- Er zijn 2 groepen talen in de database managementsysteem:
o Beschrijvende talen: beschrijven de database zo dat de computer
(=database managementsysteem) daarmee overweg kan
o Manipulerende talen: Hiermee kun je gegevens/verbanden
toevoegen, verwijderen en aanpassen
Beschrijvende talen
- Beschrijvende talen zijn er op 3 niveaus/schema’s:
o Conceptueel schema
o Intern schema
o Extern schema
- Data Description/Definition Languages (DDL)= De database krijgt
hier zijn structuur
o Deze talen horen bij het conceptuele en externe niveau
- Data Storage Description Language (DSDL) = Het definieert de
fysieke database
o Voorbeeld: de [harde schijf] locaties van de fysieke
databasebestanden
o Deze talen horen bij Interne schema
- Data Control Language (DCL) = regelt autorisatie to de
database(gegevens)
o “Wat mag de gebruiker wijzigen/ verwijderen en/of toevoegen?”
Manipulerende talen
- Data Manipulation Language (DML)= Algemene naam in netwerk
databasesystemen
- Manipulerende talen kunnen zelfstandige talen zijn naast de
programmeertalen
- Het is ook mogelijk om een manipulerende taal op te nemen in een
bestaande programmeertaal (bijvoorbeeld COBOL of Pascal)
o In dat geval wordt de bestaande programmeertaal Host language
genoemd
o De hierin pgenomen taalelementen vormen samen de Data Sub
Language(DSL)
o SQL kan optreden als zelfstandige programmeertaal, maar ook als
DSL (Dan wordt het Embedded SQL genoemd)
- Structured Query Language (SQL)=Algemene naam in relationele
databasesysteem
CREATE TABLE AFDELING
- Vraagtaal = Zelfstandige taal die bedoeld is (AFDELINGSNMR DECIMAL (4) NOT NULL,
AFDELINGSNAAM CHARACTER (20),
voor het raadplegen op een database AFDELINGSBUDGET DECIMAL (6),
PRIMARY KEY (AFDELINGSNMR))
o Vaak wordt SQL hiervoor gebruikt
CREATE TABEL MEDEWERKER
(SALARISNMR DECIMAL (6) NOT NULL,
NAAM CHARACTER (20),
GEBOORTEDATUM DATE,
FUNCTIEGROEP CHARACTER (2),
AFDELINGSNMR DECIMAL (4) NOT NULL,
PRIMARY KEY (SALARISNMR),
FOREIGN KEY (AFDELINGSNMR) REFERENCES
AFDELING)