Samenvatting Theorie van de Sociale Geografie
HGH – H1 -Fundamenten
Wetenschap: logisch denken, nauwkeurig waarnemen, openheid en discussie + beschrijven en
verklaren van verschijnselen.
Mentaliteitsgeschiedenis: bestudeerd niet-wetenschappelijke denkbeelden die gewone mensen
vroeger hadden over allerlei facetten van hun sociale en geografische wereld.
Geografische kennis tot 19e eeuw
- Onfeilbaar beschouwde boeken
o Bijbel: aardse ruimte ingericht naar Gods orde
- Zintuiglijk waarneembare werkelijkheid
o Waarnemingen van reizigers
Begin 20ste eeuw; kaart gevuld
Betrekkingen Mens – Natuur
- God heeft aarde voor mens als hoogste wezen geschapen, huisbewaarder
- Aarde bepaalt het doen en laten van mens
- Mens wijzigt aanzien aarde = natuurlandschap cultuurlandschap
Mensbeeld:
- Actief/voluntaristisch: handelende wezens met redelijk veel vrijheid en verantwoordelijkheid
- Passief/deterministisch: mensen zijn product van hun omgeving, zonder vrijheid of
autonomie
Fysico-theologie: God werkt indirect via de natuur in op mensen en ontwikkeling
Milieuvervuiling antropocentrische opvatting (mens dominant) ecocentrisch (natuur centraal)
Ideeëngeschiedenis: studie van historische ontwikkeling van standpunten van wetenschappelijke
denkers.
HGH – H2 – geografie tot 1870
Historiografisch: vertellend/beschrijvend, antieke geografie
Chorografie: streekbeschrijving
Grieken/Romeinen
- Concrete beschrijvende geografie
- Individualiteit van gebieden
- Ptolemeus; theoretische met formules/cijfers = wetenschappelijk
- Nomothetisch: op zoek naar algemeen geldende wetten
- Idiografisch: het eigene beschrijvend
Middeleeuwen
- Geografie + maatschappelijke elite streeft naar territoriale expansie
- Kerk en wetenschap gaan samen
,Renaissance en Barok
- 2e periode geografische hoogconjunctuur
- Secularisatie langzaam tot stand
- Van geloof naar waarneming / kwalitatief naar kwantitatief
- Ontdekkingsreizen vanuit Europa
- Logografische verslagen kwamen weer terug
18e eeuwse natuurbeschouwing; fysico-theologie
- Mechanistische visie: natuur als zielloos uurwerk
Carl Ritter:
- Begin 19e eeuw = 3de bloeiperiode geografie
- Historischer en minder natuurwetenschappelijk
- Invloed van fysico-theologie; schepper heeft aarde zo gemaakt
- Grondslag moderne universiteit
Von Humboldt:
- Niet alleen beschrijvend, maar ook verklarend
- Verschijnselen in gebied hangen samen, oorzaak-gevolg
- Mens hoort bij natuur, als levend organisme
= organistische visie van natuur
= holistisch: gehelen die meer zijn dan som der delen
- Vergelijkende methode maakte voorspellingen doen mogelijk
Einde oude geografie
- Werkten zelfstandig
- Universele geleerden i.p.v. vakspecialisten
- Niet langdurig/diepgaand invloed uitgeoefend
Charles Darwin
- Natuur als harmonieus geheel voortdurende strijd om leven
- Evolutie via natuurlijke selectie = geschiedenis aan natuur i.p.v. onveranderlijke organismen
- Variaties in tussen individuen ontstaan toevallig
Variaties in geografische omgeving verklaren variaties in menselijk ras: lamarckisme
HGH – H3 – Stroomversnelling 1870 – 1880
Expansie werd steeds meer over land genomen i.p.v. zee
- Publieke belangstelling voor geografische informatie
19e eeuwse samenleven:
- Franse revolutie: sociaal en politiek
- Industriële revolutie: economie
Grondstoffen/afzetmarkten wereldmarkt
1885 Conferentie Berlijn, opdeling Afrika
Behoefte aan informatie over nieuw gekoloniseerde gebieden
van regionalisme patriottisme en nationalisme
,Aardrijkskunde in opkomst
- Kinderen leren over gehele land = nationalistisch
- Frans-Duitse oorlog verloren door minder geografische kennis
- Instelling leerstoel geografie
- GB liep hierop wel achter, zij zagen alleen overlap met andere studies
Geografische genootschappen
- Alleen mannen met aanzien en interesse voor geografie
- wetenschappers gingen eigen professionele verenigingen oprichten
Onderzoek
- Zuiver-wetenschappelijk onderzoek: kennisvermeerdering als doel
- Toegepast-onderzoek: bepaalde maatschappelijke behoeften te bevredigen of bij te dragen
aan het oplossen van praktische problemen in samenleving.
