Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

Samenvatting Mechanism of Disease 1

Beoordeling
-
Verkocht
10
Pagina's
23
Geüpload op
09-10-2014
Geschreven in
2014/2015

Samenvatting van het blok 'Mechanisms of Disease 1'. Gebruik gemaakt van colleges, boeken en zelfstudie-opdrachten.

Voorbeeld van de inhoud

Mechanisms
of
disease
1




Thema
1



Commensale
bacteriën:
produceren
vitaminen
en
houden
andere
bacteriën
weg
(in

darmflora)

Oppurtunistische
pathogenen:
veroorzaken
alleen
ziekte
als
ze
de
kans
krijgen,
maar

zijn
normaal
gesproken
niet
ziekteverwekkend.




Epitheel
huid:

1. Scheidt
antimicrobiële
stoffen
uit
(vetzuren,
lactaat),
voorkomt
groei.


2. Maakt
defensines
(peptiden),
deze
doorboren
membranen
van
indringers.




Tranen
en
speeksel
bevatten
lysosomen:
deze
breken
celwanden
af.

Cytokines
(interferonen):


• Lokale
vasodilatatie


• Verhoging
vaatpermeabiliteit

• Triggeren
migraine,
adhesie
en
migratie
van
leukocyten



Adaptieve
immuunsysteem
maakt
gebruik
van
celreceptoren,
in
tegenstelling
tot
het

innate
immuunsysteem.




Megakaryocyten
‘reuzencellen’
in
beenmerg.
Voorloper
van

bloedplaatjes.

Granulocyt
Bevat
granules
met
stofjes
die
micro-­‐
organismen
doden
en
ontstkingsreacties

voorkomen.


Neutrofiele
granulocyt
Fagocyteert
micro-­‐organismes
(fagot)


Eosinofiele
granulocyt
FceRI
receptor.
Beschermt
tegen
wormen

en
andere
parasieten.

Basofiele
granulocyt
Reguleert
ook
bij
parasieten,
maar
is

zeldzaam.

Monocyt
Voorloper
van
macrofaag.


Macrofaag
Fagocytose,
afscheiden
van
cytokines,

antigenen
van
pathogenen
presenteren.


Dendritische
cellen:
Brengen
cargo
van
pathogenen
naar
de

secundaire
lymfoïde
organen
en
activeren

zo
het
adaptieve
immuunrespons.


Mestcellen
Bevat
granules
(zie
granulocyt).
Scheidt

histamine,
heparine
en
TNF
alfa
uit.
IgE.

Natural
Killer
Cells
Belangrijk
bij
virale
infecties.
Doden
virus

geïnfecteerde
cellen
en
scheiden
cytokines

uit.


B-­‐cellen
Bevatten
receptoren
voor

immunoglobines.

T-­‐cellen
Bevatten
CD8,
CD4
etc.
receptoren.


,B-­‐cellen
rijpen
in
het
beenmerg.
T-­‐cellen
beginnen
hier
ook,
maar
rijpen
uit
in
de

thymus.




GALT:

• Tonsillen

• Adenoïden

• Appendix

• Plakken
van
Peyer
(dunne
darm)



BALT:
respiratoir

MALT:
mucose-­‐geassocieerd



Milt
bevat
witte
en
rode
pulpa.

1. Bloed
gaat
milt
binnen
via
witte
pulpa:
evt.
activatie
van
witte
bloedcellen.


2. Vervolgens
komt
het
bloed
bij
de
rode
pulpa
terecht,
waar
oude
rode
bloedcellen

en
schadelijke
bestanddelen
uit
het
bloed
worden
gehaald.
Ook:
opslag
bloed
en

aanmaak
nieuwe
rode
bloedcellen
in
rode
pulpa.




Langerhanscellen:
lijken
qua
functie
op
dendrietcellen,
maar
deze
liggen
in
de
huid.
Bij

binnendringing
van
de
huid
nemen
ze
de
antigenen
op
en
presenteren
deze
in
de

secundaire
lymfoïde
organen.
Langerhanscellen
hebben
Birbeck
granules.




