aBlok A tekst 1:Aanloop naar de Grote Oorlog:
De 19de eeuw: een periode waar de industrie zich snel ontwikkelt. Eerst landbouwstedelijke
samenleving, daarna industriële samenleving. Mensen verlieten het platteland, gingen naar de stad
en werkten in fabrieken. Veel Europese landen kenden een grote sprong voorwaarts, hoewel je
minder persoonlijke vrijheid had, je leven werd bepaald door de eisen van de fabrikant.
Machines namen het werk over, mensen leverden minder fysieke arbeid en er werd een compensatie
voor gezocht -> sport. Ongemerkt kwam er ook een onderliggende gedachte vrij: door te sporten
werden veel jongens ook geschikt voor het leger;
➢ Ze werden er hard en weerbaar door en kregen een teamgeest en ze leerden discipline.
In Frankrijk werd dit erg gepromoot; in 1871 verloor ze Elzas-Lotharingen aan Duitsland, Frankrijk
wilde wraak nemen.
La belle epoque: Na de Eerste Wereldoorlog keek men vaak heimelijk terug op de periode voor
1914. Men duidde deze tijd vaak aan La belle epoque "het mooie tijdperk". De periode tussen 1890
en 1914 werd gezien als een tijd van grote mogelijkheden. Landen vonden nieuwe dingen uit en
arbeiders kregen het beter; salaris, voedsel en hoefden minder lang te werken. Mensen hadden nog
hele romantische ideeen over heldendom, moed en oorlog terwijl dit niet meer paste bij de moderne
tijd met nieuwe wapens etc.
Mensen gingen steeds meer trots ervaren voor hun eigen land; nationalisme.
Er is niet één directe aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog. Er is niet één schuldige of één oorzaak.
Er waren verschillende omstandigheden die leidden tot een eerste openlijke aanval;
● Frankrijk was nog steeds erg boos om het verlies van Elzas-Lotharingen aan Duitsland in
1871. Frankrijk wilde zijn verloren gebied, waar veel industrie en grondstoffen waren, terug en
wilde een herstel van het gezichtverlies wat het daarmee had geleden.
● Duitsland en Rusland wilden juist een vergroting van hun macht en hun invloed op de wereld,
hierdoor werden ze elkaars concurrent.
● Engeland was vooral bezig met het behouden van haar macht (koloniën) en met een grote
macht op zee.
Diepere oorzaken: Er waren vele spanningen tussen de grootmachten aan het einde van de 19e
eeuw. Dit leidde tot vijf verschillende diepere (indirecte) oorzaken die uiteindelijk leidden tot het
ontstaan van de Eerste Wereldoorlog in de zomer van 1914.
● Kolonialisme: Einde 19e eeuw waren veel landen bezig met een koloniaal rijk; grootste
waren van Groot-Brittannie en Frankrijk die kolonies hadden in Afrika en Azie. DE (duitsland)
had weinig kolonies en zoch naar een manier om een groot koloniaal rijk te krijgen. Het
kolonialisme, met de race om de kolonies, was daarmee ook een onderdeel geworden van de
groeiende onrust.
● Bondgenootschappen: Veel landen waren bang voor oorlog, wilden zich beschermen door
bondgenootschappen te sluiten; als een land werd aangevallen, zouden de bondgenoten
helpen. Het idee hierachter was dat een vijand wel zou opletten met aanvallen en een oorlog
niet zomaar zou uitbreken. Hierdoor was de wereld rond 1914 verdeeld in twee groepen:
○ De Geallieerden: bondgenootschap van Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland
○ De Centralen: bondgenootschap van Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië.
● Militarisme: door het idee dat vechten goed is voor je land en de oorlog een voorbeeld was
van kracht, groeide de rol van de oorlog en het leger in de samenleving. Waarden als moed,
discipline en strijdlust stonden heel hoog aangeschreven. Geweld werd gezien als oplossing
voor problemen ipv praten
● Wapenwedloop: door vooruitgang in techniek hadden landen veel wapens en
oorlogmateriaal (machinegeweren, granaten) Landen waren namelijk bang dat als ze niet
continu meer en sterkere wapens zouden produceren, ze zouden achterlopen op hun
, tegenstanders. Hierdoor hadden de landen het gevoel dat een mogelijke oorlog heel snel
gewonnen zou zijn.
● Nationalisme: In de landen heerste het nationalisme: je moest trots zijn op je eigen land en
daar ook alles voor over hebben. En volgens veel mensen was oorlog de perfecte manier om
deze trots te laten zien.
Dit wees erop dat de landen snel naar een grote oorlog toegingen. Het was wachten op de laatste
grote gebeurtenis die alles tot ontbranden zou zetten.
Aanslag in Sarejevo - De lont in het vat buskruit wordt aangestoken In de jaren rond 1914 was het
wachten op het moment tot de dreigende situatie zou ontploffen, die zou uiteindelijk in juni 1914
plaatsvinden in Sarejevo, de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina, wat een provincie was van het grote
Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk.
Dit stond onder heerschappij van Oostenrijkse keizer Frans-Josef, die controle had over een rijk met
verschillende nationaliteiten. Door nationalisme dat opkwam dreigde het rijk uit elkaar te vallen. In
Bosnie-Herzegovina waren veel nationalisten die vonden dat het gebied bij Servië hoorde. Servië
begon rond 1914 stiekem steun te verlenen aan terreurbewegingen die Bosnië los wilden maken
van Oostenrijk-Hongarije. Servië vertrouwde hierbij ook op Rusland (bondgenoten). Een van die
terreurbewegingen was ‘De Zwarte Hand’ waarin jonge, Bosnisch-Servische nationalisten zaten die
Bosnië en Servië wilden verbinden. Ze pleegden aanslagen, waarbij ze in de zomer van 1914 dé kans
kregen.
In zomer 1914 besloot kroonprins Frans Ferdinand (zoon van Frans-Jozef) naar Sarajevo te gaan, hij
was van tevoren gewaarschuwd voor het gevaar van een aanslag door De Zwarte Hand, maar hij
ging toch. Op 28 juni 1914 werd hij samen met zijn vrouw doodgeschoten door Gavrilo Princip (19)
Na de aanslag was het voor OS al duidelijk dat SV iets te maken had met de aanslag en het eiste een
uitleg. De bondgenoot van OS, DE, drong aan op actie en op hard ingrijpen door OS. Na een maand
besloot OS op 28 juli 1914 de oorlog te verklaren aan SV. Rusland besloot om SV te steunen en
verklaarde de oorlog aan OS. Er onstond een kettingreactie waardoor DE, FR, en GB werden
meegesleurd.
Blok 2 tekst A: Begin van de Grote Oorlog (augustus-september 1914)\
In augustus 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit, alle landen waren ervan overtuigd dat het een
korte oorlog zou worden, die ze allemaal dachten te kunnen winnen.
Er waren voor 1914 al veel militaire plannen gemaakt. Duitsland had vanwege haar ligging het gevaar
van een tweefrontenoorlog. Hierbij zou Duitsland vanuit het westen worden aangevallen door
Frankrijk en vanuit het Oosten door Rusland. Daarom was er door de Duitse generaal von Schlieffen
het Schlieffenplan ontworpen. Dit plan was erop gericht om een tweefrontenoorlog te kunnen
voorkomen. Ze gingen ervan uit dat Rusland 6 weken nodig had om zijn leger gevechtsklaar te krijgen
(het liep qua infradructuur nog ver achter) Daarom was het idee dat het Duitse leger zich volledig zou
richten op het snel verslaan van het Franse leger, zodat Duitsland zich daarna weer kon richten op
Rusland.
Het was belangrijk voor het Duitse leger dat het snel kon optrekken diep
in FR, zonder opgehouden te worden door het leger van FR op de
grens. Het besluit werd daarom ook genomen om bovenlangs via België
Frankrijk aan te vallen, waarbij de Duitsers uiteindelijk de Franse legers
in de rug wilden aanvallen. Probleem hierbij was alleen wel dat
Groot-Brittannië de onafhankelijkheid van België zou beschermen,
waardoor Duitsland dus ook in oorlog zou komen met Groot-Brittannië.
Duitse keizer Wilhelm II zei tegen zijn soldaten dat de oorlog snel
gewonnen zou zijn, dat liep toch anders. Dit kwam o.a. door de zware
tegenstand van de troepen van GB en BE. Toch slaagden de Duitsers
De 19de eeuw: een periode waar de industrie zich snel ontwikkelt. Eerst landbouwstedelijke
samenleving, daarna industriële samenleving. Mensen verlieten het platteland, gingen naar de stad
en werkten in fabrieken. Veel Europese landen kenden een grote sprong voorwaarts, hoewel je
minder persoonlijke vrijheid had, je leven werd bepaald door de eisen van de fabrikant.
Machines namen het werk over, mensen leverden minder fysieke arbeid en er werd een compensatie
voor gezocht -> sport. Ongemerkt kwam er ook een onderliggende gedachte vrij: door te sporten
werden veel jongens ook geschikt voor het leger;
➢ Ze werden er hard en weerbaar door en kregen een teamgeest en ze leerden discipline.
In Frankrijk werd dit erg gepromoot; in 1871 verloor ze Elzas-Lotharingen aan Duitsland, Frankrijk
wilde wraak nemen.
La belle epoque: Na de Eerste Wereldoorlog keek men vaak heimelijk terug op de periode voor
1914. Men duidde deze tijd vaak aan La belle epoque "het mooie tijdperk". De periode tussen 1890
en 1914 werd gezien als een tijd van grote mogelijkheden. Landen vonden nieuwe dingen uit en
arbeiders kregen het beter; salaris, voedsel en hoefden minder lang te werken. Mensen hadden nog
hele romantische ideeen over heldendom, moed en oorlog terwijl dit niet meer paste bij de moderne
tijd met nieuwe wapens etc.
Mensen gingen steeds meer trots ervaren voor hun eigen land; nationalisme.
Er is niet één directe aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog. Er is niet één schuldige of één oorzaak.
Er waren verschillende omstandigheden die leidden tot een eerste openlijke aanval;
● Frankrijk was nog steeds erg boos om het verlies van Elzas-Lotharingen aan Duitsland in
1871. Frankrijk wilde zijn verloren gebied, waar veel industrie en grondstoffen waren, terug en
wilde een herstel van het gezichtverlies wat het daarmee had geleden.
● Duitsland en Rusland wilden juist een vergroting van hun macht en hun invloed op de wereld,
hierdoor werden ze elkaars concurrent.
● Engeland was vooral bezig met het behouden van haar macht (koloniën) en met een grote
macht op zee.
Diepere oorzaken: Er waren vele spanningen tussen de grootmachten aan het einde van de 19e
eeuw. Dit leidde tot vijf verschillende diepere (indirecte) oorzaken die uiteindelijk leidden tot het
ontstaan van de Eerste Wereldoorlog in de zomer van 1914.
● Kolonialisme: Einde 19e eeuw waren veel landen bezig met een koloniaal rijk; grootste
waren van Groot-Brittannie en Frankrijk die kolonies hadden in Afrika en Azie. DE (duitsland)
had weinig kolonies en zoch naar een manier om een groot koloniaal rijk te krijgen. Het
kolonialisme, met de race om de kolonies, was daarmee ook een onderdeel geworden van de
groeiende onrust.
● Bondgenootschappen: Veel landen waren bang voor oorlog, wilden zich beschermen door
bondgenootschappen te sluiten; als een land werd aangevallen, zouden de bondgenoten
helpen. Het idee hierachter was dat een vijand wel zou opletten met aanvallen en een oorlog
niet zomaar zou uitbreken. Hierdoor was de wereld rond 1914 verdeeld in twee groepen:
○ De Geallieerden: bondgenootschap van Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland
○ De Centralen: bondgenootschap van Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië.
● Militarisme: door het idee dat vechten goed is voor je land en de oorlog een voorbeeld was
van kracht, groeide de rol van de oorlog en het leger in de samenleving. Waarden als moed,
discipline en strijdlust stonden heel hoog aangeschreven. Geweld werd gezien als oplossing
voor problemen ipv praten
● Wapenwedloop: door vooruitgang in techniek hadden landen veel wapens en
oorlogmateriaal (machinegeweren, granaten) Landen waren namelijk bang dat als ze niet
continu meer en sterkere wapens zouden produceren, ze zouden achterlopen op hun
, tegenstanders. Hierdoor hadden de landen het gevoel dat een mogelijke oorlog heel snel
gewonnen zou zijn.
