Formuleren en spelling samenvatting Nieuw Nederlands vwo 5
Beeld: waarmee vergeleken wordt
Object: het gene wat vergeleken wordt
Vergelijking: het beeld en object worden beide genoemd, die hebben een overeenomst en zijn
meestal aan elkaar gekoppeld met een verbindingswoord: als, zoals, net als, evanals, gelijk, van,
Asyndetische vergelijking: een vergelijking zonder verbindingswoord
Metafoor: een vergelijking zonder verbindingswoord en zonder object, bv: het leven is een weg met
kuilen en bobbels.
Spreekwoorden en uitdrukkingen zijn ook vaak metaforen
Personificatie: een levenloos iets wordt als mens voorgesteld, bv: de wind huilt
Allegorie: een reeks van bij elkaar horende metaforen of personificaties
Synesthesie: als waarnemingen van twee verschillende zintuig met elkaar worden gecombineerd, bv:
bittere verwijten (gehoor en smaak)
Metonymia:
Pars pro toto: deel ipv geheel, bv: handen: mensen die werken
Totum pro parte: geheel in plaats van deel, bv: Nederland: het Nederlands elftal
Materiaal waarvan iets gemaakt is ipv het voorwerp, bv: koper in plaats van kopere
blaasinstrumenten
Je noemt de maker in plaats van het product: luxaflex, een borsato
Je noemt een stuk serviesgoed ipv wat er in zit of er op ligt: bv, wil je nog een bord? Of wil je nog een
glas?
Je noemt de merknaam ipv het product: nikes, een bordeaux
Hoofdletters:
-bij het begin van een zin, als de zin met een apostrof begint krijgt het tweede woord een hoofdletter
-bij persoonsnamen: Arie van der Wal; A. van der Wal; de heer Van der Wal; Jelena van der Wal-ten
Have
-bij namen van verenigingen, instellingen, bedrijven en diensten
-bij aardrijkskundige namen en namen van merken, historische gebeurtenissen, straten,
hemellichamen, gebouwen, feestdagen en bij titels van boeken en films.
Let op: soorten, historische periodes, afleidingen van feestdagen, maanden, dagen, jaargetijden,
windstreken, religies en afleidingen ervan is met een kleine letter
Komma:
-tussen de onderdelen van opsommingen
-tussen twee persoonsvormen
-voor en na een aanspreking of tussenwerpsel: Hé, kijk eens uit!
-voor en na een bijstelling: Tom van Dijk, neef van Jeroen, is uitgenodigd.
-in lange zinnen voor een voegwoord waarmee de bijzin begint
Puntkomma:
-tussen zinnen die sterk met elkaar samenhangen
-tussen delen van opsommingen, zeker als het om zinnen gaat
Dubbele punt: bij een opsomming, directe rede of verklaring
Beeld: waarmee vergeleken wordt
Object: het gene wat vergeleken wordt
Vergelijking: het beeld en object worden beide genoemd, die hebben een overeenomst en zijn
meestal aan elkaar gekoppeld met een verbindingswoord: als, zoals, net als, evanals, gelijk, van,
Asyndetische vergelijking: een vergelijking zonder verbindingswoord
Metafoor: een vergelijking zonder verbindingswoord en zonder object, bv: het leven is een weg met
kuilen en bobbels.
Spreekwoorden en uitdrukkingen zijn ook vaak metaforen
Personificatie: een levenloos iets wordt als mens voorgesteld, bv: de wind huilt
Allegorie: een reeks van bij elkaar horende metaforen of personificaties
Synesthesie: als waarnemingen van twee verschillende zintuig met elkaar worden gecombineerd, bv:
bittere verwijten (gehoor en smaak)
Metonymia:
Pars pro toto: deel ipv geheel, bv: handen: mensen die werken
Totum pro parte: geheel in plaats van deel, bv: Nederland: het Nederlands elftal
Materiaal waarvan iets gemaakt is ipv het voorwerp, bv: koper in plaats van kopere
blaasinstrumenten
Je noemt de maker in plaats van het product: luxaflex, een borsato
Je noemt een stuk serviesgoed ipv wat er in zit of er op ligt: bv, wil je nog een bord? Of wil je nog een
glas?
Je noemt de merknaam ipv het product: nikes, een bordeaux
Hoofdletters:
-bij het begin van een zin, als de zin met een apostrof begint krijgt het tweede woord een hoofdletter
-bij persoonsnamen: Arie van der Wal; A. van der Wal; de heer Van der Wal; Jelena van der Wal-ten
Have
-bij namen van verenigingen, instellingen, bedrijven en diensten
-bij aardrijkskundige namen en namen van merken, historische gebeurtenissen, straten,
hemellichamen, gebouwen, feestdagen en bij titels van boeken en films.
Let op: soorten, historische periodes, afleidingen van feestdagen, maanden, dagen, jaargetijden,
windstreken, religies en afleidingen ervan is met een kleine letter
Komma:
-tussen de onderdelen van opsommingen
-tussen twee persoonsvormen
-voor en na een aanspreking of tussenwerpsel: Hé, kijk eens uit!
-voor en na een bijstelling: Tom van Dijk, neef van Jeroen, is uitgenodigd.
-in lange zinnen voor een voegwoord waarmee de bijzin begint
Puntkomma:
-tussen zinnen die sterk met elkaar samenhangen
-tussen delen van opsommingen, zeker als het om zinnen gaat
Dubbele punt: bij een opsomming, directe rede of verklaring