lOMoARcPSD|383 406 3
- Definitie belasting.
• Formeel: iedere heffing die in de wet zo wordt genoemd.
• Materieel: gedwongen financiële bijdragen van burgers en bedrijven aan de
overheid, zonder individuele tegenprestatie, ter financiering van collectieve
uitgaven die geheven worden volgens democratisch tot stand gekomen
regels.
• Belangrijk: art. 104 GW: belastingen mogen slechts uit kracht van wet
worden geheven → legaliteitsbeginsel.
• Kenmerken:
▪ Het is verplicht.
▪ Het is geen straf.
▪ De overheid levert geen individueel aanwijsbare tegenprestatie.
▪ De betaling vloeit voort uit een belastingwet.
- Belastingbeginselen.
• Profijtbeginsel: burgers en bedrijven moeten bijdragen in de kosten van
door de overheid tot stad gebrachte voorzieningen, naar de mate waarin zij
profijt van de voorziening hebben.
• Draagkrachtbeginsel: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.
- Doel belastingen.
• Budgettair: overheidsuitgaven financieren.
• Instrumenteel: bijdrage leveren aan andere doeleinden dan het
overheidsbeleid, bijv. het sturen het gedrag vd burgers & ondernemingen
op gebied van milieu, economie, gezondheid etc.
• Inkomensherverdeling: tussen personen, generaties en bedrijven.
- Materieel belastingrecht.
• Het gaat om inhoudelijke vragen.
▪ Wie, waarover, wanneer en hoeveel belasting moet er
betaald worden.
- Formeel belastingrecht.
• Wanneer bestaat de belastingschuld, welke autoriteit de belasting vaststelt &
hoe dat gebeurd, hoe wordt de belasting geïnd etc.
, lOMoARcPSD|383 406 3
- Spelers in het fiscale veld.
• Fiscale wetgever.
▪ Staatssecretaris v. financiën maakt wetsvoorstellen.
▪ Tweede kamer + eerste kamer keuren dit goed/af.
• Uitvoerder vd belastingwet.
▪ Belastingdienst.
➢ Inspecteur regelt belastingheffing.
➢ Ontvanger regelt de belastinginning.
➢ Is gebonden aan de wet en abbb: fairplay,
vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel etc.
▪ Staatssecretaris v. financiën.
➢ Maakt beleid: stuurt inspecteurs aan.
➢ Neemt besluiten die openbaar worden gemaakt.
• belastingrechter.
▪ Zorgt voor rechtsbescherming: moet belastingrecht uitleggen.
▪ Belastingrecht is een vorm van bestuursrecht, moet AWB toepassen.
▪ Fiscale rechtsingang: bezwaar bij inspecteur, beroep bij
rechtbank, hoger beroep bij gerechtshof, in cassatie bij HR.
• Belastingplichtige.
- wijze van belastingheffing.
1. Aanslag: belastingdienst stelt de materiële belastingschuld vast d.m.v.
een aanslag, art. 11 AWR.
• Bij te weinig belasting geheven: navorderen, art. 16 AWR. Vereisten:
1. Nieuw feit → die was de inspecteur niet bekend en hij had het
niet kunnen weten.
2. Kwader trouw belastingplichtige → bijv. een verzwegen
buitenlandse bankrekening.
3. Redelijkerwijs kenbare fout, art. 16id2 AWR → teveel belasting
teruggekregen dat voor de belastingplichtige een kenbare fout is
maar hij houdt zijn mond.
▪ Binnen een termijn van 5/12 jaar. Art. 16lid 3+4 AWR.
2. Aangifte: belastingplichtige stelt zelf de materiële belastingschuld vast in de vorm
van een aangifte en betaald deze. Art. 19 AWR.
• Bij te weinig belasting geheven: naheffing, art. 20 AWR
▪ Geen aanvullende eisen.
▪ Binnen een termijn van 5 jaar, art. 20 lid 3 AWR.
