Prof. Dr. Elisabeth Alofs
1
,Hoofdstuk 1. Inleiding
V&V: geheel van juridische verrichtingen die ertoe leiden dat een OH wordt beëindigd.
Zodra er een OH is, ontstaat het recht voor iedere deelgenoot om zich op art. 4.66 lid 1 BW te beroepen. Elke
deelgenoot kan dus vorderen uit OH te treden.
De mogelijkheid om de verdeling te vorderen kan d.m.v. een beding wel uitgesteld worden tot
maximaal 5 jaar, doch kan hernieuwd worden
Voor zover er OG betrokken zijn in de verdeling, is dit uitstel slechts tegenwerpelijk aan derden te GT
na overschrijving ervan (art. 4.66 juncto art. 3.75, tweede lid BW).
§1 Begrip onverdeeldheid
WAT: toestand waarbij verschillende personen (deelgenoten) op hetzelfde ogenblik titularis zijn van rechten van
dezelfde aard op één of meer goederen.
Er zijn verschillende soorten OH (goederenrechtelijk gezien): OH in VE (deelgenoten voor aandeel in VE
gerechtigd) >< OH in BE (aandeel in BE gerechtigd) >< OH in VG (aandeel in VG)
Wijze van totstandkoming:
1) Toevallige of gewone OH: bv. NAL valt open door overlijden
2) Vrijwillige of conventionele OH: gewenst en beheerst door afgesproken regels
3) Gedwongen OH
Niet: samenloop vruchtgebruiker met blote eigenaar. Beide personen zijn titularis van rechten van verschillende
aard. Zij kunnen bijgevolg niet de verdeling vorderen. Hun SE’s kunnen dit evenmin. Stel er zijn meerdere
personen titularis van de BE en slechts één van het VG, dan ontstaat er enkel een onverdeeldheid voor de BE.
BV: Broer en zus erven OG elk voor ½ VE. De broer schenkt zijn ½ VG aan zijn zus en zijn ½ BE aan zijn
zoon. Is er een OH tussen de BE van de zoon ½ en de ½ VE en ½ VG van zijn tante? Volgens de definitie
van OH moet het gaan om rechten van dezelfde aard, in casu zijn dit BE en VE. EZ zijn dit dus niet
dezelfde rechten, AZ lijkt het wel logisch dat het recht van VE zowel het recht van VG als BE omvat.
HVB Bergen oordeelde ‘samenloop m.b.t. BE, hetgeen OH impliceert. Bevestigd door het HVC in 2022.
BV: OG aangekocht door 2 personen ieder voor 50% en VG op gevestigd t.v.v. de LLE. Bij overlijden
ontstaat situatie waarin één deelgenoot gerechtigd is op VG op geheel en de BE voor de helft; de BE
andere helft komt in NAL eerst stervende. Dit is geen OH. Het VG is hier slechts toegekend onder
opschortende VWDE en nog niet actueel tijdens leven.
Aanleiding van ontstaan OH (art. 2.3.41 BW):
(1) Na ES bij ontbinding huwelijksstelsel: gem. stelsel wordt omgezet in een POC
(2) Bij overlijden: openvallen van NAL
(3) Na wijziging huwelijksstelsel (gerechtelijk of conventioneel): van gem. stelsel naar stelsel zonder gem.
= deels beheersd door goederenrecht en deels door famiaalvermogensrecht
Regels: art. 4.66 BW + art. art. 3-69-3.75 BW
Principe: niemand kan worden gedwongen om in onverdeeldheid te blijven
Uitzondering: via OVK: max. 5 jaar, hernieuwbaar
We gaan deze drie situaties later uitgebreid bespreken:
1° NAL: NAL valt open waarin meer dan 1 persoon gerechtigd is. OH bestaat uit hele vermogen overledene: A
&P = ‘onverdeelde boedel’.
Wel: verschillende wettelijke erfgenamen die per hoofd of per staak tot de NAL worden geroepen (bv.
3 kinderen: elk 1/3) + verschillende algemene legetarissen tot NAL geroepen of verschillende LAT tot
de NAL geroepen
Geen: één persoon is gerechtigd op BE en één persoon tot VG
Geen: één persoon gerechtigd op NAL en andere op wettelijke terugkeer geschonken goederen
Geen: één persoon gerechtgd op NAL onder last een bijzonder legaat uit te keren
2
,2° Ontbinding huwelijks-GEM: GEM kan niet langer bestaan dan het huwelijk zelf, maar kan soms wel eerder
dan het huwelijk worden ontbonnden. Het wordt ontbonden door (art. 2.3.41):
Overlijden van een echtgenoot (1°)
Echtscheiding (2°)
Scheiding tafel en bed (huwelijk dan niet ontbonden) (2° BW)
Wijziging huwelijksvermogensstelsel zonder GEM (SVG) (huwelijk dan niet ontbonden) (3-4° BW)
Gevolg na ontbinding bij ES: BI en inkomsten uit hun EV komen vanaf dan niet meer in de GEM terecht (art.
2.3.22 §1 1° BW). Schulden aangegaan na ontbinding zijn geen gem. schulden meer. De inkomsten en schulden
in de GEM vormen vanaf ontbinding een POC. De deelgenoten zijn de echtgenoten zelf (art. 2.3.43 §4). In
principe is het aandeel van elke echtgenoot gelijk (art. 2.3.50 §1), maar er kan worden voorzien in de
huwelijksOVK in een andere verdeelsleutel (art 2.3.56) = regels toevallige mede-eigendom van toepassing.
Gevolg na ontbinding bij overlijden: ontbinding GEM + NAL valt open= 2 onderscheiden boedels. Je moet beide
boedels apart opnemen in verrichtingen V&V. Soms gebeurt het dat na overlijden van één van de ouders
niemand de verdeling vraagt, de erfgenamen laten alles samen omdat de LL ouder in leven is. Ze wachten tot
overlijden van beide en dan treffen ze 3 boedels aan: ontbonden GEM die al die tijd in OH was, de onverdeelde
NAL van de eerste ouder en de onverdeelde NAL van de laatste overleden ouder. Deze kunnen plaatsvinden in
één verrichting, voor zover 3 boedels niet worden verward. 1 verrichting indien iedereen gelijk gerechtigd is:
gem. kinderen en gelijke aanspraken.
Onverdeelde massa >< Onverdeelde zaak: OH slaat op een welomschreven object. Het gaat om een OH bij
bijzondere titel of een ‘bijzondere OH. Ofwel een RG of OG (BV: ongehuwd koppel of koppel onder SVG koopt
samen OG of inboedel aan, of bv. gezamenlijke effectenportfeuille).
§3. Doel V&V
DOEL: situatie van OH vervangen door toestand van exclusief eigendomsrecht. De onverdeelde rechten (vaak
uitgedrukt in een abstract breukdeel) omzetten in exclusieve rechten op concrete elementen van de boedel.
Indien iemand minder kreeg dan hij recht op had, dan is er een opleg (art. 4.75 §1 BW). Dat dekt het verschil
tussen hetgeen waarop een deelgenoot recht heeft en de nettowaarde van de hem toegewezen kavel.
Regel: verdeling in natura zodat ieder van de deelgenoten zoveel mogelijk deel krijgt uit bedoel zoals deze is
samengesteld (art. 4.73 §1 lid 1 BW). Maar dit is niet altijd mogelijk, bv. bij OG. In dit geval moet je de goederen
verkopen/veilen om uit OH te treden (art. 4.77 BW). Bij een veiling kan een deelgenoot zich inkopen en dan
geldt de veiling als verdeling. Indien de koop gebeurt door een derde, dan geldt de veiling als verkoop.
Soms volgt er op vereffening geen verdeling: gaat wel nog steeds om ‘GEM in vereffening’, nl. dus indien die
nog recht had of vergoeding van de GEM moest krijgen, dan komt dat nog in zijn kavel en omgekeerd ook.
• BV: GEM ontbonden door overlijden. Wanneer aandeel overledene 0 is ingevolge
verblijvingsbeding/keuzebeding, dan heeft overledene geen rechten op een aandeel van de GEM en
moet er niets verdeeld worden
• Indien bedongen dat GEM aan LLE toekomt ‘mits uitkering’, dan komt vergoeding toe aan GEM
• Lottrekking pas als geen andere mogelijkheid openstaat ‘residuair’: andere mogelijkheden om over te
gaan tot toewijzing zijn bv. uitoefening recht van toewijs bij voorrang (art 2.3.14) of bv. testamentair
recht van toewijzing bij voorrang of een conventionele toewijs
JURIDISCHE VERDELING VERSUS DE TOEWIJZING VAN HET FEITELIJK BEZIT
Feitelijk bezit: feitelijk handelen = zaken uit de boedel worden de facto verplaatst en sommige deelgenoten in
het feitelijk bezit van deze zaken te stellen. BV: één blijft in de gezinswoning en de gem. auto gebruiken =
feitelijk bezit (geen juridische verdeling).
Verdeling: juridisch handelen. Dit dient te gebeuren krachtens een OVK, met medewerking, medeweten en
instemming van alle deelgenoten, op een ogenblik waarop geldig tot verdeling kan worden overgegaan en met
de intentie om daarmee de onverdeeldheid tussen partijen ook juridisch te beëindigen.
Niet voldaan aan voorwaarden? Situatie van procedure gerechtelijke verdeling
Partiële verdeling kan: kan zelf worden opgelegd aan 1 deelgenoot tegen zijn wil (H9)
3
, VORMVOORWAARDEN V&V
1° Alle deelgenoten zijn aanwezig + meerderjarig + instemmend 1: voldaan? Minnelijke verdeling cf. art. 4.67
BW. De goederenrechtelijke regels zijn van toepassing
Fysiek aanwezig of vertegenwoordigd door een LH. Indien LH, dan moet notaris nagaan of aan
algemene geldigheidsvereisten van de lastgeving werd voldaan (algemene regels lastgeving gelden).
Het moet gaan om een buitengerechtelijk beschermingsmaatregel, ingeschreven in CRL en sommige
personen zijn uitgesloten als LH (art 490/1 §1)
Kan zowel authentiek als onderhands (mondeling niet, want kan je niet registreren)
Indien je twijfelt over geldigheid lastgeving, kan je naar de rechter: de uitvoerbaarverklaring door
vrederechter is geen geldigheidsVWDE, want LH kan ook optreden zonder rechterlijke TSK
OG: authentieke akte verplicht, bij RG aan te raden
2° Minderjarige of beschermde deelgenoot (art. 4.78): bijzondere rechtspleging = minnelijke gerechtelijke
verdeling naar de vorm of een ‘minnelijke verdeling onder rechterlijk toezicht’ (art 1206 Ger. W.). indien je
AVBB, volg je ook deze procedure.
Verdeling gebeurt bij notariële akte onder voorzitterschap en goedkeuring vrederechter, zelf al is er al
een akkoord overeengekomen
Vrederechter waak over belangen beschermde
Moet niet in natura, er kan ook worden gewerkt met een opleg in geld
Sanctie: verdeling is niet definitief
Normaal behoeven ouders/voogd/vertegenwoordiger voor gewichtige handelingen voorafgaande machtigng
vrederechter, maar hier niet vereist, want wordt geacht al in goedkeuring vrederechter te zitten cf. art 1206.
3° Deelgenoot weigert of betwistingen tussen deelgenoten: indien er geen akkoord bereikt wordt of wanneer
de rechter een voorstel tot minnelijke verdeling weigert, is minnelijke verdeling onmogelijk en moet verdeling
gerechtelijk worden gevorderd (art. 1207 Ger. W.)
De rechter beveelt dat de verdeling gebeurt en verwijst de partijen naar een notaris die de V&V zal
doen = boedelnotaris of notaris-vereffenaar
Vervolgens gaat het terug naar de rechter indien deelgenoten zijn voorstel niet goedkeuren
§4. Bijzondere positie en verantwoordelijkheden van de notaris bij V&V (dossier 4408 CSW)
Notaris heeft naast zijn vereffeningstaak, ook een adviesopdracht zowel t.a.v. de partijen als de rechter + een
verzoeningsopdracht of minstens een opdracht tot bemiddeling. VV zijn niet louter vermogensrechtelijke
belangen, maar ook emoties/herinneringen/gevoelens.
Gebonden door het beschikkingsbeginsel (cf. rechter): ‘hij is eigenlijk de eerste rechter’ = kan niet meer
toekennen dan gevorderd door partijen.
Wel verplicht tot ambtshalve toepassing van alle relevante HVR- of erfrechtelijke bepalingen cf. art. 1214, § 7
Ger.W.: binnen dat kader
• Wwelke bepalingen ambtshalve toepassen en welke niet? WEL: plicht om vergoedingsrekeningen op
te stellen als hij ziet dat die nodig is, interesten toekennen op vergoedingsrekeningen (ongeacht het
gevorderde van de partijen), erfrechtelijke inbreng toepassen,… NIET ambtshalve: heling,
preferentiële toewijzing, inkorting, verjaring laten lopen. = moet gevorderd worden.
Verplicht tot raadgevings- en informatieplicht: art. 1, lid 3 OWN
• Partijen informeren over hun rechten binnen de procedure
• Geen bijzondere infoplicht op de notaris t.o.v. afwezige partijen of partijen zonder raadsman
• Wordt anders ingevuld in de praktijk
Actieve rol bij samenstelling van de te verdelen massa:
1
Deelgenoten bereiken een akkoord en kunnen erna overgaan tot verdeling hoe ze willen zonder naleving bijzondere vormvoorschriften.
Voor RG is het aangeraden dit schriftelijk vast te leggen voor bewijsproblemen. Voor OG is sowieso authentieke akte vereist (art 3.30 BW)
4