bedrijfseconomie Personeelsbeleid en Interne Organisatie
H6 - Organisatietheorieën
De klassieke school & De ‘Human Relations’ benadering
De klassieke organisatietheorie houdt zich bezig met de rol van de manager in de
organisatie. Kenmerken:
- Organisaties zijn gesloten systemen die hiërarchisch zijn georganiseerd. Enerzijds is
er input en anderzijds output maar voor de rest heeft een organisatie weinig te
maken met haar omgeving.
- Arbeiders zijn rationele wezens die met financiële prikkels te motiveren zijn.
- Het management richt zich op het beheersen van mensen en processen vanuit de
centrale doelstelling. Mensen zijn daarbij ondergeschikt aan de doelstelling van de
organisatie.
- Een organisatie is een statisch systeem. Als eenmaal de rationele bureaucratie
bereikt is, is het moeilijk en niet wenselijk deze te veranderen.
Uitgangspunten van het scientific management:
- Stel door middel van tijd- en bewegingsstudies objectieve normen vast voor de
belasting die het werk vraagt en voor de manier waarop het werk moet worden
gedaan;
- Selecteer mensen en train ze zodanig dat ze het werk krijgen dat het best bij hun
past;
- Haal de planning weg bij de werknemers en laat dat over aan de specialisten.
Scientific management richt zich vooral op de werkvloer.
Fayol vindt dat de bestuurlijke functie bestaat uit het leiden van een onderneming uit een
aantal opeenvolgende activiteit zoals: vooruitzien en plannen, organiseren, opdrachten
geven, coördineren en controleren
Foyal’s management principes:
1. Werkverdeling
2. Gezag
3. Discipline
4. Eenheid van gezag, elke werknemer mag van slechts één persoon bevelen
ontvangen.
5. Eenheid van bevelvoering, de werkzaamheden die hetzelfde doel hebben, moeten
onder leiding staan van één manager met één plan.
6. Individuele belangen zijn ondergeschikt aan het gemeenschappelijk belang.
Max Weber ontwikkelde een theorie over het bureaucratisch management. Een eerlijke en
efficiënte manier van management waarbij nepotisme (vriendjespolitiek) uitgesloten is.
Belangrijkste kenmerken zijn:
- Een duidelijke hiërarchie;
- Veel procedures en voorschriften;
- Sterk afgebakende en duidelijk omschreven bevoegdheden van de werknemers;
- Promotie op basis van 'technische' kunde;
- Objectieve criteria voor beloning;
- Onpersoonlijke en formele relaties.
De belangrijkste uitgangspunten van de 'Human Relations' benadering zijn:
- Een organisatie is een harmonische gemeenschap waarbinnen mensen
samenwerken (er is geen belangentegenstelling tussen werkgever en werknemer).
, bedrijfseconomie Personeelsbeleid en Interne Organisatie
- De arbeider is een 'sociaal mens' die respect, genegenheid en waardering nodig
heeft.
- De informele groep, de sociale werkomgeving, heeft een zeer belangrijke invloed op
de productiviteit.
- Een positief mensbeeld: van nature streeft de mens naar ontplooiing, creativiteit en
verantwoordelijkheid.
Het revisionisme, de systeembenadering en de contingentiebenadering
Het revisionisme heeft zowel oog voor de sociale aspecten van de organisatie als voor de
meer technische (wetenschappelijke) aspecten van de organisatie. Democratisering en
humanisering van de arbeid staat in het revisionisme centraal. Revisionisten willen:
- Meer aandacht voor alternatieve vormen van arbeidsdeling en werkstructurering
(geen lopende bandwerk maar teams met een afgebakende taak).
- Het laten vervallen van de scheiding tussen denken en doen.
- Meer aandacht voor medezeggenschap (werkoverleg en participatief management).
Linking pin principe is een overlegmodel waarbij de organisatie van boven naar beneden
bestaat uit groepen en waarbij in iedere groep een leider zit die op zijn beurt weer zitting
heeft in een groep op een hoger niveau.
Kenmerkend voor de systeembenadering:
- Een organisatie is een onderdeel van een groter systeem: de omgeving.
- Organisaties zijn dynamische systemen door het feit dat het open systemen zijn die
reageren op de zich wijzigende omgeving.
- Organisaties bestaan uit subsystemen die onderling met elkaar verbonden zijn: het
geheel is meer dan de som van de delen.
- De mens is een complex persoon die via de organisatie eigen doelen wil realiseren.
- Het beheerproces moet erop gericht zijn die individuele doelen en de doelen van de
organisatie te integreren.
Synergie wil zeggen dat het geheel meer oplevert dan de som van de delen. WTH?
Het besturen van een organisatie vereist volgens de systeemtheorie een multidisciplinaire
aanpak, dit wil zeggen dat het management rekening houdt met technische, sociale,
psychologische en economische factoren in hun onderlinge relatie.
De contingentietheorie is dat de beste manier van organiseren afhangt van de
omstandigheden. Deze benadering gaat ervan uit dat er geen standaard
managementmethoden of standaard organisatiestructuren bestaan. Managementmethoden
en organisatiestructuren zijn dus situatiegebonden.
