INHOUD
GESPREKVAARDIGHEDEN..................................................................................................1
Aandacht gevend gedrag, Verbaal volgen..........................................................................................1
Selectieve vaardigheden: Vragen stellen, Concretiseren en Samenvatten.........................................2
Selectieve vaardigheden: Parafrase, gevoelsreflectie en samenvatten..............................................2
Regulerende vaardigheden: Situatie verduidelijken, Hardop denken, Geïntegreerd gebruik van
luistervaardigheden, Probleemverheldering......................................................................................2
Gespreksvoering met kinderen...........................................................................................................3
OBSERVATIEVAARDIGHEDEN............................................................................................5
Registreren versus interpreteren........................................................................................................5
Hypothese en onderzoeksopzet.........................................................................................................5
Time- en eventsampling.....................................................................................................................6
Participeren, niet-participeren en operationaliseren.........................................................................7
Functieanalyse....................................................................................................................................7
FEEDBACKVAARDIGHEDEN...............................................................................................9
Introductie..........................................................................................................................................9
REFLECTIEVAARDIGHEDEN.............................................................................................10
Introductie........................................................................................................................................10
Bewustwording en gevoelens...........................................................................................................10
GESPREKVAARDIGHEDEN
Aandacht gevend gedrag, Verbaal volgen
Regulerende vaardigheden = vaardigheden om de orde en duidelijkheid in een gesprek te
bevorderen.
- Opening van het gesprek.
- Sluiten van een begincontract: duidelijkheid scheppen over de situatie, de cliënt
informeren over de gang van zaken en wederzijdse verwachtingen in kaart brengen. De
cliënt kan door deze stappen instemmen met de werkwijze van het gesprek.
- Terugkoppelen naar begindoelen
- Situatie-verduidelijken
- Hardop denken
- Het afsluiten van een gesprek: tijd bewaken en samenvatten of terugkoppelen naar de
ervaringen van de cliënt van het gesprek.
Niet-selectieve luistervaardigheden = vaardigheden die bijdragen aan een prettige
luisterhouding tijdens een gesprek. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van aandachtgevend
gedrag.
- Non-verbaal gedrag
o Gelaatsuitdrukkingen
o Oogcontact
, o Lichaamstaal
o Aanmoedigende gebaren
- Verbaal volgen = verbale kleine aanmoedigingen die aangeven aan de cliënt dat er naar
hem geluisterd wordt (bijv. hmhm, jaja).
- Gebruik van stiltes
Selectieve vaardigheden: Vragen stellen, Concretiseren en Samenvatten
Selectieve vaardigheden = vaardigheden waarbij de hulpverlener bepaalde aspecten van
het verhaal van de cliënt met meer aandacht beloond dan andere. Verschillende selectieve
luistervaardigheden:
- Vragen stellen. Doel: cliënt helpen zijn gedachten onder woorden te brengen en zijn
problemen te verhelderen. Twee soorten vragen:
o Open vragen = vragen waarbij de cliënt vanuit zijn eigen referentiekader kan praten
en zelf de richting van het gesprek kan bepalen.
o Gesloten vragen = vragen waarbij er weinig ruimte is voor de cliënt om een
antwoord te formuleren met eigen inbreng. De cliënt hoeft de vraag alleen te beamen
of te ontkennen.
- Concretiseren = als hulpverlener de cliënt zo nauwkeurig en precies mogelijk laten
vertellen over de problemen. Samengestelde vaardigheid: vragen stellen, parafraseren
en reflecteren. Dit stimuleert de cliënt om duidelijk en volledig te zijn over zijn probleem.
- Samenvatten. Doel: alle informatie van de cliënt overzichtelijk en begrijpelijk weergeven.
Hiermee kun je nagaan of alles goed begrepen is, geef je een overzicht van de
hoofdzaken uit het gesprek en stimuleer je de cliënt tot verdere exploratie van gedachten
en gevoelens.
Selectieve vaardigheden: Parafrase, gevoelsreflectie en samenvatten
Selectieve vaardigheden = vaardigheden waarbij de hulpverlener bepaalde aspecten van
het verhaal van de cliënt met meer aandacht beloond dan andere. Verschillende selectieve
luistervaardigheden:
- Parafraseren van inhoud = kort in je eigen woorden het belangrijkste weergeven van
wat de cliënt gezegd heeft. Dit heeft dus betrekking op inhoudelijke informatie. De cliënt
merkt door parafraseren dat er naar hem geluisterd wordt en het helpt hem om een
helderder beeld te krijgen van factoren die een rol spelen. Als laatste heeft parafraseren
als doel om te checken of de professional goed begrepen heeft wat de cliënt verteld.
- Reflecteren van gevoel = het weergeven of spiegelen van gevoel. Hierdoor wordt het
voor de cliënt duidelijk dat de professional probeert te begrijpen hoe de cliënt zich voelt
en welke emoties hij ervaart. Je gaat als professional in op de gelaatsuitdrukking en
lichaamstaal van de cliënt. Belangrijk is om geen oordeel over feiten of gevoelens uit te
spreken, maar herkenning en begrip te tonen. De cliënt merkt door de gevoelsreflectie
dat zijn gevoelens geaccepteerd worden en aandacht krijgen. Hierdoor voelt de cliënt
zich veilig. Ook heeft een gevoelsreflectie een controlefunctie: de professional gaat na of
hij de gevoelens van de cliënt juist begrepen heeft.
- Samenvatten. Het doel van samenvatten is grotendeels hetzelfde als van parafraseren.
Het grote verschil is echter dat de professional bij samenvatten dezelfde woorden
gebruikt als de cliënt. Bij parafraseren gebruikt de professional in zijn eigen woorden
weer wat de cliënt gezegd heeft.
Regulerende vaardigheden: Situatie verduidelijken, Hardop denken, Geïntegreerd
gebruik van luistervaardigheden, Probleemverheldering
Doel van regulerende vaardigheden: het bevorderen van de orde en duidelijkheid in het
gesprek. In week 1 is het al gegaan over de regulerende vaardigheden het openen van een