BEDRIJFSDIERGENEESKUNDE
Yasmina Jongbloet
1 FEBRUARI 2026
,PROF. MAES
STALKLIMAAT RUNDVEE (9/02)
KLIMAATPARAMETERS
TEMPERATUUR
Ideale temperatuur van een dier hangt af van de leeftijd. Een jonger dier moet warmer gehouden worden.
Bij melkvee ligt de optimale T lager. Herkauwers worden idealiter in lagere temperaturen gehouden.
Herkauwers mogen relatief koud gehouden worden en zijn robuust aan schommelingen aan temperatuur
idpv andere diersoorten.
- Er zijn ook rasverschillen.
- Hoge temperatuur is nadeliger dan een lage temperatuur. : hittestress → moet beschutting zijn
voor weidedieren.
➔ Boom: schaduw bliksem
RELATIEVE VOCHTIGHEID
De impact van RV op productie bij melkvee is weergegeven in deze grafiek:
Bij lage temperaturen (±20–22 °C) blijft de melkproductie
bijna stabiel, zelfs wanneer de luchtvochtigheid stijgt. Maar
zodra de temperatuur boven ongeveer 24 °C komt, begint de
productie te dalen — en hoe hoger de relatieve vochtigheid,
hoe sterker die daling wordt.
De reden is dat koeien hun warmte moeilijker kwijt kunnen in
warme én vochtige lucht. Ze raken sneller in hittestress,
eten minder en geven daardoor minder melk.
Warm + vochtig = grootste productiedaling.
Vooral ventilatie en koeling worden dus belangrijk zodra de
temperatuur boven 24 °C gaat.
LUCHTSNELHEID
Norm = <0.2, bij hittestress mag er hogere snelheden geinduceerd worden. Tocht = te koud + te veel
luchtsnelheid → risico: ADH stoornis.
REACTIE DIER KOUDE
Korte termijn : VC → haren oprichten ( meer isolatie door stilstaande lucht tussen de haren )en
samenkruipen.
Lange termijn : dichtere vacht en meer subcutaan vetvorming
HITTESTRESS (!)
Hittestress bij melkvee kan zowel in de stal als in de weide optreden. In de stal ontstaat het vooral door
zonlicht, warmtestraling van het dak en warmteproductie van de dieren, terwijl de koeling er trager
1
,verloopt. In de weide zorgt directe zon voor opwarming, maar daar koelen koeien meestal sneller af,
vooral ’s nachts.
THI : TEMPERATURE HUMIDITY INDEX
= combinatie van T en RV.
Hoe hoog productiever , hoe gevoeliger voor hittestress.
De Temperature Humidity Index (THI) is een maat die
temperatuur en relatieve luchtvochtigheid
combineert om te bepalen hoeveel hittestress
melkkoeien ervaren. Naarmate de THI stijgt, nemen
de negatieve effecten toe.
Recente gegevens suggereren bovendien dat er al
vanaf een THI rond 68 nadelige effecten kunnen
optreden, waardoor tijdige maatregelen zoals
ventilatie en koeling belangrijk zijn.
Hoge T = vruchtbaarheid
GEVOLGEN VAN HITTESTRESS
2
, - Waarom meer klauwproblemen? Als ze neerliggen geraken ze moeilijk hun warmte kwijt. Als ze
rechtstaan gaat er meer warmte weg dus gaan ze meer rechtstaan waardoor klauwen meer
overbelast kunnen worden. Als de stal en vloer ook niet optimaal is, is er meer risico
-
POTENTIELE VERLIEZEN VAN HITTESTRESS
bij lagere temperaturen en hogere luchtsnelheid geven →
zal de melkproductie naar beneden drukken. (meer
ventilatie) dit verlies duidelijk kan beperken. Rond 22–26
°C blijft de melkproductie nog vrij stabiel en kan extra
luchtstroming zelfs een klein positief effect hebben.
Boven ongeveer 28–30 °C daalt de productie echter
merkbaar, vooral wanneer de luchtsnelheid laag is (bv.
0,5 m/s).
Bij hogere luchtsnelheden, zoals 4,5–5,5 m/s, blijft het
productieverlies veel kleiner omdat koeien hun warmte
beter kunnen afgeven. De belangrijkste conclusie is dus dat goede ventilatie essentieel is bij warme
omstandigheden om hittestress en melkverlies te beperken.
Er zal niet alleen minder productie zijn maar
er kunnen ook vershcillende gevolgen zijn
voor de kwaliteit van de melk of de
samenstelling van de melk.
PREVENTIE HITTESTRESS
- Overbezetting voorkomen → minder stress.
➔ Niet meer koeien dan vreetplaatsen/ligboxen
➔ Koeien : allelomimetisch gedrag.
- Voldoende dakoversteek langs zonnezijde
- Schaduw voorzien: beplanting (zonder te interfereren met dwarsventilatie)
- Warmte-absorberende oppervlakten rond de stal vermijden bv. verharde grond (indirecte
stralingswarmte)
- Bleke of reflecterende materialen die aan zon worden blootgesteld
- Goede thermische geleidbaarheid van materiaal in ligboxen bv. Zand
- Dak isoleren
➔ Word aangeraden om de stralingswarmte te beperken. Zodat met isolatie , temperatuur tot
10° lager dan de omgeving.
