Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Organization & Management

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
44
Geüpload op
16-02-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze samenvatting is gemaakt aan de hand van het beantwoorden van de leerdoelen. Er zit soms wat herhaling in maar dat is niet erg. Ik heb met deze samenvatting een 8 gehaald op deze toets

Voorbeeld van de inhoud

Leerdoelen Organisation & Management

WEEK 1: organisaties
Hoorcollege 1
Leerdoel 1: Wat zijn organisaties?
Een organisatie= een groep mensen die samenwerkt binnen een sociale structuur, met gedeelde
doelen en bepaalde middelen (zoals technologie, geld of personeel) om input om te zetten in output.
Binnen organisaties bestaan zowel formele regels als informele verwachtingen die bepalen hoe
mensen samenwerken en beslissingen nemen.
- Een organisatie is onderhevig aan tijd en ruimte, en vraagt voortdurend bijsturen en
aanpassen van interne processen aan de ontwikkelingen en uitdagingen aan de externe
omgeving.
Studying organizations:
1. Functional perspective: hoe worden organisaties gebruikt op hun doelen en objectieven te
bereiken (instrumenteel)
2. Institutional perspective: organisaties worden gezien als doelgerichte structuren binnen (en
in interactie met) in een sociale context
3. process perspective: organisaties worden gezien als entiteiten die worden georganiseerd, en
de focus is op de organisatie als een verzameling van taken en acties
4. Behaviourperspective: hoe organisaties het gedrag van individuen beïnvloeden

Er zijn twee hoofdtypen organisaties:
1. Private sector: gericht op winst (zoals bedrijven).
2. Publieke sector: niet-winstgericht, levert publieke diensten zoals gezondheidszorg, onderwijs
of veiligheid, en wordt vaak beïnvloed door politieke en maatschappelijke factoren.
Daarnaast zijn instituties de sociale regels en normen die het gedrag binnen organisaties en de
samenleving vormgeven en beperken.

Management = Een groep mensen die samenwerkt om gemeenschappelijke doelen te bereiken door
middelen uit hun omgeving te verkrijgen en te gebruiken
- Intern management  de organisatie runnen (strategie, prestaties, personeel, financiën, ICT,
etc.)
- Extern management  contact onderhouden met de omgeving (zoals klanten, cliënten,
belangengroepen, netwerken, partners en burgers).
- Public management Publiek management houdt zich bezig met vragen die ontstaan bij het
organiseren en uitvoeren van bestuurlijke verantwoordelijkheden binnen de overheid en
publieke organisaties.

Zeven functies van management (Luther Gulick)
Fundamentele functies management: verdelen/specialiseren van werk en coördineren van werk
1) Planning: Plan het uit te voeren werk en de te gebruiken procedures
2) Organization: Plan en synchroniseer werkprocessen en onderverdelingen
3) Staffing: Werving en selectie van medewerkers
4) Directing: Besluitvorming en taken delegeren // dingen laten gebeuren
5) Coordination: Orkestreren en verbinden van werk
6) Reporting: Het op de hoogte houden van superieuren en belanghebbenden over de
prestaties
7) Budgeting: Alles met betrekking tot het toewijzen en rechtvaardigen van geld

,Leerdoel 2: Wat is een SWOT-analyse?
Swot-analyse= Onderzoek de huidige positie van een organisatie en beoordeel hoe de strategische
alternatieven kunnen worden geïdentificeerd die in de toekomst waarschijnlijk het meest (publieke)
waarde zullen genereren. Veelgebruikt managementinstrument waarmee managers de interne
sterktes en kansen van een organisatie kunnen analyseren en afstemmen op de externe kansen en
bedreigingen
- Interne kant= sterktes & zwaktes
- Externe kant= kansen & bedreigingen

Verticaal geïntegreerd= groot bedrijf, met veel verschillende activiteiten die vanuit één leidende
groep komt. Alles valt onder 1 bedrijf.


