HAVO
,2.1 Soorten
Ecologische en biologische akkerbouwers kiezen ervoor hun gewassen te verbouwen zonder
kunstmest en met zo weinig mogelijk gebruikt van chemische bestrijdingsmiddelen.
Ecologische akkerbouwers proberen ziektes en plagen zoveel mogelijk te voorkomen door
gebruik te maken van biotische factoren: andere organismen die het gewas beïnvloeden.
Met abiotische factoren zoals temperatuur, wind regen en de grondsoort houden
ecologische akkerbouwers ook rekening.
Elk plantenras heeft zijn eigen tolerantiegebied voor abiotische factoren. Het
tolerantiegebied is de reeks waarden van een abiotische factor waarbij individuen van een
soort kunnen overleven.
Organismen soorten geslachten families orden
Een aantal soorten met gemeenschappelijke kenmerken vormt samen een geslacht. Een
aantal geslachten vormt een familie.
,2.2 Populaties
Monocultuur grote akker met één soort gewas. Daardoor zijn alle planten tegelijk te
zaaien en te oogsten. Gevaar is dat schadelijke organismen schade aanrichten. Door het vele
voedsel planten ze zich snel voort: een plaag.
Exoten soorten die door de mens nieuw binnenkomen
1 aardappel in de grond, groeien er 20 uit 20 aardappels in de grond, groeien er 400 uit.
Dit noem je een kloon en het is ongeslachtelijke voortplanting
in een laboratorium vermeerderen onderzoekers planten kunstmatig door weefselkweek,
een paar cellen gebruiken uit bijv een kop van een plant om nieuwe planten te kweken.
Populatie alle organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied
Populatiegrootte aantal individuen van de populatie
Populatiedichtheid aantal individuen per oppervlakte
Draagkracht maximale grootte van een populatie waarbij voldoende voedsel en
schuilplaatsen zijn in dat gebied
, 2.3 Relaties
Ecosysteem afgegrensd gebied waar de organismen leven in wisselwerking met
plaatselijke abiotische en biotische factoren.
Alle ecosystemen zijn met elkaar verbonden, ze vormen samen het systeem aarde. Dat is het
deel van het wateroppervlak, de atmosfeer en de zeeën en oceanen waar levende
organismen voorkomen.
Omdat predatoren vaak eerst de zieke en zwakke dieren vangen en eten, dragen predatoren
bij aan het gezondhouden van de populatie. In het meest ideale geval houden predator en
prooi populaties elkaar in evenwicht en is er sprake van een dynamisch evenwicht.