agressie ontstaat. Na aanhoudende receptorinteractie evolueert het klinisch beeld
echter naar een depressieve fase met sufheid en uiteindelijk coma.

De symptomen kunnen snel optreden, soms al binnen vijftien minuten en meestal binnen één tot twee uur
na opname, en kunnen twaalf tot zesendertig uur aanhouden. Typische klinische verschijnselen zijn
incoördinatie, ataxie, tremor, hypersalivatie, hyperesthesie, agressie en stoornissen in de thermoregulatie.
De behandeling is voornamelijk symptomatisch en ondersteunend. Het dier moet zo rustig mogelijk
worden gehouden om prikkels te beperken en de lichaamstemperatuur moet worden gecontroleerd.
Farmacologisch kan men GABA-erge agonisten toedienen, eerst benzodiazepines en indien nodig
barbituraten, die de chloride-instroom herstellen en zo het rustpotentiaal normaliseren. Indien de opname
recent is, kan emese worden opgewekt met een apomorfine-injectie.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
2 april 2026
Aantal pagina's
77
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€14,16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
diergeneeskundestudentjee Universiteit Gent
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
23
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
19
Laatst verkocht
2 weken geleden

4,7

3 beoordelingen

5
2
4
1
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen