Capabilitybenadering
Capabilitybenadering; de uitgangspunten:
- Stelt de mens centraal in zijn context
- Hecht aan diversiteit: zelf uit kunnen maken wie je wilt zijn en wat je wilt doen is welzijn.
- Ethisch individualisme
- Mens als doel op zichzelf (vergelijk utilisme / utilitarisme)
- Meervoudigheid van waarden
Vrijheid
Verschillende dimensies van vrijheid
- Vrijheid van meningsuiting
- Verheid van bemoeienis van anderen – negatieve vrijheid
- Vrijheid om doelen te kunnen realiseren – positieve vrijheid
- Vrijheid van godsdienst
- Denken vanuit positieve en/of negatieve vrijheid.
Ideologie van zelfredzaamheid
In H2 (Tirions en den Braber):
Huldig redeneren (in bijvoorbeeld participatiesamenleving) is vooral vanuit negatieve vrijheid:
geen bemoeienis!
Een hoge waarde wordt toegekend aan het zelfvoorzienend individu: ieder individu heeft de taak
om voor zichzelf te kunnen zorgen. En als dat niet lukt, zelf de hulp te vinden om dat wel weer te
kunnen.
Kritiek/risico’s van “zelfredzaamheidsideologie”:
- Economisch gedreven: bezuinigen op het creëren van gelijke kansen, verschillen
oplossen met solidariteit, wat leidt tot willekeur.
- Falen/slagen wordt een individuele prestatie. Afhankelijk van anderen een zwakte.
- Mensenrechten (het recht op geluk) worden niet actief gefaciliteerd.
- Het individu wordt (te) los van context gedacht.
Wat heeft het individu nu nodig om tot positieve vrijheid te komen?
Het belang van geld voor positieve vrijheid?
- Meer geld = meer mogelijkheden
- Meer geld = groeiende economie
- Meer geld = meer welvaart
- Meer geld = meer geluk
Regionale verschillen in brede welvaart zijn groot
Brede welvaart is meer dan alleen economische groei. De Universiteit Utrecht en Rabobank
presenteren daarom de Brede Welvaartsindicator (BWI). De BWI meet alle aspecten van welzijn
in 11 dimensies zoals milieu, veiligheid en wonen.
,Grote steden scoren lager dan de rest van Nederland.
- In stedelijke gebieden, hogere inkomens, maar tegelijkertijd onveiliger.
- In landelijke gebieden is een beter milieu en grotere woontevredenheid.
Kwaliteit van leven
- Een bredere kijk dan alleen economische welvaart.
- Er lijkt meer bij te komen kijken dan verdeling van de “middelen”.
De capabilitybenadering; wat geeft het je?
- Theorie over de kwaliteit van leven / welzijn (theoretisch kader)
- Richt zich op de reële mogelijkheden die mensen hebben om te zijn wie ze willen zijn en
te doen wat ze willen doen.
- Normatief kader voor ons handelen als sociaal werker om bv. Sociale gelijkheid te
stimuleren.
Gelijkheid; dat wil toch iedereen?
Maar ook hier: hoe uit te werken?
Bijvoorbeeld het onderscheid in:
- Equality = gelijkheid in middelen
- Equity = gelijkheid in kansen
Rawls theorie richt zich met name op verdeling van middelen (difference principle).
Capability approach gaat verder in op verdeling van kansen.
Functioning
- Functioning = wat een persoon doet en wie die is.
- Niet hetgeen wat je doet bepaalt of je kwaliteit van leven hebt (verblijven in een tent)
- Maar in hoeverre is datgene wat je doet en degene die je bent voortgekomen uit je eigen
keuzes?
- Gelijkheid gaat over die ruimte om keuzes te maken uit beschikbare keuzemogelijkheden
→ capabilities.
- (wenselijke) diversiteit ontstaat vanuit individuele voorkeuren die leiden tot verschillende
keuzes uit de keuzemogelijkheden → functionings.
- Keuzemogelijkheden worden onder andere maar niet alleen bepaald door: middelen →
resources.
Het model
, De fiets als voorbeeld:
- Iemand heeft een fiets (een resource/middel/hulpbron).
- Is het hebben van een fiets (het middel) de enige vereiste om de reële mogelijkheid te
hebben om te gaan fietsen? (capabilities
• Nee, conversiefactoren.
- Betekent de mogelijkheid om te fietsen (capability) ook dat diegene zal gaan fietsen?
(functioning)
• Nee, conversiefactor agency (keuze).
Conversiefactoren
Van middel tot capabilities
- Individuele conversiefactoren (bv. Heb je twee benen?)
- Sociale conversiefactoren (bv. Je familie vindt fietsen beter dan de auto pakken vanwege
milieuredenen en benoemt dat ook vaak)
- Omgevingsconversiefactoren (bv. Aanwezigheid van een begaanbaar fietspad)
Van capabilities tot functioning
- Agency/actorschap (regie over eigen keuzes): je kiest zelf voor een van de beschikbare
mogelijkheden op basis van jouw voorkeuren: wil en ga jij fietsen of kies jij voor één van
de andere beschikbare opties: lopen/met de auto/OV).
Essentiële capabilities (Nussbaum)
1. Leven
2. Lichamelijke gezondheid
3. Lichamelijke onschendbaarheid
4. Zintuigelijke waarneming, verbeeldingskracht en denken
5. Gevoelens
6. Praktische rede
7. Sociale banden
8. Andere biologische soorten
9. Spel
10. Vormgeving eigen omgeving
Adaptieve preferenties
Probleem in het omzetten van capabilities naar functionings:
- Actorschap veronderstelt dat je kunt kiezen voor wat voor jezelf het beste is.
- Maar mensen stemmen hun voorkeuren af op hun omgeving.
- Wat als mensen kiezen wat slecht voor hen is: wat ze niet écht willen?
- Het belang van stimuleren van “kritisch vermogen”
Benaderen vanuit de capability-approach
- Hoe wordt individuele vrijheid hier beperkt?
- Welke centrale capabilities (Nussbaum) staan onder druk?
- Wat kan een social worker hier doen om capabilities te versterken?
- Wiens capabilities worden versterkt door de interventies die voorgesteld worden in het
filmpje?
Capabilitybenadering; de uitgangspunten:
- Stelt de mens centraal in zijn context
- Hecht aan diversiteit: zelf uit kunnen maken wie je wilt zijn en wat je wilt doen is welzijn.
- Ethisch individualisme
- Mens als doel op zichzelf (vergelijk utilisme / utilitarisme)
- Meervoudigheid van waarden
Vrijheid
Verschillende dimensies van vrijheid
- Vrijheid van meningsuiting
- Verheid van bemoeienis van anderen – negatieve vrijheid
- Vrijheid om doelen te kunnen realiseren – positieve vrijheid
- Vrijheid van godsdienst
- Denken vanuit positieve en/of negatieve vrijheid.
Ideologie van zelfredzaamheid
In H2 (Tirions en den Braber):
Huldig redeneren (in bijvoorbeeld participatiesamenleving) is vooral vanuit negatieve vrijheid:
geen bemoeienis!
Een hoge waarde wordt toegekend aan het zelfvoorzienend individu: ieder individu heeft de taak
om voor zichzelf te kunnen zorgen. En als dat niet lukt, zelf de hulp te vinden om dat wel weer te
kunnen.
Kritiek/risico’s van “zelfredzaamheidsideologie”:
- Economisch gedreven: bezuinigen op het creëren van gelijke kansen, verschillen
oplossen met solidariteit, wat leidt tot willekeur.
- Falen/slagen wordt een individuele prestatie. Afhankelijk van anderen een zwakte.
- Mensenrechten (het recht op geluk) worden niet actief gefaciliteerd.
- Het individu wordt (te) los van context gedacht.
Wat heeft het individu nu nodig om tot positieve vrijheid te komen?
Het belang van geld voor positieve vrijheid?
- Meer geld = meer mogelijkheden
- Meer geld = groeiende economie
- Meer geld = meer welvaart
- Meer geld = meer geluk
Regionale verschillen in brede welvaart zijn groot
Brede welvaart is meer dan alleen economische groei. De Universiteit Utrecht en Rabobank
presenteren daarom de Brede Welvaartsindicator (BWI). De BWI meet alle aspecten van welzijn
in 11 dimensies zoals milieu, veiligheid en wonen.
,Grote steden scoren lager dan de rest van Nederland.
- In stedelijke gebieden, hogere inkomens, maar tegelijkertijd onveiliger.
- In landelijke gebieden is een beter milieu en grotere woontevredenheid.
Kwaliteit van leven
- Een bredere kijk dan alleen economische welvaart.
- Er lijkt meer bij te komen kijken dan verdeling van de “middelen”.
De capabilitybenadering; wat geeft het je?
- Theorie over de kwaliteit van leven / welzijn (theoretisch kader)
- Richt zich op de reële mogelijkheden die mensen hebben om te zijn wie ze willen zijn en
te doen wat ze willen doen.
- Normatief kader voor ons handelen als sociaal werker om bv. Sociale gelijkheid te
stimuleren.
Gelijkheid; dat wil toch iedereen?
Maar ook hier: hoe uit te werken?
Bijvoorbeeld het onderscheid in:
- Equality = gelijkheid in middelen
- Equity = gelijkheid in kansen
Rawls theorie richt zich met name op verdeling van middelen (difference principle).
Capability approach gaat verder in op verdeling van kansen.
Functioning
- Functioning = wat een persoon doet en wie die is.
- Niet hetgeen wat je doet bepaalt of je kwaliteit van leven hebt (verblijven in een tent)
- Maar in hoeverre is datgene wat je doet en degene die je bent voortgekomen uit je eigen
keuzes?
- Gelijkheid gaat over die ruimte om keuzes te maken uit beschikbare keuzemogelijkheden
→ capabilities.
- (wenselijke) diversiteit ontstaat vanuit individuele voorkeuren die leiden tot verschillende
keuzes uit de keuzemogelijkheden → functionings.
- Keuzemogelijkheden worden onder andere maar niet alleen bepaald door: middelen →
resources.
Het model
, De fiets als voorbeeld:
- Iemand heeft een fiets (een resource/middel/hulpbron).
- Is het hebben van een fiets (het middel) de enige vereiste om de reële mogelijkheid te
hebben om te gaan fietsen? (capabilities
• Nee, conversiefactoren.
- Betekent de mogelijkheid om te fietsen (capability) ook dat diegene zal gaan fietsen?
(functioning)
• Nee, conversiefactor agency (keuze).
Conversiefactoren
Van middel tot capabilities
- Individuele conversiefactoren (bv. Heb je twee benen?)
- Sociale conversiefactoren (bv. Je familie vindt fietsen beter dan de auto pakken vanwege
milieuredenen en benoemt dat ook vaak)
- Omgevingsconversiefactoren (bv. Aanwezigheid van een begaanbaar fietspad)
Van capabilities tot functioning
- Agency/actorschap (regie over eigen keuzes): je kiest zelf voor een van de beschikbare
mogelijkheden op basis van jouw voorkeuren: wil en ga jij fietsen of kies jij voor één van
de andere beschikbare opties: lopen/met de auto/OV).
Essentiële capabilities (Nussbaum)
1. Leven
2. Lichamelijke gezondheid
3. Lichamelijke onschendbaarheid
4. Zintuigelijke waarneming, verbeeldingskracht en denken
5. Gevoelens
6. Praktische rede
7. Sociale banden
8. Andere biologische soorten
9. Spel
10. Vormgeving eigen omgeving
Adaptieve preferenties
Probleem in het omzetten van capabilities naar functionings:
- Actorschap veronderstelt dat je kunt kiezen voor wat voor jezelf het beste is.
- Maar mensen stemmen hun voorkeuren af op hun omgeving.
- Wat als mensen kiezen wat slecht voor hen is: wat ze niet écht willen?
- Het belang van stimuleren van “kritisch vermogen”
Benaderen vanuit de capability-approach
- Hoe wordt individuele vrijheid hier beperkt?
- Welke centrale capabilities (Nussbaum) staan onder druk?
- Wat kan een social worker hier doen om capabilities te versterken?
- Wiens capabilities worden versterkt door de interventies die voorgesteld worden in het
filmpje?