Waldeyer’s
ring:
ring
van
lymfoïd
weefsel:
rondom
de
ingang
van
de
slokdarm
&


luchtpijp.




Chemotaxis:
organismen
/
cellen
verplaatsen
zich
als
gevolg
van
bepaalde

concentraties
stoffen
in
de
omgeving.




Opsonisatie:
aanpassen
van
celoppervlak
van
de
pathogeen
waardoor
betere
hechting

aan
het
celoppervlak
van
de
fagocyt
mogelijk
is.




Complement
systeem:
opsioniseert
bacteriën.


Meeste
complement
onderdelen
zijn
proteolytisch
en
circuleren
inactief
rond
à

zymogenen.
(Getriggerd
door
serine
protease).


C3
is
het
belangrijkst.
C3b
bindt
aan
pathogeen
(complement
fixatie)
en
C3a
werkt

chemotactisch.




3
manieren
om
het
complement
systeem
te
activeren:

1. Alternatieve
pathway:
begin
infectie,
innate

2. Lectine
pathway:
kost
iets
meer
tijd,
wel
innate

3. Klassieke
pathway:
hiervoor
is
binding
van
antistof
of
CRP
eiwit
nodig.



Ic3bBb
is
een
C3-­‐convertase
(activeert
C3
door
te
splitsen
in
C3a
en
C3b).
Wordt
hierbij

geholpen
door
factor
B
en
D.




Factor
I
en
H
inactiveren
C3b.
Factor
P
(properdine)
versterkt
de
werking
juist.









,Membraan
eiwitten
van
menselijke
cellen

• Decay-­‐acceleration
factor
(DAF):
CD55

o Bindt
C3b
of
C3
convertases,
waardoor
deze
inactief
worden.


• Membrane
co-­‐factor
protein
(MCP):
CD45

o Bindt
aan
C3b
en
wordt
zo
ontvankelijk
voor
inactivatie
door
factor
I.

Werkt
dus
als
factor
H.




Deze
eiwitten
zijn
samengesteld
uit
complement
control
protein
molecules.
Ze
worden

‘regulatoren
van
complement
activatie’
genoemd
(RCA).




Macrofagen
in
de
lever:
“Kupffer
cells”.
Macrofagen
fagocyteren
niet-­‐specifiek,
maar
dit

wordt
wel
specifieker
d.m.v.
bepaalde
receptoren:
complement
receptor
1
(CR1).
Deze

receptor
beschermt
ook
het
celoppervlak.




Membrane-­‐attack
complex:
vormt
transmembraan
kanalen,
waardoor
de
fosfolipide

dubbellaag
van
de
celwanden
verstoord
wordt
en
de
cel
sterft.
Op
gang
gebracht
door

C5b.
Hieraan
binden
C6,
C7
en
C8,
waardoor
er
vervolgens
een
hydrofobische
regio

geëxposeerd
wordt.
C5b678
zorgt
vervolgens
voor
de
polymerisatie
van
C9,
het

component
dat
de
transmembraanporiën
maakt.


Gestimuleerd
door:
Geinhibeerd
door:

Properdine
(Factor
P)
Factor
H/I
(inactiveren
C3b)


DAF



HRF


Protectine
(CD59)



Anaphylatoxines:
C3a
+
C5a
(zorgen
voor
hoge
vasculaire
permeabiliteit)




Macrofagen
scheiden
cytokinen
/
interferonen
uit:

1. IL-­‐6:
niet-­‐lokaal,
productie
door
hepatocyten

2. TNF-­‐alfa:
verhoogt
vasculaire
permeabiliteit
à
evt.
shock
(defensie
TLR-­‐4)

3. IL-­‐1:
activeert
lymfocyten,
productie
van
IL-­‐6

4. CXCL8:
chemotactische
werking,
trekt
basofielen
en
neutrofielen
aan

5. IL-­‐12:
activeert
NK
cel

IL-­‐6,
TNF-­‐alfa
en
IL-­‐1
zorgen
voor
koorts.



IL-­‐6
zorgt
in
de
lever
voor
de
aanmaak
van:

1. Mannose
bindend
peptide:
triggert
de
lectine
pathway
van
het
complement

systeem

2. C-­‐reactive
protein:
triggert
de
klassieke
pathway

3. Fibrinogeen
(stollingsfactor)



Defenisines:
peptiden
van
cellen
van
het
immuunsysteem
die
assisteren
in
het
killen

van
pathogenen
door
gaten
in
het
membraan
te
maken.

• Alfa-­‐defensine:
neutrofielen
&
Paneth
cellen
(HD5+HD6
cryptdins)

• Beta-­‐defensine:
vooral
in
epitheel:
huid,
repsiratoire
tractus,
urogenitale
tractus



Toll-­‐like
receptor
(TLR)
op
macrofaag:

TLR4
herkent
vooral
de
LPS
op
de
wand
van
bacteriën
(Gram
-­‐)

TLR
3,
7
en
8
zijn
intracellulair
en
herkennen
vooral
viraal/bacterieel
DNA


,Leukocyten
hechten
aan
vasculair
endotheel
m.b.v.
4
adhesiemoleculen:

• Selectines
binden
aan
koolhydraten
van
bijv

• Vasculaire
adressines
(LFA-­‐1)

• Integrines
(CR3
en
4)
binden
eiwitten
van
bijv

• Immunoglobine
superfamilie
(ICAM-­‐1)



NK-­‐cellen
vervullen
dezelfde
functie
in
het
innate
imuun
respons
als
cytotoxic
T-­‐cellen

in
het
adaptive
immuun
respons.

NK-­‐cellen
controleren
de
virus
replicatie
en
de
spreiding
van
infectie
terwijl

cytotoxische
T-­‐cellen
zich
aan
het
ontwikkelen
zijn.




Naïeve
T-­‐cellen
zien
het
antigen
in
lymfeknopen
op
de
MHC
receptor
van
een

dendrietische
cel.




Cytotoxische
T-­‐cel
(CD8)

klasse
I
MHC

intracellulair.

T-­‐helper
cel
(CD4)

klasse
II
MHC

extracellulair.




Bij
de
binding
van
een
naïve
T-­‐cell
aan
een
dendrietcel
zijn
2
signalen
nodig
voordat

deze
cellen
zich
gaan
differentiëren.

1. Binding
van
TCR
en
CD4
aan
MHC-­‐II

2. Binding
van
CD28
aan
B7



Types
T-­‐helpercellen
CD4:

• TH1:
zorgt
voor
macrofaag
activatie
door
binding
met
IL-­‐2
en
IFN-­‐gamma.

Produceert
opsoniserende
antibodies.


• TH2:
zorgt
voor
activatie
van
B-­‐cellen
zodat
deze
antibodies
gaan
maken.
Bindt

met
IL-­‐4,
IL-­‐5
en
IL-­‐13.




Regulatoire
T-­‐cel
/
T-­‐supressorcel:
zorgt
ervoor
dat
de
afweerreactie
niet
uit
de
hand

loopt
door
contact
te
maken
met
andere
T-­‐cellen
en
cytokinen
uit
te
scheiden.



TH17:
extracellulaire
pathogenen,
zoals
schimmels.




B-­‐cel
activatie:

• Crosslinking
van
de
antigenen
aan
de
B-­‐cel
receptor

• B-­‐cel
co-­‐receptor:

o CD21
(CD2)

o CD19
(signalling
chain)

o CD81

• T-­‐cel
afhankelijk
(immunodeficiëntie)
of
T-­‐cel
onafhankelijk
(T1
antigens
/
IgM)




,Functies
van
antibodies

1. Nuetralisatie
van
toxinen

2. Voorkomen
dat
pathogenen
het
lichaam
binnendringen
via
epitheelcellen

3. Complement
activatie

4. Opsonisatie



IgE
crosslinking
op
een
mestcel
zorgt
voor:

• Degranulatie
(histamine
etc.)

• Vrijlating
inflammatoire
mediatoren



HLA
is
de
menselijke
variant
van
MHC.