➔ Lightroof: polycarbonaat in combinatie met aluminiumpigment
• Lichtdoorlatend (verschillende gradaties)
3
Yasmina Jongbloet
1 FEBRUARI 2026
,PROF. MAES
STALKLIMAAT RUNDVEE (9/02)
KLIMAATPARAMETERS
TEMPERATUUR
Ideale temperatuur van een dier hangt af van de leeftijd. Een jonger dier moet warmer gehouden worden.
Bij melkvee ligt de optimale T lager. Herkauwers worden idealiter in lagere temperaturen gehouden.
Herkauwers mogen relatief koud gehouden worden en zijn robuust aan schommelingen aan temperatuur
idpv andere diersoorten.
- Er zijn ook rasverschillen.
- Hoge temperatuur is nadeliger dan een lage temperatuur. : hittestress → moet beschutting zijn
voor weidedieren.
➔ Boom: schaduw bliksem
RELATIEVE VOCHTIGHEID
De impact van RV op productie bij melkvee is weergegeven in deze grafiek:
Bij lage temperaturen (±20–22 °C) blijft de melkproductie
bijna stabiel, zelfs wanneer de luchtvochtigheid stijgt. Maar
zodra de temperatuur boven ongeveer 24 °C komt, begint de
productie te dalen — en hoe hoger de relatieve vochtigheid,
hoe sterker die daling wordt.
De reden is dat koeien hun warmte moeilijker kwijt kunnen in
warme én vochtige lucht. Ze raken sneller in hittestress,
eten minder en geven daardoor minder melk.
Warm + vochtig = grootste productiedaling.
Vooral ventilatie en koeling worden dus belangrijk zodra de
temperatuur boven 24 °C gaat.
LUCHTSNELHEID
Norm = <0.2, bij hittestress mag er hogere snelheden geinduceerd worden. Tocht = te koud + te veel
luchtsnelheid → risico: ADH stoornis.
REACTIE DIER KOUDE
Korte termijn : VC → haren oprichten ( meer isolatie door stilstaande lucht tussen de haren )en
samenkruipen.
Lange termijn : dichtere vacht en meer subcutaan vetvorming
HITTESTRESS (!)
Hittestress bij melkvee kan zowel in de stal als in de weide optreden. In de stal ontstaat het vooral door
zonlicht, warmtestraling van het dak en warmteproductie van de dieren, terwijl de koeling er trager
1
,verloopt. In de weide zorgt directe zon voor opwarming, maar daar koelen koeien meestal sneller af,
vooral ’s nachts.
THI : TEMPERATURE HUMIDITY INDEX
= combinatie van T en RV.
Hoe hoog productiever , hoe gevoeliger voor hittestress.
De Temperature Humidity Index (THI) is een maat die
temperatuur en relatieve luchtvochtigheid
combineert om te bepalen hoeveel hittestress
melkkoeien ervaren. Naarmate de THI stijgt, nemen
de negatieve effecten toe.
Recente gegevens suggereren bovendien dat er al
vanaf een THI rond 68 nadelige effecten kunnen
optreden, waardoor tijdige maatregelen zoals
ventilatie en koeling belangrijk zijn.
Hoge T = vruchtbaarheid
GEVOLGEN VAN HITTESTRESS
2
, - Waarom meer klauwproblemen? Als ze neerliggen geraken ze moeilijk hun warmte kwijt. Als ze
rechtstaan gaat er meer warmte weg dus gaan ze meer rechtstaan waardoor klauwen meer
overbelast kunnen worden. Als de stal en vloer ook niet optimaal is, is er meer risico
-
POTENTIELE VERLIEZEN VAN HITTESTRESS
bij lagere temperaturen en hogere luchtsnelheid geven →
zal de melkproductie naar beneden drukken. (meer
ventilatie) dit verlies duidelijk kan beperken. Rond 22–26
°C blijft de melkproductie nog vrij stabiel en kan extra
luchtstroming zelfs een klein positief effect hebben.
Boven ongeveer 28–30 °C daalt de productie echter
merkbaar, vooral wanneer de luchtsnelheid laag is (bv.
0,5 m/s).
Bij hogere luchtsnelheden, zoals 4,5–5,5 m/s, blijft het
productieverlies veel kleiner omdat koeien hun warmte
beter kunnen afgeven. De belangrijkste conclusie is dus dat goede ventilatie essentieel is bij warme
omstandigheden om hittestress en melkverlies te beperken.
Er zal niet alleen minder productie zijn maar
er kunnen ook vershcillende gevolgen zijn
voor de kwaliteit van de melk of de
samenstelling van de melk.
PREVENTIE HITTESTRESS
- Overbezetting voorkomen → minder stress.
➔ Niet meer koeien dan vreetplaatsen/ligboxen
➔ Koeien : allelomimetisch gedrag.
- Voldoende dakoversteek langs zonnezijde
- Schaduw voorzien: beplanting (zonder te interfereren met dwarsventilatie)
- Warmte-absorberende oppervlakten rond de stal vermijden bv. verharde grond (indirecte
stralingswarmte)
- Bleke of reflecterende materialen die aan zon worden blootgesteld
- Goede thermische geleidbaarheid van materiaal in ligboxen bv. Zand
- Dak isoleren
➔ Word aangeraden om de stralingswarmte te beperken. Zodat met isolatie , temperatuur tot
10° lager dan de omgeving.
➔ Lightroof: polycarbonaat in combinatie met aluminiumpigment
• Lichtdoorlatend (verschillende gradaties)
3