Hoorcollege 2: organisaties en organisatiestructuren
Leerdoel 1: Organisaties als rationele, natuurlijke en open systemen
Organisaties als systemen
Organisaties worden gezien als systemen met inputs (materiaal, personeel, financiën, informatie),
een transformatieproces (productie, bewerking) en outputs (producten, diensten, winst, gedrag,
informatie).
Dus:
1. Inputs= materiaal, personeel, financien, informatie
2. Transformatieproces= productie, bewerking
3. Outputs= producten, diensten, winst, gedrag, informatie

Er zijn 3 concepten van organisaties:
1. Rationele systemen= collectief gericht op het nastreven van relatief specifieke doelen, met
geformaliseerde sociale structuren.
a. Focus op formele controle zoals hiërarchie, span of control, prestaties en feedback.
b. Wetenschappelijk management en bureaucratie vallen onder dit systeem.
2. Natuurlijke systemen: collectiviteiten van deelnemers met gedeelde interesses, gezamenlijke
activiteiten en informele structuren.
a. Focus op informele controle, sociale relaties en de organisatiecultuur.
b. De Hawthorne studies en de human relations school zijn hier belangrijke elementen.
3. Open systemen: Systemen van onderling afhankelijke activiteiten, ingebed in een omgeving.
a. De focus ligt hier op relaties en onderlinge afhankelijkheden tussen organisaties en
hun omgeving.
i. Closed rational system= Een rationeel system dat gesloten is, gericht op
specifieke doelen en met strikt geformaliseerde structuren, zonder veel
interactie met de omgeving (bijv. militaire organisatie, NASA).
ii. Closed natural system= Een natural system dat gesloten is, waarin de
collectiviteit vooral intern gericht is en informele structuren en gedeelde
belangen centraal staan, met beperkte externe interactie (gevangenis).
 Gesloten systeem is zelfvoorzienend zonder interactie met de omgeving (komt minder vaak voor)
iii. Open rational system= Een rationeel system dat open is, gericht op
specifieke doelen maar met interactie en aanpassing aan de omgeving,
waarbij formalisering behouden blijft.
iv. Open natural system= Een natural system dat open is, met informele
structuren en gedeelde belangen, dat actief participeert in en zich aanpast
aan de omgeving.
 Open systeem is dynamisch systeem dat een wisselwerking heeft met de omgeving

,Organisaties als rationele systemen
Organisaties worden gezien als doelgerichte en geformaliseerde sociale structuren. Medewerkers
volgen vastgelegde taken en regels, met een sterke focus op formele controle zoals hiërarchie,
prestatiemeting en feedback. De structuur is rationeel opgezet om de organisatie zo efficiënt mogelijk
te laten functioneren.
Binnen dit perspectief zijn twee belangrijke theorieën:
1. Scientific Management (Taylor): Taylor zocht naar de “one best way of organizing”, met
nadruk op efficiëntie productiviteit, rationalisatie, standaardisatie en controle van
werkprocessen.
o Nadelen zijn lange procedures, weinig verantwoordelijkheid en beperkte ruimte voor
creativiteit en innovatie.
2. Bureaucratie (Weber): Weber beschreef organisaties als gebaseerd op rationeel-legaal gezag.
De vijf kenmerken zijn:
o Vaste, officiële rechtsgebieden op basis van regels (legalistisch)
o Hiërarchie van gezag, duidelijke commandostructuur
o Functies op basis van expertise (opleiding, verdiensten)
o Het beheer van subeenheden volgt duidelijke regels en bevelen
o Voltijdse beroepsbeoefenaars, carrièreambtenaren
 Bureaucratie zorgt voor stabiliteit en betrouwbaarheid, maar kan ook leiden tot rigiditeit,
traagheid en inefficiëntie. Naarmate organisaties groeien, worden ze bureaucratischer (Downs’ law).
Kritiek: Het idee van één beste manier van organiseren wordt bekritiseerd omdat het inflexibel en
onmenselijk kan zijn. Empirisch onderzoek liet zien dat organisaties in de praktijk complexer zijn dan
het rationele model veronderstelt.

Organisaties als natuurlijke systemen
Organisaties worden gezien als collectieven van deelnemers met gedeelde belangen, gezamenlijke
activiteiten en informele structuren. Organisaties zijn organische entiteiten met waarden en
betekenis die verder gaan dan alleen het formele doel. Mensen blijven sociale wezens en ontwikkelen
relaties zodra zij deel uitmaken van een organisatie.
De focus ligt op informele structuren, sociale relaties en organisatiecultuur.
- Informele controle speelt een belangrijke rol en komt tot uiting via sociale relaties,
groepsdruk, vriendschappen en gedeelde normen. Werknemers vormen groepen met eigen
regels, bijvoorbeeld over werktempo of gedrag, om onderlinge gelijkheid te bewaren en
sociale stabiliteit te behouden.
Belangrijke studies:
- De Hawthorne-studies (1924–1927) toonden aan dat productiviteit niet vooral wordt
bepaald door fysieke omstandigheden, maar door aandacht, gedrag en sociale interacties.
Groepsvorming en informele normen beïnvloeden prestaties sterker dan formele regels.
- Human Relations School: mensen kunnen zelf gemotiveerd zijn -> hoeven dus niet
aangestuurd te zijn en de ene motivatie is belangrijker dan de andere, maar ze hebben elkaar
nodig om door te stromen -> hiërarchie van needs:
o Maslow’s hiërarchie van behoeften benadrukt dat mensen door meer dan alleen
geld worden gemotiveerd.
o McGregor’s Theorie X en Theorie Y laat zien dat werknemers niet per definitie
gecontroleerd moeten worden, maar ook zelfsturend en intrinsiek
gemotiveerd kunnen zijn.
Kernidee: Organisaties functioneren niet alleen via formele structuren, maar vooral via menselijk
gedrag, sociale relaties en gedeelde waarden. Werknemers zijn in staat tot zelfmotivatie en
zelfsturing, waarbij interne motivatie en sociale verbondenheid cruciaal zijn.

, Organisaties als open systemen
Organisaties worden gezien als systemen van onderling afhankelijke activiteiten die ingebed zijn in
hun omgeving.
- Organisaties staan niet los van die omgeving, maar hebben een constante wisselwerking met
externe actoren zoals andere organisaties, markten, overheden en maatschappelijke
ontwikkelingen. Om te overleven en effectief te functioneren passen organisaties zich aan de
eisen van hun omgeving aan, de contingentietheorie benadrukt dit aanpassingsvermogen.
Organisaties bestaan uit:
- inputs (zoals mensen, middelen en informatie)
- throughputs (interne processen en activiteiten)
- outputs (producten of diensten).
Via feedback uit de omgeving beïnvloeden de outputs opnieuw de inputs, waardoor organisaties hun
gedrag en structuur voortdurend kunnen bijsturen. Open systemen passen dus hun gedrag aan om te
reageren op veranderingen in de omgeving.

Relaties en niveaus: De focus ligt sterk op relaties en onderlinge afhankelijkheden tussen organisaties
en hun omgeving. Organisaties interacteren niet alleen extern, maar functioneren ook op
verschillende niveaus:
 Intraorganisatorisch (binnen de organisatie)
 Organisatorisch / meso-niveau
 Interorganisatorisch (tussen organisaties)
Binnen open systemen kunnen formele en informele structuren naast elkaar bestaan en zelfs met
elkaar in conflict komen.
Belangrijke theorieën:
- Algemene Systeemtheorie (Katz & Kahn)
- Sociotechnisch denken (Tavistock): balans tussen sociale en technische componenten
- Contingentietheorie: er is geen “one best way”, structuur hangt af van context

Vier systeemtypes volgens Scott (combinatie van rational, natural en open)
Scott toont aan dat organisaties elke combinatie van rationeel/natuurlijk en open/gesloten kunnen
zijn:
CLOSED SYSTEM OPEN SYSTEM
RATIONAL Bureaucratie, sterke Doelgericht maar flexibel en omgevingsgericht
formalisatie
NATURAL Intern gerichte sociale Levend sociaal systeem in voortdurende afstemming
gemeenschap
Essentie:
Organisaties combineren doorgaans elementen uit alle drie perspectieven.

Leerdoel 2: Situationele kenmerken die organisatiestructuur beïnvloeden
- Contingentietheorie: Deze theorie stelt dat organisaties hun structuur en werkwijze
aanpassen aan de eisen en omstandigheden van hun omgeving.
o Een turbulente omgeving (competitie, onzekerheid)  meer flexibele structuren met
minder standaardisatie.
o Organisaties met routine taken of een grote omvang  meer geformaliseerde
structuren (rationeel, hiërarchisch, bureaucratisch).
o Strategische beslissingen van het leiderschap over hoe om te gaan met de omgeving
zijn van invloed op de structuur en werkwijze.

Documentinformatie

Geüpload op
16 februari 2026
Aantal pagina's
44
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€8,66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
laylajowenkow

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
laylajowenkow Erasmus Universiteit Rotterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
3 maanden geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Populaire documenten

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen