Maatschappijleer rechtsstaat
Geweldsmonopolie: in een staat waarin alleen de overheid geweld mag gebruiken tegen de
burgers. De politie heeft hierin meerdere bevoegdheden: opsporingstaak en
handhavingstaak:
- Iemand staande houden
- Aanhouden/ arresteren
Rechtstaat
Recht: geheel van geldende rechtsregels Staat: overheid oefent gezag uit over een
volk op een grondgebied
Kenmerken:
1. Grondrechten
Beschermt de burger tegen machtsmisbruik van de overheid. Ethisch profileren mag
niet, want dat is een vorm van discriminatie. Maar de politie mag wel preventief
fouilleren, met toestemming. De politie mag niet willekeuring vragen om
identiteitsbewijs. Alle burgers hebben grondrechten. Je hebt het vaak over de
klassieke grondrechten/ mensenrechten/ fundamentele rechten:
o Gelijkheidsrechten: iedereen is gelijk. Het is het eerste artikel, tevens niet het
belangrijkste.
o Politieke rechten: iedereen heeft een actief kiesrecht (stemmen) en passief
kiesrecht (verkiesbaar stellen). Het kan afgenomen worden met hoge
uitzondering.
o Vrijheidsrechten: roept de meeste discussie op, zijn de vrijheden van
meningsuiting, godsdienst, vereniging, vergadering, betoging.
Naast de klassieke grondrechten heb je ook nog sociale grondrechten: dit houdt in
dat de overheid een inspanningsplicht heeft en de burger kan deze rechten niet
afdwingen. Een grondwet is heel lastig, over een grondwetswijziging wordt altijd 2x
gestemd, een keer voor en na de tweede Kamerverkiezingen.
2. Legaliteitsbeginsel
Het legaliteitsbeginsel draagt bij aan de rechtszekerheid.
o Alles wat de overheid doet moet gebaseerd zijn op de wet
o Alleen als het op dat moment wet staat is het geldig
3. Trias Politica
Machtenscheiding, gescheiden in:
I. Uitvoerende macht: regering + provincies + gemeenten
II. Wetgevende macht: eerste en tweede kamer (Staten Generaal) en regering
III. Rechtsprekende macht: OM en rechters
4. Onafhankelijke rechtspraak
De rechter is niet beïnvloedbaar en onpartijdig, anders kan de verdachte de rechter
wraken. Ze beoordelen op basis van rechtsbronnen, kan geen straf hoger geven dan
de maximum en de rechtszaak moet transparant zijn.
Er zijn 3 rechtsgebieden:
o Burgerlijk recht
o Bestuursrecht
Geweldsmonopolie: in een staat waarin alleen de overheid geweld mag gebruiken tegen de
burgers. De politie heeft hierin meerdere bevoegdheden: opsporingstaak en
handhavingstaak:
- Iemand staande houden
- Aanhouden/ arresteren
Rechtstaat
Recht: geheel van geldende rechtsregels Staat: overheid oefent gezag uit over een
volk op een grondgebied
Kenmerken:
1. Grondrechten
Beschermt de burger tegen machtsmisbruik van de overheid. Ethisch profileren mag
niet, want dat is een vorm van discriminatie. Maar de politie mag wel preventief
fouilleren, met toestemming. De politie mag niet willekeuring vragen om
identiteitsbewijs. Alle burgers hebben grondrechten. Je hebt het vaak over de
klassieke grondrechten/ mensenrechten/ fundamentele rechten:
o Gelijkheidsrechten: iedereen is gelijk. Het is het eerste artikel, tevens niet het
belangrijkste.
o Politieke rechten: iedereen heeft een actief kiesrecht (stemmen) en passief
kiesrecht (verkiesbaar stellen). Het kan afgenomen worden met hoge
uitzondering.
o Vrijheidsrechten: roept de meeste discussie op, zijn de vrijheden van
meningsuiting, godsdienst, vereniging, vergadering, betoging.
Naast de klassieke grondrechten heb je ook nog sociale grondrechten: dit houdt in
dat de overheid een inspanningsplicht heeft en de burger kan deze rechten niet
afdwingen. Een grondwet is heel lastig, over een grondwetswijziging wordt altijd 2x
gestemd, een keer voor en na de tweede Kamerverkiezingen.
2. Legaliteitsbeginsel
Het legaliteitsbeginsel draagt bij aan de rechtszekerheid.
o Alles wat de overheid doet moet gebaseerd zijn op de wet
o Alleen als het op dat moment wet staat is het geldig
3. Trias Politica
Machtenscheiding, gescheiden in:
I. Uitvoerende macht: regering + provincies + gemeenten
II. Wetgevende macht: eerste en tweede kamer (Staten Generaal) en regering
III. Rechtsprekende macht: OM en rechters
4. Onafhankelijke rechtspraak
De rechter is niet beïnvloedbaar en onpartijdig, anders kan de verdachte de rechter
wraken. Ze beoordelen op basis van rechtsbronnen, kan geen straf hoger geven dan
de maximum en de rechtszaak moet transparant zijn.
Er zijn 3 rechtsgebieden:
o Burgerlijk recht
o Bestuursrecht