biologie
Thermoregulatie
Term homeostase: Evenwicht tussen bepaalde processen
in het lichaam
Oefenvraag: Welke zaken kunnen we bedenken die door
processen in het lichaam in evenwicht worden gehouden?
Temperatuur, glucose (bloedsuikerspiegel), bloeddruk,
ATP, zouten (zoutgehalte), eiwitgehalte, PH-waarde,
hartslag en hormonen
Homeostase:
Regelkring
Kun je zelf altijd maken vorm van een 8
Tussen grenzen
o Kan te hoog worden
o Kan ook dreigen om te laag te worden
Oefenvraag: Waarom is het belangrijk om de lichaamstemperatuur op
peil te houden? Bij een te warme lichaamstemperatuur verbreekt de
eiwitbinding waardoor de ruimtelijke structuur van de cel kapot gaat. Bij
een te koude lichaamstemperatuur raakt het dier onderkoelt en gaat de
productie achteruit. Zullen ze meer moeten gebruiken om de temperatuur
te behouden waardoor ze minder energie hebben voor productie,
vleesaanzet of groei.
Term endotherm: warmbloedige dieren
Term ectotherm: koudbloudige dieren
Lichaamstemperatuur:
Diersoort Lichaamstemp Onderste Boven kritieke Comfort zone
kritieke temp temp
Kalf 38,5 – 40,4
Rund 38 – 39
Big 38 24 33,5 24-30
Varken 38 – 39,5 8 8-22 25
Geit 38,5 – 40,5
kip 40,5 – 43,0
Oefenvraag: welke 2 zaken moeten met elkaar in balans zijn bij
thermoregulatie? De warmteproductie en de warmteafgifte
Warmteproductie:
Warmteproductie die in het lichaam zelf gemaakt wordt
endotherme dieren
, Samenvatting gemaakt van college aantekeningen, PGO en basisboek
biologie
3 belangrijkste voedingsstoffen:
Eiwitten
Vetten
Koolhydraten
Term interne processen: processen in het lichaam
Term externe processen: processen buiten het lichaam
Vrijkomen van warmte:
1. Verteren en opnemen van voedingsstoffen
a. Deel energie gaat verloren via de mest
b. Deel energie gaat verloren via de urine
2. Celademhaling
3. Groei, opslag en voortplanting
4. Celgroei
Alle lichaamsprocessen waar energie gebruikt wordt, komt ook warmte
vrij. De warmte die vrijkomt zorgt voor een interne opwarming.
4 manieren van warmteafgifte:
1. Radiation straling
2. Evaporation verdamping
3. Convection stroming
4. Conduction geleiding
Voelbare warmteafgifte:
Straling
Stroming
Geleiding
Die vindt plaats doordat er een verschil zit in huid temperatuur ten
opzichte van de omgevingstemperatuur.
Oefenvraag: Waarom is er steeds minder voelbare warmteafgifte
naarmate de omgevingstemperatuur oploopt? Hoe warmer het wordt, hoe
minder verschil er is tussen de buitentemperatuur en de temperatuur van
het lichaam. Dat wordt gemeten in de huid, de huidtemperatuur speelt
hierbij de grootste rol. De sensoren die meet van moet ik meer- of minder
warmte gaan afgeven om de lichaamstemperatuur op peil te houden (in
de huid gemeten). Hoe dichterbij de buitentemperatuur bij de
huidtemperatuur komt, hoe minder er kans is om via stroming, straling en
geleiding warmte af te geven.
Latente warmteafgifte:
Verdamping van water via hijgen en zweten