- Magneetband: Tot 1963 was het belangrijkste medium om gegevens
op te slaan
o De gegevens staan hier op een vaste sequentie
o Als gegevens op een andere volgorde moesten worden
gepresenteerd moest er eerst gesorteerd worden
o Als niet alle gegevens nodig waren, moesten de relevante
gegevens eerst apart gezet worden
- Magneetschijf (vanaf 1963): bood directe toegang tot gegevens
(tegenovergestelde van sequentiële toegang)
- Informatie kon via directe adressering sneller verkregen worden en
bespaarde veel sorteerwerk
- Het werd ook aantrekkelijker om indexen te maken
o Dit zijn andere bestanden waarin alleen het veld(en) (klantnaam)
vastgelegd is waarop men wil sorteren en de
verwijzing(adressering) naar de specifieke record van het
bronbestand(klanten)
- Gegevensbank/database = Set bestanden met onderlinge relaties
- Gegevens werden sequentieel opgeslagen op de magneetschijf
o Ook werd gebruikgemaakt van directe toegang
- Gegevensmodel= Manier waarop relaties tussen records wordt
opgeslagen
- In 1960 was de CODASYL opgericht (Conference On DAta SYstems
Languages)
- Hun doel was om een programmeertaal te ontwikkelen die in het
Engels was
- Deze taal werd COBOL (COmmon Business Oriented Language)
- De CODASYL ontwikkelde ook databasetalen
- Het Integrated Data Store was daarbij een belangrijke leidraad
- 1971: DBTG '71 rapport uitgebracht (CODASYL Data Base Task
Group-rapport)
o Dit rapport bevat de specificaties van 2 talen:
o Taal 1 : hiermee kunnen gegevens in de database beschreven
worden
o Taal 2 : hiermee kunnen gegevens in de database
gemanipuleerd worden
- Dit rapport heeft vooral voor wereldwijde discussie geleid over het
database