H6 - Organisatietheorieën
De klassieke school & De ‘Human Relations’ benadering
De klassieke organisatietheorie houdt zich bezig met de rol van de manager in de
organisatie. Kenmerken:
- Organisaties zijn gesloten systemen die hiërarchisch zijn georganiseerd. Enerzijds is
er input en anderzijds output maar voor de rest heeft een organisatie weinig te
maken met haar omgeving.
- Arbeiders zijn rationele wezens die met financiële prikkels te motiveren zijn.
- Het management richt zich op het beheersen van mensen en processen vanuit de
centrale doelstelling. Mensen zijn daarbij ondergeschikt aan de doelstelling van de
organisatie.
- Een organisatie is een statisch systeem. Als eenmaal de rationele bureaucratie
bereikt is, is het moeilijk en niet wenselijk deze te veranderen.
Uitgangspunten van het scientific management:
- Stel door middel van tijd- en bewegingsstudies objectieve normen vast voor de
belasting die het werk vraagt en voor de manier waarop het werk moet worden
gedaan;
- Selecteer mensen en train ze zodanig dat ze het werk krijgen dat het best bij hun
past;
- Haal de planning weg bij de werknemers en laat dat over aan de specialisten.
Scientific management richt zich vooral op de werkvloer.
Fayol vindt dat de bestuurlijke functie bestaat uit het leiden van een onderneming uit een
aantal opeenvolgende activiteit zoals: vooruitzien en plannen, organiseren, opdrachten
geven, coördineren en controleren
Foyal’s management principes:
1. Werkverdeling
2. Gezag
3. Discipline
4. Eenheid van gezag, elke werknemer mag van slechts één persoon bevelen
ontvangen.
5. Eenheid van bevelvoering, de werkzaamheden die hetzelfde doel hebben, moeten
onder leiding staan van één manager met één plan.
6. Individuele belangen zijn ondergeschikt aan het gemeenschappelijk belang.
Max Weber ontwikkelde een theorie over het bureaucratisch management. Een eerlijke en
efficiënte manier van management waarbij nepotisme (vriendjespolitiek) uitgesloten is.
Belangrijkste kenmerken zijn:
- Een duidelijke hiërarchie;
- Veel procedures en voorschriften;
- Sterk afgebakende en duidelijk omschreven bevoegdheden van de werknemers;
- Promotie op basis van 'technische' kunde;
- Objectieve criteria voor beloning;
- Onpersoonlijke en formele relaties.
De belangrijkste uitgangspunten van de 'Human Relations' benadering zijn:
- Een organisatie is een harmonische gemeenschap waarbinnen mensen
samenwerken (er is geen belangentegenstelling tussen werkgever en werknemer).
, bedrijfseconomie Personeelsbeleid en Interne Organisatie
- De arbeider is een 'sociaal mens' die respect, genegenheid en waardering nodig
heeft.
- De informele groep, de sociale werkomgeving, heeft een zeer belangrijke invloed op
de productiviteit.
- Een positief mensbeeld: van nature streeft de mens naar ontplooiing, creativiteit en
verantwoordelijkheid.
Het revisionisme, de systeembenadering en de contingentiebenadering
Het revisionisme heeft zowel oog voor de sociale aspecten van de organisatie als voor de
meer technische (wetenschappelijke) aspecten van de organisatie. Democratisering en
humanisering van de arbeid staat in het revisionisme centraal. Revisionisten willen:
- Meer aandacht voor alternatieve vormen van arbeidsdeling en werkstructurering
(geen lopende bandwerk maar teams met een afgebakende taak).
- Het laten vervallen van de scheiding tussen denken en doen.
- Meer aandacht voor medezeggenschap (werkoverleg en participatief management).
Linking pin principe is een overlegmodel waarbij de organisatie van boven naar beneden
bestaat uit groepen en waarbij in iedere groep een leider zit die op zijn beurt weer zitting
heeft in een groep op een hoger niveau.
Kenmerkend voor de systeembenadering:
- Een organisatie is een onderdeel van een groter systeem: de omgeving.
- Organisaties zijn dynamische systemen door het feit dat het open systemen zijn die
reageren op de zich wijzigende omgeving.
- Organisaties bestaan uit subsystemen die onderling met elkaar verbonden zijn: het
geheel is meer dan de som van de delen.
- De mens is een complex persoon die via de organisatie eigen doelen wil realiseren.
- Het beheerproces moet erop gericht zijn die individuele doelen en de doelen van de
organisatie te integreren.
Synergie wil zeggen dat het geheel meer oplevert dan de som van de delen. WTH?
Het besturen van een organisatie vereist volgens de systeemtheorie een multidisciplinaire
aanpak, dit wil zeggen dat het management rekening houdt met technische, sociale,
psychologische en economische factoren in hun onderlinge relatie.
De contingentietheorie is dat de beste manier van organiseren afhangt van de
omstandigheden. Deze benadering gaat ervan uit dat er geen standaard
managementmethoden of standaard organisatiestructuren bestaan. Managementmethoden
en organisatiestructuren zijn dus situatiegebonden.