Hoofdstuk 3 Rekenen met variabelen
● Ziet je formule er zo uit: ? Vermenigvuldig dan alles wat binnen de haakjes
staat met de factor buiten de haakjes.
● Merkwaardig product: als je de som (a+b)² hebt, is het antwoord=
a²(eerste in kwadraat) + 2ab(2x het product van de twee)+b²( tweede in het
kwadraat)
● Rekenvolgorde: haakjes- machten-vermenigvuldigen en delen-plus en min
● 2a⋅2b=2⋅a⋅2⋅b=2⋅2⋅a⋅b=4ab
Getallen en variabelen vermenigvuldigen:
1. Vermenigvuldig de getallen en schrijf de uitkomst vooraan.
2. Schrijf de variabelen in alfabetische volgorde achter het getal
3. Noteer gelijke variabelen als macht en laat de vermenigvuldigingstekens weg.
● Om breuken met elkaar te vermenigvuldigen moeten we de tellers met elkaar
vermenigvuldigen en de noemers met elkaar vermenigvuldigen. teller
noemer⋅teller noemer=teller⋅teller noemer⋅noemer
● Om een breuk te delen delen door een andere breuk, moeten we de eerste breuk
vermenigvuldigen met het omgekeerde van de andere breuk.
● Om gelijknamige breuken op te tellen of af te trekken hoeven we alleen de tellers
op te tellen of af te trekken. De noemer blijft hetzelfde.
● Om breuken met verschillende noemers op te tellen of af te trekken moeten we de
breuken eerst gelijknamig maken.
● Machten met gelijke exponenten kunnen we vermenigvuldigen door de grondtallen
te vermenigvuldigen: an⋅bn=(a⋅b)n
● 2⁴*5⁴ = 10⁴
THANK YOŨ LORA
● Ziet je formule er zo uit: ? Vermenigvuldig dan alles wat binnen de haakjes
staat met de factor buiten de haakjes.
● Merkwaardig product: als je de som (a+b)² hebt, is het antwoord=
a²(eerste in kwadraat) + 2ab(2x het product van de twee)+b²( tweede in het
kwadraat)
● Rekenvolgorde: haakjes- machten-vermenigvuldigen en delen-plus en min
● 2a⋅2b=2⋅a⋅2⋅b=2⋅2⋅a⋅b=4ab
Getallen en variabelen vermenigvuldigen:
1. Vermenigvuldig de getallen en schrijf de uitkomst vooraan.
2. Schrijf de variabelen in alfabetische volgorde achter het getal
3. Noteer gelijke variabelen als macht en laat de vermenigvuldigingstekens weg.
● Om breuken met elkaar te vermenigvuldigen moeten we de tellers met elkaar
vermenigvuldigen en de noemers met elkaar vermenigvuldigen. teller
noemer⋅teller noemer=teller⋅teller noemer⋅noemer
● Om een breuk te delen delen door een andere breuk, moeten we de eerste breuk
vermenigvuldigen met het omgekeerde van de andere breuk.
● Om gelijknamige breuken op te tellen of af te trekken hoeven we alleen de tellers
op te tellen of af te trekken. De noemer blijft hetzelfde.
● Om breuken met verschillende noemers op te tellen of af te trekken moeten we de
breuken eerst gelijknamig maken.
● Machten met gelijke exponenten kunnen we vermenigvuldigen door de grondtallen
te vermenigvuldigen: an⋅bn=(a⋅b)n
● 2⁴*5⁴ = 10⁴
THANK YOŨ LORA