Deel 1: De sociologische verbeelding (100% op examen)
1 De samenleving als sociale constructie-> we maken samen de
samenleving, we worden beïnvloed door de samenleving
Niemand is een eiland: Niemand staat als individu op zichzelf; onze
identiteit krijgt vorm in het samenleven met anderen.
Enkele samenlevingsverbanden waarvan we deel uitmaken: het
gezin, de vriendengroep, de school of de universiteit, de
onderneming, de sportclub, de buurt.
Sociologie= samenlevingskunde:
- Socius (Latijn: metgezel) en Logos (Grieks: kennis, kunde,
wetenschap)
- Sociologen willen meer weten over hoe mensen samenleven in
allerhande sociale verbanden, wat de kenmerken zijn van die
samenlevingsverbanden en door welke wetmatigheden ze worden
gestuurd.
De sociale constructie van de realiteit:
(Berger en Luckman, 1966)
OBJECTIVATIE
De samenleving is
een objectieve
werkelijkheid
Driehoek van Berger en Luckmann
Beschrijft drie processen van sociale
constructie: externalisatie,
EXTERNALISATIE
objectivatie en internalisatie. De samenleving is
INTERNALISATIE
De mens is een
Laat zien hoe mensen de sociale een menselijk
product
sociaal product
werkelijkheid creëren en deze als
objectief ervaren.
Externalisatie: Mensen creëren de sociale werkelijkheid via
handelen en interactie.
Objectivatie: Deze werkelijkheid wordt gezien als objectief en vast
(bijv. wetten en normen).
Internalisatie: Individuen nemen deze werkelijkheid op in hun
bewustzijn en identiteit.
1
,2 Het dagelijkse leven door de bril van de socioloog
Wat zie je oefening: hoe ziet de sociologie (samenleving) het?: dia 15-
27!!! -> examen:
Fenomenen:
Subculturen & sociale identiteit: Jongeren vinden identiteit via
muziek, gaming of urban cultuur, soms in oppositie tot de
mainstream.
Commodificatie van vrije tijd: Vrije tijd wordt een
consumptieproduct (festivals, wellness, fitness, escape rooms).
Bodycultuur & schoonheidsnormen: Sociale media en
fitnesstrends creëren druk rond het “ideale lichaam”; fitness,
biohacking en cosmetische chirurgie als zelfcontrole.
Wellness & self-care cultuur: Opkomst van yoga, mindfulness,
retreats en self-care als levensstijl.
Sport & sociale klasse: Sportdeelname verschilt sterk per klasse
(dure sporten zoals golf vs. laagdrempelige sporten).
Toegankelijkheid van cultuur: Musea, theater en klassieke
muziek blijven vaker domeinen van hoger opgeleiden.
Lifestyle & conformisme: Gelijkvormige levensstijlen en
meeloperij (bv. bakfiets-cultuur, dezelfde kledij en feestjes).
Housing crisis & gentrificatie: Stijgende woonprijzen en
verdringing van lagere inkomens uit stadscentra.
Genderdiversiteit & gezinsvormen: Meer zichtbaarheid en
erkenning van LGBTQIA+, regenbooggezinnen en genderfluïditeit.
Polarisatie & echo chambers: Toenemende scheiding tussen
meningsgroepen, desinformatie en afbrokkeling van vertrouwen in
politiek, media en wetenschap.
Digitale identiteit & sociale media: Mensen construeren en
tonen hun identiteit via platforms zoals Instagram en TikTok.
AI, algoritmen & datamaatschappij: AI beïnvloedt werk, privacy,
relaties en besluitvorming.
Greenwashing & wokewashing: Bedrijven gebruiken duurzame of
“woke” waarden in marketing zonder echte maatschappelijke inzet.
2
,3 Een sociologische blik op ziekte, leven en dood
1. Zelfdoding (Durkheim): Zelfmoordcijfers verschillen
systematisch volgens sociale factoren (religie, burgerlijke
staat, woonplaats). Cruciaal is sociale integratie: te weinig én
te veel integratie verhogen het risico. Toont aan dat sociale
krachten maatschappelijke patronen bepalen.
2. Ziekte en dood: Gezondheid is niet louter individueel, maar
sterk verbonden met leef-, werk- en woonomstandigheden.
Sociaaleconomische gezondheidsverschillen blijven bestaan:
lagere status = korter en minder gezond leven.
3. Gewicht (g): persoonlijke keuze?: Er is een verband tussen
opleiding en obesitas: hoe hoger de opleiding, hoe kleiner de
kans op obesitas.
4 Definitie en methode van sociologie
Sociologie = wetenschap die de maatschappelijke patronen en
structuren bestudeert, in hun ontstaan, voortbestaan en veranderen, en
ook het sociaal handelen van mensen in wisselwerking met deze
patronen en structuren.
Een socioloog onderzoekt sociale feiten:
- De samenleving is geen verzameling losse individuen en ook geen
onpersoonlijk krachtenveld.
- Mensen zijn verbonden in een
sociale werkelijkheid die
niemand afzonderlijk heeft
ontworpen.
- De bouwstenen van deze
werkelijkheid zijn sociale
feiten.
De empirische cyclus van de
sociologie:
- Verwijst naar empirisce update
- Empiti = waarnemen
- Veronderstelling over de
werkelijkheid
3
, - Start bij de sociale werkelijkheid: een maatschappelijk
verschijnsel.
- De socioloog formuleert een toetsbare hypothese.
- Via systematische waarneming en dataverzameling worden
gegevens verzameld.
- De gegevens worden geanalyseerd.
- De hypothese wordt getoetst: ze wordt bevestigd of gefalsifieerd.
- Bij falsificatie wordt de hypothese verworpen of aangepast.
- Bevestigde hypothesen vormen samen een theorie.
- Met theorieën kunnen voorspellingen worden gedaan.
Het proces is cyclisch: nieuwe waarnemingen leiden tot nieuwe
hypothesen.
Sociologische verbeelding: examen
• Sociologische verbeelding: het bewustzijn dat onze individuele
ervarings- en belevingswereld verband houdt met de bredere
samenleving (Mills, 1959)
• Volgens Mills omvat sociologische verbeelding het vermogen om
verbanden te leggen tussen:
– Individuele biografie en persoonlijke problemen
(troubles) – bv. werkloosheid, stress, echtscheiding.
– Sociale structuur en publieke kwesties (issues) – bv.
economische crisis, instellingen, arbeidsmarktstructuur,
genderongelijkheid.
– Historische en maatschappelijke context – de tijd en
samenleving waarin je leeft beïnvloeden de kansen, normen
en verwachtingen van individuen.
Drie analyseniveaus:
Microniveau – persoonlijk en interpersoonlijk
Focus op individuen, hun ervaringen, motieven en dagelijkse
interacties.
Betekenisgeving in relaties zoals gezin, vriendschap en teams.
Mesoniveau – groepen en organisaties
4