6 vwo 2020-2021
1
,Het concept Risico en Informatie (domein G) komt aan bod in de lesbrieven Economische
Crisis, Levensloop, Mobiliteit en Vraag & Aanbod.
De kandidaat kan in contexten analyseren dat gezinnen en bedrijven bij het maken van
keuzes informatie verzamelen ten einde onzekerheid te verkleinen. Aangezien de informatie
vaak een beperkt karakter zal hebben moeten transactiepartijen een inschatting maken van
mogelijke gebeurtenissen (risico) en de mate waarin transactiepartners gebeurtenissen
beïnvloeden of informatie achterhouden die relevant is voor het tot stand brengen van een
transactie (asymmetrische informatie).
Onderwerpen en verwijzingen naar de lesbrieven:
De kandidaat kan in contexten herkennen en toepassen:
• principaal-agentrelaties en het risico op averechtse selectie en moreel wangedrag (moral
hazard). Te denken valt aan:
- opdrachtgever - opdrachtnemer
- vermogensverschaffer (eigendom) - ondernemer(leiding)
- kredietgever – kredietnemer Levensloop hoofdstuk 4; Mobiliteit Hoofdstuk 4 en 6
• Het hanteren van contracten in een principaal-agentrelatie en het inzetten van prikkels. n
Mobiliteit hoofdstuk 4 en 6
• de kandidaat kan in een economische context herkennen dat risico ontstaat bij het
nemen van een beslissing in een situatie van onzekerheid (onzeker voorval); Levensloop
hoofdstuk 3
• risicoaversie en verschillen daarin tussen transactiepartners; Levensloop hoofdstuk 3
• informatieasymmetrie: informatieachterstand of informatievoorsprong van de ene
transactiepartij ten opzichte van de andere partij; Levensloop hoofdstuk 3
• de betekenis van risicoaversie met betrekking tot het afsluiten van een verzekering;
Levensloop hoofdstuk 3
• de afweging tussen kosten en risico bij verzekeren door beide transactiepartijen;
Levensloop hoofdstuk 3
• het effect dat (verplichte) solidariteit risico's kan hebben op risicomanagement van
verzekerden; Levensloop hoofdstuk 3
• averechtse selectie en middelen om dit te beperken: het verplicht voorschrijven van een
verzekering; het instellen van een collectieve verzekering; Levensloop hoofdstuk 3 en
Mobiliteit hoofdstuk 4
• moreel wangedrag (moral hazard) en middelen om dit te beperken: bijvoorbeeld eigen
risico, bonus-malus-systeem; Levensloop hoofdstuk 3
• de relatie tussen de hoogte van het risico en het te verwachten rendement bij
beleggingen. Economische Crisis hoofdstuk 1
• onvolledige informatie leidt in een ruilsituatie tot transactiekosten; Mobiliteit hoofdstuk 1
en 4
• informatieasymmetrie: informatieachterstand of informatievoorsprong van de ene
transactiepartij ten opzicht van de andere partij; Mobiliteit hoofdstuk 4
• de rol van toezichthouders op financiële en op andere markten. Mobiliteit hoofdstuk4
• de keuze die een ondernemer maakt bij het verkrijgen van eigen en/of vreemd vermogen
en de functie van onderpand bij het verkrijgen van krediet; Vraag&Aanbod hoofdstuk 4
• de keuze die een ondernemer maakt voor een bepaalde rechtsvorm zoals eenmanszaak,
vennootschap onder firma, bv of nv en de risico's die daarmee samenhangen op het
gebied van aansprakelijkheid; Vraag&Aanbod hoofdstuk 4
2
, • de relatie tussen de hoogte van het risico en het te verwachten rendement bij
beleggingen; Economische Crisis hoofdstuk 1
• het verschil tussen obligaties en aandelen ten aanzien van de mate van risico en het te
verwachten rendement; Economische Crisis hoofdstuk 1
• Waardeverandering van beleggingen als gevolg van renteveranderingen en inflatie.