- Definitie belasting.
• Formeel: iedere heffing die in de wet zo wordt genoemd.
• Materieel: gedwongen financiële bijdragen van burgers en bedrijven aan de
overheid, zonder individuele tegenprestatie, ter financiering van collectieve
uitgaven die geheven worden volgens democratisch tot stand gekomen
regels.
• Belangrijk: art. 104 GW: belastingen mogen slechts uit kracht van wet
worden geheven → legaliteitsbeginsel.
• Kenmerken:
▪ Het is verplicht.
▪ Het is geen straf.
▪ De overheid levert geen individueel aanwijsbare tegenprestatie.
▪ De betaling vloeit voort uit een belastingwet.
- Belastingbeginselen.
• Profijtbeginsel: burgers en bedrijven moeten bijdragen in de kosten van
door de overheid tot stad gebrachte voorzieningen, naar de mate waarin zij
profijt van de voorziening hebben.
• Draagkrachtbeginsel: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.
- Doel belastingen.
• Budgettair: overheidsuitgaven financieren.
• Instrumenteel: bijdrage leveren aan andere doeleinden dan het
overheidsbeleid, bijv. het sturen het gedrag vd burgers & ondernemingen
op gebied van milieu, economie, gezondheid etc.
• Inkomensherverdeling: tussen personen, generaties en bedrijven.
- Materieel belastingrecht.
• Het gaat om inhoudelijke vragen.
▪ Wie, waarover, wanneer en hoeveel belasting moet er
betaald worden.
- Formeel belastingrecht.
• Wanneer bestaat de belastingschuld, welke autoriteit de belasting vaststelt &
hoe dat gebeurd, hoe wordt de belasting geïnd etc.
, lOMoARcPSD|383 406 3
- Spelers in het fiscale veld.
• Fiscale wetgever.
▪ Staatssecretaris v. financiën maakt wetsvoorstellen.
▪ Tweede kamer + eerste kamer keuren dit goed/af.
• Uitvoerder vd belastingwet.
▪ Belastingdienst.
➢ Inspecteur regelt belastingheffing.
➢ Ontvanger regelt de belastinginning.
➢ Is gebonden aan de wet en abbb: fairplay,
vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel etc.
▪ Staatssecretaris v. financiën.
➢ Maakt beleid: stuurt inspecteurs aan.
➢ Neemt besluiten die openbaar worden gemaakt.
• belastingrechter.
▪ Zorgt voor rechtsbescherming: moet belastingrecht uitleggen.
▪ Belastingrecht is een vorm van bestuursrecht, moet AWB toepassen.
▪ Fiscale rechtsingang: bezwaar bij inspecteur, beroep bij
rechtbank, hoger beroep bij gerechtshof, in cassatie bij HR.
• Belastingplichtige.
- wijze van belastingheffing.
1. Aanslag: belastingdienst stelt de materiële belastingschuld vast d.m.v.
een aanslag, art. 11 AWR.
• Bij te weinig belasting geheven: navorderen, art. 16 AWR. Vereisten:
1. Nieuw feit → die was de inspecteur niet bekend en hij had het
niet kunnen weten.
2. Kwader trouw belastingplichtige → bijv. een verzwegen
buitenlandse bankrekening.
3. Redelijkerwijs kenbare fout, art. 16id2 AWR → teveel belasting
teruggekregen dat voor de belastingplichtige een kenbare fout is
maar hij houdt zijn mond.
▪ Binnen een termijn van 5/12 jaar. Art. 16lid 3+4 AWR.
2. Aangifte: belastingplichtige stelt zelf de materiële belastingschuld vast in de vorm
van een aangifte en betaald deze. Art. 19 AWR.
• Bij te weinig belasting geheven: naheffing, art. 20 AWR
▪ Geen aanvullende eisen.
▪ Binnen een termijn van 5 jaar, art. 20 lid 3 AWR.