100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Algemene Natuurwetenschappen (ANW) VWO 4 H4: Evolutie en DNA

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
6
Geüpload op
02-04-2021
Geschreven in
2019/2020

Deze samenvatting bevat het gehele hoofdstuk 4 uit het solar boek van ANW. Ook bevat de samenvatting extra aantekeningen uit de les.










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Documentinformatie

Geüpload op
2 april 2021
Aantal pagina's
6
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

ANW Samenvatting H4: Evolutie en DNA

4.1 – Onze oorsprong
Creationistische visie: je neemt aan dat God de wereld heeft geschapen in zeven dagen. Het
scheppingsverhaal staat beschreven in de Bijbel en het Christendom gelooft hierin.
Maar in de 18e eeuw werden veel fossielen gevonden.
 Fossielen: versteende overblijfselen van planten en dieren die gestorven zijn tijdens de
zondvloed.
 Zondvloed: in verschillende culturen en religies een belangrijk mythologisch thema, waarin
een grote overstroming een beschaving of de hele wereldbevolking vernietigde, vaak als
straf. Dit deden Goden.
George Cuvier kon niet geloven dat al die soorten (van de fossielen) nog op aarde rondliepen. Hij
formuleerde de hypothese dat sommige soorten gewoon zijn uitgestorven.
 Veel christenen waren het hier niet mee eens, maar geleerden gingen hierdoor fossielen met
andere ogen bekijken.
Charles Darwin (geboren 1809) zag dat diersoorten van verschillende eilanden veel van elkaar
verschillen.
 Hij ontdekte dat er binnen een diersoort een variatie aan eigenschappen kan zijn, deze
hangen af van de leefomgeving van de soort.
 Ook zag hij dat ondanks er meer nakomelingen geboren werden dan voor vervanging van de
ouders nodig zou zijn, de populatie constant van grootte bleef.
- Als er namelijk binnen een populatie meer nakomelingen geboren worden terwijl de
hoevelheid voedsel gelijk blijft, ontstaat er een gevecht om leven.
Natuurlijke selectie: proces waarbij een soort die goed aangepast is aan de omgeving zich met meer
succes zult voortplanten en zal daardoor uiteindelijk een steeds groter deel van de populatie vormen.
 De ‘oude’ soort kan helemaal verdwijnen, terwijl er een nieuwe soort is ontstaan. Het is ook
wel het recht van de sterksten.
Evolutie: geleidelijke vorming van nieuwe soorten. De evolutietheorie was belangrijk omdat het kon
verklaren waarom de huidige soorten afweken van de wezen die God had geschapen.

Samengevat constateerde Darwin drie feiten:
1. Binnen populaties van een bepaalde soort vertonen de individuen verschillen (natuurlijke
variatie).
2. Er worden meer nakomelingen geboren dan dat nodig zou zijn voor de vervanging van de
ouders.
3. Doorgaans blijft een populatie min of meer constant van grootte.
Op grond van deze drie constateringen formuleerde hij twee principes:
1. Struggle for life: er is een strijd om het bestaan.
2. Survival of the fittest: het aan de heersende omgevingsfactoren best aangepaste type
organisme, overleeft en krijgt de meeste nakomelingen.

In 1859 schreef Darwin een boek over zijn theorie.
 Dit vond de kerk niet zo leuk, vooral door het idee dat de mens van een aapachtige
voorouder zou afstammen. Darwin zag zelf geen goede reden waarom de evolutie-ideeën
iemands religieuze gevoelens zouden kwetsen.
Een van de grootste bezwaren tegen Darwins evolutietheorie was het feit dat er weinig fossielen zijn
gevonden van missing links: dieren die de overgang vromen tussen de belangrijkste groepen van de
gewervelde dieren.

,  Tot grote vreugde van Darwin werd in 1861 een archeopteryxfossiel gevonden dat zowel
reptiel- als vogelkenmerken heeft. Nog steeds zijn er mensen op zoek naar zulke verbindende
schakels.

