Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Examenvragen geneeskundige ziekteleer

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
62
Geüpload op
02-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit zijn alle examenvragen die ik online heb kunnen terugvinden (links, documenten, Homoveterinarius, …). De antwoorden zijn uitgewerkt met behulp van ChatGPT Pro, uitsluitend op basis van mijn eigen samenvatting/lessen. Elk antwoord is onderbouwd met informatie uit de lessen en/of de samenvatting.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Examenvragen geneeskundige ziekteleer
Inhoudsopgave

Geneeskundige ziekteleer examenvragen homoveterinarius ......................................................................................... 2
Grote huisdieren ........................................................................................................................................................ 2
Kleine huisdieren...................................................................................................................................................... 12
Deel Daminet .......................................................................................................................................................... 16
Deel Bhatti .............................................................................................................................................................. 17
Deel Paepe .............................................................................................................................................................. 18
Deel Smets .............................................................................................................................................................. 19
Deel Vandenabeele .................................................................................................................................................. 19

Link 2 en 8 ........................................................................................................................................................... 20
Link 5 en 9……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..44

,Geneeskundige ziekteleer examenvragen homoveterinarius
Grote huisdieren
1. IBR
a. België is officieel vrij van IBR dankzij eradicatieprogramma
b. diagnose kan enkel door gepaarde sera op antigeenB (zoiets)
c. IBR geeft typisch fibrineuze rhinitis en tracheïtis

A – Niet expliciet bevestigd. Er staat dat elk rundveebedrijf vrij moet zijn tegen april 2024 en dat er eradicatie verplicht is, maar
niet letterlijk dat België officieel volledig vrij is.
B – Onjuist. Diagnose kan via PCR, cultuur én serologie (gepaarde sera). Het is dus niet enkel via gepaarde sera op gB.
C – Juist. IBR geeft fibrineuze tot necrotiserende rhinitis en BHV-1 kan ook tracheïtis veroorzaken.

2. BRD
a. Door longechografie op het bedrijf kan je betrouwbaar de diagnose van pneumonie stellen
b. Longauscultatie en klinisch onderzoek even goed als echografie
c. Slechts voor een beperkt aantal oorzakelijke agentia bestaan vaccins, met name voor RSV en PI-3
d. Als eerste keus gebruik je langwerkende macroliden namelijk/zoals tulathromycin.

A – Juist. In de samenvatting staat dat diagnose van pneumonie gebeurt via symptomen, auscultatie én echografie, en dat
longechografie gebruikt wordt voor doelgerichte behandeling. Echografie wordt dus expliciet ingezet om pneumonie vast te
stellen.
B – Onjuist. Er staat dat je op basis van klinische tekenen niet alle kalveren met pneumonie kan herkennen. Klinisch
onderzoek/auscultatie is dus minder betrouwbaar dan echografie.
C – Onjuist. Er zijn vaccins beschikbaar voor meerdere pathogenen: BRSV, PI3, BVDV, BHV-1, M. haemolytica, H. somni… . Dus
niet enkel RSV en PI-3.
D – Dit staat niet in de samenvatting. Er wordt geen “eerste keus” antibioticum zoals langwerkende macroliden of tulathromycin
vermeld bij BRD.

3. Wat is er fout?
a. Bij acute spierschade stijgt eerst CK, daarna LDH en als laatst AST
b. Short acting is aëroob
c. Bij toenemende inspanning is de metabolisatie van de spier I -> II
d. OBLA is de snelheid die het dier loopt bij 4 lactaat

A – Fout. Dit staat niet in de samenvatting in deze volgorde beschreven. De specifieke volgorde CK–LDH–AST wordt niet zo
vermeld.
B – Juist (dus niet fout). Short acting spiervezels werken aëroob (type I vezels).
C – Juist (dus niet fout). Bij toenemende inspanning verschuift de metabolisatie van type I naar type II vezels.
D – Juist (dus niet fout). OBLA wordt gedefinieerd als de snelheid waarbij 4 mmol/L lactaat bereikt wordt.

4. Genetische testen. Wat is het meest juist?
a. PSSM1, HYPP en maligne hyperthermie, niet voor PSSM2 en RER
b. PSSM1 en maligne hyperthermie, niet voor PSSM2, RER en HYPP
c. PSSM1, PSSM2, RER, niet voor HYPP en maligne hyperthermie
d. PSSM2,...

In de samenvatting staat dat er genetische testen bestaan voor PSSM1, HYPP en maligne hyperthermie, maar niet voor PSSM2
en RER. Dus optie A is het meest juist volgens jouw cursus.

,5. Wat is er fout?
a. HYPP heeft geen genetische test
b. Hypocalcemie zorgt voor tetanie en spiertrillingen bij paard en voor parese bij rund, maar bij allebei zie je
geen derde ooglid
c. HYPP kan verergeren door een metabole alkalose

A – Fout. In de samenvatting staat dat er wél een genetische test bestaat voor HYPP.
B – Juist (dus niet fout). Hypocalcemie geeft bij paard tetanie/spiertrillingen en bij rund parese. Derde ooglid wordt niet
beschreven als typisch kenmerk hierbij.
C – Juist (dus niet fout). HYPP kan verergeren bij metabole alkalose (verplaatsing van K⁺ beïnvloedt excitatie).

6. Hyperlipemie bij paard
a. Uremie bij niervervetting en hypo perfusie
b. Komt vooral voor bij warmbloeden
c. Hyperlipemie zorgt voor een ketonemie
d. Bloed wordt donkerrood in contact met koud oppervlak

A – Juist (dus niet fout). In de samenvatting wordt uremie vermeld als mogelijk gevolg bij ernstige leververvetting en
hypoperfusie.
B – Fout. Hyperlipemie komt vooral voor bij pony's, ezels en obese dieren, niet specifiek bij warmbloeden.
C – Juist (dus niet fout). Hyperlipemie gaat gepaard met negatieve energiebalans en vetmobilisatie, wat kan leiden tot ketonemie.
D – Dit staat niet in de samenvatting. Een kleurverandering van bloed bij contact met een koud oppervlak wordt niet
beschreven.

7. Luchtzakmycose
a. is relatief zeldzaam
b. Neusbloedingen komen altijd van een arterie en zijn daardoor dus frequent fataal
c. Enilconazole IV
d. Veroorzaakt frequent cornage

A – Juist (dus niet fout). Luchtzakmycose wordt beschreven als een minder frequente aandoening bij paard
B – Fout. Epistaxis bij luchtzakmycose is vaak arterieel en kan fataal zijn, maar niet altijd fataal.
C – Fout. IV enilconazole wordt niet vermeld als standaardtherapie in de samenvatting.
D – Fout. Cornage kan voorkomen door zenuwschade, maar wordt niet beschreven als frequent.

8. Wat is de beste behandeling bij leververvetting bij rund
a. Propyleenglycol per os
b. Niacine
c. Cortisone
d. Vit B12

Propyleenglycol per os wordt in de samenvatting vermeld als behandeling bij leververvetting bij rund (energieaanvulling →
negatieve energiebalans corrigeren). De andere opties worden niet als standaardbehandeling beschreven. Beste keuze: A.

9. Wat is er juist?
a. blaasruptuur komt voor bij kalf en veulen, maar kalf op een jongere leeftijd dan veulen
b. Mannelijke dieren hebben vaker een ectopische ureter dan een vrouwelijke en veroorzaakt incontinentie
vanaf geboorte
c. Door urolithiase komt er bij paard een blaasruptuur en bij rund hematurie
d. cystitis bij paard en rund wordt vaak veroorzaakt door E. coli

A – Onjuist. In de samenvatting wordt blaasruptuur vooral beschreven bij neonatale veulens; een leeftijdsvergelijking met
kalveren wordt niet zo gemaakt.
B – Onjuist. Ectopische ureter komt meestal voor bij vrouwelijke dieren en veroorzaakt incontinentie vanaf geboorte.
C – Onjuist. Urolithiasis geeft bij paard typisch koliek of obstructie; blaasruptuur wordt niet als typisch gevolg van urolithiasis bij
paard beschreven.
D – Juist. Bij cystitis worden bij paard én rund vaak E. coli vermeld als oorzaak.

, 10. Welke combinatie van symptomen kloppen niet voor PPID?
a. Uiersecreet, polyurie, ventraal oedeem, spieratrofie
b. Parasitair, pot belly, lang haar, vermageren
c. Polydipsie, laminitis, lang haar, spieratrofie
d. Laminitis, spieratrofie, blijvende wintervacht

A – Fout (klopt niet voor PPID). Polyurie, ventraal oedeem en spieratrofie passen, maar uiersecreet wordt niet beschreven als
typisch symptoom van PPID.
B – Juist (past bij PPID). Pot belly, lange vacht en vermageren passen. Parasitair probleem kan secundair voorkomen door
immunosuppressie.
C – Juist. Polydipsie, laminitis, lange vacht en spieratrofie zijn typische kenmerken.
D – Juist. Laminitis, spieratrofie en blijvende wintervacht (hirsutisme) zijn klassiek voor PPID.

11. Welke stelling is juist PPID?
a. PPID heeft gelijkenissen met dementie bij mensen, namelijk het prion achtig eiwit
b. ACTH pars intermedia heeft geen negatieve feedback van cortisol uit bijniercortex
c. Cortisol uit de bijniercortex geeft negatieve feedback op ACTH van de pars intermedia.

A – Onjuist. Prion-achtig eiwit wordt niet beschreven in de samenvatting als mechanisme bij PPID.
B – Juist. De pars intermedia staat niet onder negatieve feedbackcontrole van cortisol uit de bijnierschors (mechanisme van PPID).
C – Onjuist. Volgens de samenvatting is er geen negatieve feedback van cortisol op ACTH uit de pars intermedia.

12. Insuline dysregulatie: wat is fout:
a. Serotonine wegvallen thv de hypothalamus
b. Verhoogd basaal insuline
c. Verhoogde insuline respons na enteraal suikers
d. Verlaagde weefselgevoeligheid perifeer

A – Fout. Serotonine wegvallen ter hoogte van de hypothalamus wordt niet beschreven als mechanisme bij insulinedysregulatie.
B – Juist (dus niet fout). Verhoogd basaal insuline wordt vermeld als onderdeel van insulinedysregulatie.
C – Juist (dus niet fout). Verhoogde insulinerespons na enterale suikers past bij insulinedysregulatie.
D – Juist (dus niet fout). Verlaagde perifere weefselgevoeligheid (insulineresistentie) hoort bij insulinedysregulatie.

13. Atypische myopathie wat is juist?
a. Mydriasis, blaasovervulling, trillen, neerliggen
b. dit zorgt voor een zeer sterke stijging van CK, terwijl bij RER stijgt vooral AST
c. atypische myopathie door hypoglycine A in acer pseudoplatanus & acer negundo & zorgt voor degeneratie
van vooral skelet en ademhalingsspieren

A – Onjuist. Mydriasis en blaasovervulling worden niet beschreven als typische kenmerken van atypische myopathie in de
samenvatting.
B – Onjuist. Bij atypische myopathie stijgt CK sterk, maar er staat niet dat bij RER vooral AST stijgt.
C – Juist. Atypische myopathie wordt veroorzaakt door hypoglycine A uit Acer pseudoplatanus en Acer negundo en geeft
degeneratie van vooral skelet- en ademhalingsspieren.

14. Wat is er fout?
a. Ionoforenintoxicatie heeft invloed op hart, spier en zenuw
b. Nutritionele, Vit E en selenium tekort enkel bij jonge dieren, door deficiëntie bij de moeder
c. hyperammoniakemie kan bij GHD ontstaan door leverproblemen en aanmaak van ammoniak in het
spijsverteringsstelsel

A – Juist (dus niet fout). Ionoforenintoxicatie tast hart- en skeletspier aan en heeft invloed op neuromusculaire functie.
B – Fout. Vitamine E/selenium-tekort komt niet enkel voor bij jonge dieren en is niet uitsluitend door maternale deficiëntie.
C – Juist (dus niet fout). Hyperammoniakemie kan bij GHD ontstaan door leverproblemen en ammoniakproductie in het
spijsverteringsstelsel.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
2 april 2026
Aantal pagina's
62
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€14,16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
diergeneeskundestudentjee Universiteit Gent
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
23
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
19
Laatst verkocht
2 weken geleden

4,7

3 beoordelingen

5
2
4
1
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen