B1/6 – plaveiselcellen, humaan – Diff Quick
o Hier zie je plaveiselcellen
o Centraal in de cellen kan je de celkern terugvinden
- Is donkerder gekleurd
o Aan de buitenkant van de cellen zie je de celmembraan
terug
o Soms overlappen de cellen en zijn ze donkerder gekleurd
- Dan is er meer cytoplasma om aan te kleuren
o De kleine donkere stipjes in het preparaat zijn bacteriën
o Soms kan je ook wat debris terugvinden
- Resten van de kleuring of cel resten
,E12/3 – overlangse aansnede jejunum, rat – Azan
o In het midden een lumen voor passage
voedselbolus
o Je kan darmvlokken terugvinden, de vili
o Ook zie je krypten, insnoeringen
- Hebben een heel fijn lumen om stamcellen
goed te bewaren, zijn constant in deling,
dan is de kern veel donkerder gekleurd
o Lamina epithelialis = epitheellaag, grenst aan lumen
- Eenlagig cilindrisch epitheel (enterocyten) met staafjeszoom, bevat dus microcvili
voor oppervlakte vergroting voor opname voedingsstoffen
- Slijmbekercellen met slijmprop aan apicale zijde, zorgen voor slijmlaag voor passage
voedselbolus
- De kern is basaal weggedrukt
o Lamina propria = bindweefsellaag onder het epitheel
- Ondersteunt de vili
- Reticulair bindweefsel
o Tunica mucosa = slijmvlieslaag
- Bestaat uit de lamina epithelialis, lamina propria en lamina muscularis mucosa
o Tela submucosa, bindweefsellaag met bloedvaatjes
- Los collageen bindweefsel
o Tunica muscularis = spierlaag
- Longitudinale laag van buiten en circulaire laag van binnen
- Voortbewegen voedselbolus
o Tunica serosa = bindweefsellaag
- Mesotheel en bindweefsel
,E 12/8 – dwarse doorsnede dunne darm, rat – PAS haematoxyline
o Tegen het lumen de tunica mucosa
- Bestaat uit de lamina epithelialis, lamina propria en
lamina muscularis mucosa
o Lamina epithelialis = epitheellaag, grenst aan lumen
- Eenlagig cilindrisch epitheel (enterocyten) met
staafjeszoom (fel paars), bevat dus microcvili voor
oppervlakte vergroting voor opname
voedingsstoffen
- Kernen paars gekleurd door heamatoxyline
- Ronde donkere kernen zijn van witte bloedcellen
- Slijmbekercellen met slijmprop aan apicale zijde, zorgen voor slijmlaag voor passage
voedselbolus
- De kern is basaal weggedrukt
o Lamina propria = bindweefsellaag onder het epitheel
- Ondersteunt de vili
- Reticulair bindweefsel
o Tela submucosa, bindweefsellaag met bloedvaatjes
- Los collageen bindweefsel
- Heel dun
o Tunica muscularis = spierlaag
- Longitudinale laag van buiten en circulaire laag van binnen
- Voortbewegen voedselbolus
o Tunica serosa = bindweefsellaag
- Mesotheel en bindweefsel
- Op sommige plekken uitpuilende massa vetweefsel = mesenterium
, E 14/5 – dwarse doorsnede ileum, rat – alkalische fosfatase
o Enige kleuring waarbij je het golgi-apparaat kan zien
als een zwart lijntje
o Ook de staafjeszoom is zwart
o De cytoplasmakernen zijn lichtgrijs
o Slijmproppen zijn hier ongekleurd