Economische Crisis hoofdstuk 1
3
1
,Het concept Risico en Informatie (domein G) komt aan bod in de lesbrieven Economische
Crisis, Levensloop, Mobiliteit en Vraag & Aanbod.
De kandidaat kan in contexten analyseren dat gezinnen en bedrijven bij het maken van
keuzes informatie verzamelen ten einde onzekerheid te verkleinen. Aangezien de informatie
vaak een beperkt karakter zal hebben moeten transactiepartijen een inschatting maken van
mogelijke gebeurtenissen (risico) en de mate waarin transactiepartners gebeurtenissen
beïnvloeden of informatie achterhouden die relevant is voor het tot stand brengen van een
transactie (asymmetrische informatie).
Onderwerpen en verwijzingen naar de lesbrieven:
De kandidaat kan in contexten herkennen en toepassen:
• principaal-agentrelaties en het risico op averechtse selectie en moreel wangedrag (moral
hazard). Te denken valt aan:
- opdrachtgever - opdrachtnemer
- vermogensverschaffer (eigendom) - ondernemer(leiding)
- kredietgever – kredietnemer Levensloop hoofdstuk 4; Mobiliteit Hoofdstuk 4 en 6
• Het hanteren van contracten in een principaal-agentrelatie en het inzetten van prikkels. n
Mobiliteit hoofdstuk 4 en 6
• de kandidaat kan in een economische context herkennen dat risico ontstaat bij het
nemen van een beslissing in een situatie van onzekerheid (onzeker voorval); Levensloop
hoofdstuk 3
• risicoaversie en verschillen daarin tussen transactiepartners; Levensloop hoofdstuk 3
• informatieasymmetrie: informatieachterstand of informatievoorsprong van de ene
transactiepartij ten opzichte van de andere partij; Levensloop hoofdstuk 3
• de betekenis van risicoaversie met betrekking tot het afsluiten van een verzekering;
Levensloop hoofdstuk 3
• de afweging tussen kosten en risico bij verzekeren door beide transactiepartijen;
Levensloop hoofdstuk 3
• het effect dat (verplichte) solidariteit risico's kan hebben op risicomanagement van
verzekerden; Levensloop hoofdstuk 3
• averechtse selectie en middelen om dit te beperken: het verplicht voorschrijven van een
verzekering; het instellen van een collectieve verzekering; Levensloop hoofdstuk 3 en
Mobiliteit hoofdstuk 4
• moreel wangedrag (moral hazard) en middelen om dit te beperken: bijvoorbeeld eigen
risico, bonus-malus-systeem; Levensloop hoofdstuk 3
• de relatie tussen de hoogte van het risico en het te verwachten rendement bij
beleggingen. Economische Crisis hoofdstuk 1
• onvolledige informatie leidt in een ruilsituatie tot transactiekosten; Mobiliteit hoofdstuk 1
en 4
• informatieasymmetrie: informatieachterstand of informatievoorsprong van de ene
transactiepartij ten opzicht van de andere partij; Mobiliteit hoofdstuk 4
• de rol van toezichthouders op financiële en op andere markten. Mobiliteit hoofdstuk4
• de keuze die een ondernemer maakt bij het verkrijgen van eigen en/of vreemd vermogen
en de functie van onderpand bij het verkrijgen van krediet; Vraag&Aanbod hoofdstuk 4
• de keuze die een ondernemer maakt voor een bepaalde rechtsvorm zoals eenmanszaak,
vennootschap onder firma, bv of nv en de risico's die daarmee samenhangen op het
gebied van aansprakelijkheid; Vraag&Aanbod hoofdstuk 4
2
, • de relatie tussen de hoogte van het risico en het te verwachten rendement bij
beleggingen; Economische Crisis hoofdstuk 1
• het verschil tussen obligaties en aandelen ten aanzien van de mate van risico en het te
verwachten rendement; Economische Crisis hoofdstuk 1
• Waardeverandering van beleggingen als gevolg van renteveranderingen en inflatie.
Economische Crisis hoofdstuk 1
3