● Nationalisme: In de landen heerste het nationalisme: je moest trots zijn op je eigen land en
daar ook alles voor over hebben. En volgens veel mensen was oorlog de perfecte manier om
deze trots te laten zien.
Dit wees erop dat de landen snel naar een grote oorlog toegingen. Het was wachten op de laatste
grote gebeurtenis die alles tot ontbranden zou zetten.
Aanslag in Sarejevo - De lont in het vat buskruit wordt aangestoken In de jaren rond 1914 was het
wachten op het moment tot de dreigende situatie zou ontploffen, die zou uiteindelijk in juni 1914
plaatsvinden in Sarejevo, de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina, wat een provincie was van het grote
Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk.
Dit stond onder heerschappij van Oostenrijkse keizer Frans-Josef, die controle had over een rijk met
verschillende nationaliteiten. Door nationalisme dat opkwam dreigde het rijk uit elkaar te vallen. In
Bosnie-Herzegovina waren veel nationalisten die vonden dat het gebied bij Servië hoorde. Servië
begon rond 1914 stiekem steun te verlenen aan terreurbewegingen die Bosnië los wilden maken
van Oostenrijk-Hongarije. Servië vertrouwde hierbij ook op Rusland (bondgenoten). Een van die
terreurbewegingen was ‘De Zwarte Hand’ waarin jonge, Bosnisch-Servische nationalisten zaten die
Bosnië en Servië wilden verbinden. Ze pleegden aanslagen, waarbij ze in de zomer van 1914 dé kans
kregen.
In zomer 1914 besloot kroonprins Frans Ferdinand (zoon van Frans-Jozef) naar Sarajevo te gaan, hij
was van tevoren gewaarschuwd voor het gevaar van een aanslag door De Zwarte Hand, maar hij
ging toch. Op 28 juni 1914 werd hij samen met zijn vrouw doodgeschoten door Gavrilo Princip (19)
Na de aanslag was het voor OS al duidelijk dat SV iets te maken had met de aanslag en het eiste een
uitleg. De bondgenoot van OS, DE, drong aan op actie en op hard ingrijpen door OS. Na een maand
besloot OS op 28 juli 1914 de oorlog te verklaren aan SV. Rusland besloot om SV te steunen en
verklaarde de oorlog aan OS. Er onstond een kettingreactie waardoor DE, FR, en GB werden
meegesleurd.
Blok 2 tekst A: Begin van de Grote Oorlog (augustus-september 1914)\
In augustus 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit, alle landen waren ervan overtuigd dat het een
korte oorlog zou worden, die ze allemaal dachten te kunnen winnen.
Er waren voor 1914 al veel militaire plannen gemaakt. Duitsland had vanwege haar ligging het gevaar
van een tweefrontenoorlog. Hierbij zou Duitsland vanuit het westen worden aangevallen door
Frankrijk en vanuit het Oosten door Rusland. Daarom was er door de Duitse generaal von Schlieffen
het Schlieffenplan ontworpen. Dit plan was erop gericht om een tweefrontenoorlog te kunnen
voorkomen. Ze gingen ervan uit dat Rusland 6 weken nodig had om zijn leger gevechtsklaar te krijgen
(het liep qua infradructuur nog ver achter) Daarom was het idee dat het Duitse leger zich volledig zou
richten op het snel verslaan van het Franse leger, zodat Duitsland zich daarna weer kon richten op
Rusland.
Het was belangrijk voor het Duitse leger dat het snel kon optrekken diep
in FR, zonder opgehouden te worden door het leger van FR op de
grens. Het besluit werd daarom ook genomen om bovenlangs via België
Frankrijk aan te vallen, waarbij de Duitsers uiteindelijk de Franse legers
in de rug wilden aanvallen. Probleem hierbij was alleen wel dat
Groot-Brittannië de onafhankelijkheid van België zou beschermen,
waardoor Duitsland dus ook in oorlog zou komen met Groot-Brittannië.
Duitse keizer Wilhelm II zei tegen zijn soldaten dat de oorlog snel
gewonnen zou zijn, dat liep toch anders. Dit kwam o.a. door de zware
tegenstand van de troepen van GB en BE. Toch slaagden de Duitsers