In
de
thymus
ondergaat
de
T-­‐cel
twee
processen:

1. Positieve
selectie:
alleen
T-­‐cellen
die
sterk
genoeg
aan
MHC-­‐moleculen
kunnen

binden
worden
geselecteerd

2. Negatieve
selectie:
T-­‐cellen
die

sterk
binden
worden
gekilled
om
auto-­‐immuun

reacties
te
voorkomen.




DiGeorge’s
syndroom:
thymus
ontwikkelt
zich
niet
à
vaak
infecties.
Geen
T-­‐cellen.




Oorzaken
van
ontstekingen:

1. Infecties


2. Weefsel
necrose

3. Immuunreacties

4. Vreemde
lichamen



NO
en
histamine
zorgen
voor:

1. Vasodilatatie

2. Verhoogde
permeabiliteit

3. Langzamere
stroom

4. Stuwing



Calor
(warmte)

Dolor
(pijn)

Functio
Laesa
(verlies
van
functie)

Rudor
(roodheid)

Tumor
(zwelling)



Hypertrofie:
toename
in
grootte
van
cellen

Atrofie:
afname
van
de
grootte
van
cellen

Hyperplasie:
toename
in
het
aantal
cellen

Metaplasie:
verandering
van
celtype/weefseltype



Vormen
van
necrose:

Liquefactive:
necrose
in
het
brein

Gangrenous:
wet
or
dry

Caseous:
weefsel
ziet
er
als
gatenkaas
uit
(tuberculose)







, Apoptose:
condensatie
chromatine
à
fragmenten

• Intrinsic
pathway
(Bcl):
verhoogde
mitochondriale
permeabiliteit
à

cytochroom
c

• Extrinsic
pathway
(TNF):
plasma
membraan
death
receptoren
(Fas)

Necrose:
zwelling
ER
en
mitochondria
à
plasma
membraan
gaat
kapot.




Graft-­‐versus-­‐host
ziekte:
de
afweercellen
van
het
transplantaat
(graft)
gaan
een

afweerreactie
vormen
tegen
het
weefsel
van
de
ontvanger
(host).




Dystrofische
verkalking:
wanneer
het
lichaam
necrotisch
weefsel
niet
goed
verteert.

Metastatische
verkalking:
afzetting
van
calcium
in
normaal
weefsel.




Autofagie:
bij
voedselschaarste,
wanneer
een
cel
zichzelf
gaat
opeten
om
te
kunnen

overleven.





Thema
2

Bacteriën

Gram



1. Curved
à
Vibrio
Campylobacter

2. Rods
à
Escheria,
Salmonella

3. Cocci
à
Neisseria



Gram
+

1. Rods

a. Spore
forming
(Clostridium
Bacillus)

b. Non-­‐spore
forming
(Listeria
Propionibacteria)

2. Cocci

a. Groups
(Stapylococci)

b. Chains
(Streptococci)



Stapylococcus:
gram
+,
groups
cocci

• Aureus:
wondinfecties,
voedselvergiftiging,
ontstoken
nagelriemen,
etc.

• Epidermidis:
door
katheter
of
prothese

Virulence
factor:
peptidoglycaan



Streptococcus:
gram
+,
chains
cocci

• Pyrogenes:
krentenbaard,
wondroos,
tonsillitis,
roodvonk,
toxic
shock
syndroom

• Pneumoniae:
pneumonia,
otitis
media,
meningitis

Virulence
factor:
peptidoglycaan



Neisseria:
gram
-­‐,
diplococci

• Meningiditis:
hersenvliesontsteking

• Gonorrhoeae:
gonnorhea



Mycobacteria:
aerobe
rods.
Celwand
is
van
mycolinezuur.
dus
acid-­‐fast
(kleurt
niet).

Zwak
gram
+.

• Tuberculosis:
veelal
granulomen
in
longen

Documentinformatie

Geüpload op
9 oktober 2014
Bestand laatst geupdate op
9 oktober 2014
Aantal pagina's
23
Geschreven in
2014/2015
Type
OVERIG
Persoon
Onbekend
€5,98
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
brittvda Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
342
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
234
Documenten
6
Laatst verkocht
3 jaar geleden

3,9

17 beoordelingen

5
7
4
4
3
4
2
1
1
1

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen