ontwikkeling
Begrippen:
Monocultuur Gebied waar een lage verscheidenheid is aan soorten.
Genen DNA-fragmenten die de erfelijke kenmerken bepalen, ze zorgen voor variatie
aan uiterlijke kenmerken. Ze komen tot uiting in de verschillende rassen.
Ras Een groep van gelijkende organismen binnen een soort.
Natuurlijk ecosysteem Een ecosysteem waar de mens niet aan komt. Ze zijn nog intact en vertonen
meestal een zeer grote biodiversiteit.
Halfnatuurlijk Een ecosysteem dat door menselijke activiteiten (jagen, wandel-fietspaden,)
ecosysteem beïnvloed wordt.
Kunstmatig Een ecosysteem dat sterk wordt bepaald door de mens.
Ecosysteem
Invasieve exoten Soorten die zich buiten hun oorspronkelijk verspreidingsgebied hebben
gevestigd en zo een bedreiging vormen voor inheemse soorten.
Genetische Gewassen waarvan het DNA is aangepast zodat ze niet ziek worden en dus
modificatie zorgen voor een betere oogst. Dit heeft voor- en nadelen. Het werkt mono-
cultuur in de hand, maar er zijn minder chemische bestrijdingsmiddelen
nodig.
GEO-rapport Global Environmental Outlook rapport
Duurzame ontwikkelingEen ontwikkeling die voorziet in de basisbehoeften van de huidige generaties,
zonder daarbij de basisbehoeften van de toekomstige generaties in gevaar
te brengen.
Biodiversiteit komt voor op meerdere niveaus
Op soortniveau
= De verscheidenheid aan soorten in een bepaald gebied.
bv. In België zijn een 80-tal soorten zoogdieren bekenden meer dan 17000 soorten insecten.
Soortenrijkdom kan heel uiteenlopend zijn.
bloemenweide = soortenrijk
graanakker, voetbalveld = soortenarm = monocultuur
Op genetisch niveau
= De verscheidenheid aan genen die voorkomen binnen elke soort afzonderlijk.
De genetische verscheidenheid vergroot door kruising van rassen. Dit wordt veel toegepast in de
landbouw om de eigenschap van een voedingsgewas te verbeteren.
bv. Pietran varken, dat varken wordt gekruist met andere rassen die minder stressgevoelig zijn en
toch de vleeskwaliteit bewaren.