- Kritische-wetenschap: wijzen bestaande maatschappelijke verhoudingen als onrechtvaardig
af en construeren alternatief
4e bloeiperiode: grote nationale scholen
, Week 2
HGH – H4 – Natuur/Ecologie
20ste eeuw
Behaviorisme: hoe de natuur het maatschappelijk leven, denken en doen van mensen reguleert in de
fysisch geografische omgeving.
Mens is product van natuur waar hij deel van uitmaakt
Daar tegenover staat: mens als bijzonder wezen dat dankzij geestelijk vermogen boven de
natuur en zich zo onderscheidt.
Ratzel:
- Anthropogeographie: afhankelijkheid van mens en samenleving in de natuurkrachten
-evolutieleer: de mens als bijzondere diersoort
-lebensraum: mens heeft ruimte nodig om te bewegen en te vestigen natuurlijke
selectie met planten, dieren en mens
-sociaal-darwinisme: sterke ruimtegebruikers winnen levensruimte van zwakkere,
waardoor soort (mens) aan kwaliteit wint.
-nomothetische discipline: streven naar formulering algemeen geldende wetten
Aanpassen aan fysisch-geografische omgeving (milieukenmerken/eigenschappen)
- Passief mensbeeld: in hoeverre is een mens verantwoordelijk voor zijn daden, of
natuurkrachten determineren?
Fysisch determinisme: nadruk op 1 factor, monocausaal
Ideologische politieke dimensie: geheel van ideeën dat bepaalde sociale idealen of politieke
bedoelingen rechtvaardigt
- Wilhelminische geograaf (1880-1918) Conferentie van Berlijn = opdeling Afrika, Duitsland
als wereldmacht
Haeckel:
- Grondlegger ecologie: samenhang tussen verschillende soorten op een bepaalde plaats in
hun gezamenlijke afhankelijkheid van de eigenschappen van die plaats.
Ellen Semple:
- Niet meer evolutietheorie als aanpak, maar
Systematische analytische beschouwing over invloeden van geografische omgeving op mens
en maatschappij vergelijking
Effecten fysisch geografische natuur:
1. Directe fysieke effect
2. Psychische effecten
3. Economische + sociale ontwikkelingen door toegankelijkheid hulpbronnen
4. Elementen van fysisch milieu die spreiding van mensen bepalen
Elk individu in fysisch milieu met dwingende omstandigheden ondergaat
aanpassingsprocessen die leiden tot uiterlijke verschillen
- Verhouding tussen beschikbare hulpbronnen en bevolking is natuurlijk (Malthus)
- Stromen mensen over aarde gereguleerd door fysische omgeving, telkens ander
spreidingspatroon
HGH – H1 -Fundamenten
Wetenschap: logisch denken, nauwkeurig waarnemen, openheid en discussie + beschrijven en
verklaren van verschijnselen.
Mentaliteitsgeschiedenis: bestudeerd niet-wetenschappelijke denkbeelden die gewone mensen
vroeger hadden over allerlei facetten van hun sociale en geografische wereld.
Geografische kennis tot 19e eeuw
- Onfeilbaar beschouwde boeken
o Bijbel: aardse ruimte ingericht naar Gods orde
- Zintuiglijk waarneembare werkelijkheid
o Waarnemingen van reizigers
Begin 20ste eeuw; kaart gevuld
Betrekkingen Mens – Natuur
- God heeft aarde voor mens als hoogste wezen geschapen, huisbewaarder
- Aarde bepaalt het doen en laten van mens
- Mens wijzigt aanzien aarde = natuurlandschap cultuurlandschap
Mensbeeld:
- Actief/voluntaristisch: handelende wezens met redelijk veel vrijheid en verantwoordelijkheid
- Passief/deterministisch: mensen zijn product van hun omgeving, zonder vrijheid of
autonomie
Fysico-theologie: God werkt indirect via de natuur in op mensen en ontwikkeling
Milieuvervuiling antropocentrische opvatting (mens dominant) ecocentrisch (natuur centraal)
Ideeëngeschiedenis: studie van historische ontwikkeling van standpunten van wetenschappelijke
denkers.