4.2 – DNA en evolutie
Veel geleerden vonden het lastig om de theorie van Darwin te geloven, er was te weinig bewijs.
 Monnik Gregor Mendel bracht hier verandering in, door het uitvoeren van verschillende
experimenten met gekweekte erwten.
 Deze man ontdekte het verschil tussen dominante eigenschappen en recessieve
eigenschappen. Dit werk pas rond 1900 serieus genomen, 40 jaar later.
 Deze ontdekking bevestigde Darwins theorie van natuurlijke selectie.
Aan het eind van de 19e eeuw werden chromosomen ontdekt.
 Chromosomen: staafjes die in de kern van een cel zitten, hier zit je DNA heel strak omheen
gewikkeld.
James Watson en Francis Crick ontdekten als eersten hoe DNA er uitziet.
 DNA is opgebouwd uit een dubbele helix, opgebouwd uit twee in elkaar gedraaide
spiralen.
 De ‘touwladder’ is opgebouwd uit bouwstenen, de basen A,T,C en G. Deze zitten
aan de zijkant van de ketens.
- Elke keer als een cel deelt, krijgt elke nieuwe cel hetzelfde DNA. Een bevruchte
eicel krijgt altijd de helft van het DNA van de moeder, en de helft van het DNA
van de vader.
Eiwitten: zijn verantwoordelijk voor alle processen in het lichaam. Het zijn eigenlijk meerdere
aminozuren aan elkaar.
 De basen van het DNA coderen o.a. voor de bouw van eiwitten. Het is een code voor de
volgorde waarin aminozuren tot eiwitten worden geregen.
- Elke mogelijke combinatie van drie opeenvolgende basen vormt de code voor 1 bepaald
aminozuur.
- De startcode is altijd ATG en de stopcode is altijd TAG. De informatie hiertussen bevat de
informatie voor een eiwit, dit noem je een gen.
 Gen: stuk van DNA dat codeert voor 1 bepaald eiwit.
Evolutie biologen proberen evolutiestambomen te maken om te ontdekken welke soorten van elkaar
afstemmen. Voor de ontdekking van DNA gebruiken zij daarvoor de gevonden fossielen.
 Ook gebruiken ze het ‘Systema Naturae’ van Carolus Linnaeus. Dit systeem beschrijft alle
organismen, op grond van hun uiterlijke kenmerken, in klassen in te dienen.
Doordat er soms fouten in de genen ontstaan, kunnen eigenschappen veranderen.
 Mutatie: plotselinge veranderingen in de genen van een organisme.
- Voordat een cel zich deelt, worden de chromosomen gekopieerd, hierbij kunnen foutjes
ontstaan doordat 1 of meer verkeerde bouwstenen worden ingebouwd.
- Als er mutaties in een gen zitten, is het mogelijk dat de cel een verkeerd of zelfs geen
eiwit maakt. Als zo’n fout zich in de geslachtscellen bevindt, zal de fout ook worden
doorgegeven aan de nakomelingen. De fout is dan erfelijk.
- Doordat mutaties toevallig zijn, is het onwaarschijnlijk dat twee individuen dezelfde
mutatie hebben. Daarom kunnen soorten ook ingedeeld worden door hun DNA met
elkaar te vergelijken.

4.3 – DNA-technieken in de praktijk
Met een klein beetje lichaamsmateriaal, zoals wangslijm, kan een DNA-profiel gemaakt worden. Dit is
net zo uniek als een vingerafdruk en kan dus je identiteit vaststellen.
 DNA-profiel: stukjes DNA in een soort streepjespatroon zichtbaar gemaakt. Hier wordt dus
niet gekeken naar erfelijke eigenschappen.
 DNA-profielen spelen hierdoor een rol in de bewijsvoering rond misdrijven.
€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
manonkn

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
manonkn
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
10
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen