BASISBOEK BEDRIJFSECONOMIE 11E DRUK: H5 T/M 10
LEERDOELEN
• Je kunt beschrijven hoe men aan informatie voor investeringsbeslissingen komt
• Je kunt de investeringsmethoden nettocontantewaardemethode, gemiddelde
boekhoudkundige rentabiliteit, terugverdientijd en de interne rentabiliteit toepassen
• Je hebt inzicht in de diverse investeringsselectiemethoden en je kunt daaruit een
gefundeerde keuze maken
• Je hebt inzicht in de relevante gegevens die van invloed zijn op de haalbaarheid van
investeringsprojecten
• Je kunt de relevante kasstromen berekenen die bepalend zijn voor de keuze van
investeringsprojecten
• Je kent de karakteristieken van de belangrijkste financieringsinstrumenten
• Je kunt de relevante ratio's berekenen en de uitkomst daarvan beoordelen
• Je kunt berekeningen maken met enkelvoudige en samengestelde interest
• Je bent bekend met de werking van financiële markten
KERNBEGRIPPEN
- Cash flow
- Investeringsselectie
- Nettocontantewaardemethode
- Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit
- Terugverdientijd
- Interne rentevoetmethode
- Samengestelde interest
- Enkelvoudige interest
- Waarde van aandelen
- Reserves
- Emissie van aandelen
- Obligaties
- Waarde obligaties
- Voorzieningen
- Ratioanalyse
- Rentabiliteitskengetallen
- Solvabiliteitskengetallen
- Liquiditeitskengetallen
- Financiële markten
- Beleggen
- Beleggingskengetallen
OP BLACKBOARD STAAN VIDEO’S OVER UITWERKINGEN VAN OPGAVEN ETC.
1
,HOORCOLLEGE WEEK 1: H5 INVESTERINGSPROJECTEN
Investeringsselectie
Investeren = het vastleggen van vermogen in activa. Dit kunnen duurzame activa zijn (gebouwen,
machines), vlottende activa (voorraden) of liquide middelen
Er zijn twee soorten investeringen
▪ Vervangingsinvesteringen = de productiecapaciteit in stand houden
▪ Uitbreidingsinvesteringen = de productiecapaciteit vergroten
Investeringsproject = het geheel van investeringen in bij elkaar behorende duurzame en vlottende
activa
Investeringsselectie = het analyseren van investeringsalternatieven en het kiezen van de
alternatieven die worden uitgevoerd.
Belangrijke begrippen bij investeringsselectie:
▪ Tijdvoorkeur = de ontvangst van een bedrag wordt hoger gewaardeerd, naarmate deze
eerder plaatsvindt (je ontvangt liever nu 1.000 euro dan over een jaar)
▪ Opportunity costs = het missen van een bepaalde opbrengst, omdat je een bedrag pas later
hebt ontvangen
▪ Gemiddelde vermogenskostenvoet
= de gemiddelde kostenvoet
waartegen een onderneming geld
kan aantrekken (eigen vermogen of
vreemd), hier moet namelijk
dividend en rente over worden
betaald. Voorbeeldberekening -----→
▪ Enkelvoudige intrest = intrest over
het oorspronkelijke bedrag
▪ Samengestelde intrest = intrest over het oorspronkelijk bedrag + de ontvangen intresten
Er zijn verschillende selectiecriteria om een investeringsproject te beoordelen. Een aantal
voorbeelden zijn de volgende:
▪ op basis van rendement = Gemiddelde Boekhoudkundige Rentabiliteit (GBR)
▪ op basis van cashflow = TerugVerdienPeriode (TVP)
▪ op basis van cashflow met inachtneming van tijdvoorkeur =
o NettoContanteWaarde (NCW)
o Interne rentabiliteit
2
, GBR (gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit)
Rentabiliteit = de verhouding tussen de winst en met welk vermogen deze winst is behaald. Bij de
GBR wordt er dus gekeken naar de winstgevendheid van de projecten
Formule =
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen =
Bezwaren tegen deze methode:
▪ Er wordt geen rekening gehouden met tijdvoorkeur
▪ Winst is beïnvloedbaar (hoogte afschrijvingen bijv.)
Belangrijke formules:
▪ Cashflow = periodewinst + afschrijvingen -/- investeringen + desinvesteringen
▪ Periodewinst = cashflow – afschrijvingen + investeringen -/- desinvesteringen
▪ De totale periodewinst = de som van de vrije kasstromen (inclusief het investeringsbedrag)
→ Het project met de hoogste GBR verdient de voorkeur
Terugverdienperiode
Cashflow (kasstroom) = het verschil tussen de ontvangsten van een onderneming en de uitgaven. Dit
is de feitelijke geldstroom in een onderneming. Voordeel hiervan is de grotere mate van objectiviteit
ten opzichte van de winst. Namelijk: cash is a fact.
Bij de terugverdienperiode wordt gekeken naar de periode waarin het investeringsbedrag wordt
terugverdiend uit de cashflows.
Bezwaren:
▪ Houdt geen rekening met tijdvoorkeur
▪ Houdt geen rekening met cashflows na de terugverdienperiode
3