HGH – H2 – geografie tot 1870
Historiografisch: vertellend/beschrijvend, antieke geografie
Chorografie: streekbeschrijving
Grieken/Romeinen
- Concrete beschrijvende geografie
- Individualiteit van gebieden
- Ptolemeus; theoretische met formules/cijfers = wetenschappelijk
- Nomothetisch: op zoek naar algemeen geldende wetten
- Idiografisch: het eigene beschrijvend
Middeleeuwen
- Geografie + maatschappelijke elite streeft naar territoriale expansie
- Kerk en wetenschap gaan samen
,Renaissance en Barok
- 2e periode geografische hoogconjunctuur
- Secularisatie langzaam tot stand
- Van geloof naar waarneming / kwalitatief naar kwantitatief
- Ontdekkingsreizen vanuit Europa
- Logografische verslagen kwamen weer terug
18e eeuwse natuurbeschouwing; fysico-theologie
- Mechanistische visie: natuur als zielloos uurwerk
Carl Ritter:
- Begin 19e eeuw = 3de bloeiperiode geografie
- Historischer en minder natuurwetenschappelijk
- Invloed van fysico-theologie; schepper heeft aarde zo gemaakt
- Grondslag moderne universiteit
Von Humboldt:
- Niet alleen beschrijvend, maar ook verklarend
- Verschijnselen in gebied hangen samen, oorzaak-gevolg
- Mens hoort bij natuur, als levend organisme
= organistische visie van natuur
= holistisch: gehelen die meer zijn dan som der delen
- Vergelijkende methode maakte voorspellingen doen mogelijk
Einde oude geografie
- Werkten zelfstandig
- Universele geleerden i.p.v. vakspecialisten
- Niet langdurig/diepgaand invloed uitgeoefend
Charles Darwin
- Natuur als harmonieus geheel voortdurende strijd om leven
- Evolutie via natuurlijke selectie = geschiedenis aan natuur i.p.v. onveranderlijke organismen
- Variaties in tussen individuen ontstaan toevallig
Variaties in geografische omgeving verklaren variaties in menselijk ras: lamarckisme
HGH – H3 – Stroomversnelling 1870 – 1880
Expansie werd steeds meer over land genomen i.p.v. zee
- Publieke belangstelling voor geografische informatie
19e eeuwse samenleven:
- Franse revolutie: sociaal en politiek
- Industriële revolutie: economie
Grondstoffen/afzetmarkten wereldmarkt
1885 Conferentie Berlijn, opdeling Afrika
Behoefte aan informatie over nieuw gekoloniseerde gebieden
van regionalisme patriottisme en nationalisme
,Aardrijkskunde in opkomst
- Kinderen leren over gehele land = nationalistisch
- Frans-Duitse oorlog verloren door minder geografische kennis
- Instelling leerstoel geografie
- GB liep hierop wel achter, zij zagen alleen overlap met andere studies
Geografische genootschappen
- Alleen mannen met aanzien en interesse voor geografie
- wetenschappers gingen eigen professionele verenigingen oprichten
Onderzoek
- Zuiver-wetenschappelijk onderzoek: kennisvermeerdering als doel
- Toegepast-onderzoek: bepaalde maatschappelijke behoeften te bevredigen of bij te dragen
aan het oplossen van praktische problemen in samenleving.
- Kritische-wetenschap: wijzen bestaande maatschappelijke verhoudingen als onrechtvaardig
af en construeren alternatief
4e bloeiperiode: grote nationale scholen
, Week 2
HGH – H4 – Natuur/Ecologie
20ste eeuw
Behaviorisme: hoe de natuur het maatschappelijk leven, denken en doen van mensen reguleert in de
fysisch geografische omgeving.
Mens is product van natuur waar hij deel van uitmaakt
Daar tegenover staat: mens als bijzonder wezen dat dankzij geestelijk vermogen boven de
natuur en zich zo onderscheidt.
Ratzel:
- Anthropogeographie: afhankelijkheid van mens en samenleving in de natuurkrachten
-evolutieleer: de mens als bijzondere diersoort
-lebensraum: mens heeft ruimte nodig om te bewegen en te vestigen natuurlijke
selectie met planten, dieren en mens
-sociaal-darwinisme: sterke ruimtegebruikers winnen levensruimte van zwakkere,
waardoor soort (mens) aan kwaliteit wint.
-nomothetische discipline: streven naar formulering algemeen geldende wetten
Aanpassen aan fysisch-geografische omgeving (milieukenmerken/eigenschappen)
- Passief mensbeeld: in hoeverre is een mens verantwoordelijk voor zijn daden, of
natuurkrachten determineren?
Fysisch determinisme: nadruk op 1 factor, monocausaal
Ideologische politieke dimensie: geheel van ideeën dat bepaalde sociale idealen of politieke
bedoelingen rechtvaardigt
- Wilhelminische geograaf (1880-1918) Conferentie van Berlijn = opdeling Afrika, Duitsland
als wereldmacht
Haeckel:
- Grondlegger ecologie: samenhang tussen verschillende soorten op een bepaalde plaats in
hun gezamenlijke afhankelijkheid van de eigenschappen van die plaats.
Ellen Semple:
- Niet meer evolutietheorie als aanpak, maar
Systematische analytische beschouwing over invloeden van geografische omgeving op mens
en maatschappij vergelijking
Effecten fysisch geografische natuur:
1. Directe fysieke effect
2. Psychische effecten
3. Economische + sociale ontwikkelingen door toegankelijkheid hulpbronnen
4. Elementen van fysisch milieu die spreiding van mensen bepalen
Elk individu in fysisch milieu met dwingende omstandigheden ondergaat
aanpassingsprocessen die leiden tot uiterlijke verschillen
- Verhouding tussen beschikbare hulpbronnen en bevolking is natuurlijk (Malthus)
- Stromen mensen over aarde gereguleerd door fysische omgeving, telkens ander
spreidingspatroon