Inhoud
CTG .......................................................................................................................................................... 2
Partogram en diagnostiek en methodiek samengevoegd ....................................................................... 4
Partogram ............................................................................................................................................ 4
Diagnostiek en methodiek................................................................................................................... 4
Fysiologie van de baring .......................................................................................................................... 7
Baringspijn ............................................................................................................................................. 24
Foetal caput ........................................................................................................................................... 29
Het baringskanaal .................................................................................................................................. 31
Anatomie van de borst .......................................................................................................................... 39
Psychologie van de baring en het directe postpartum samengevoegd................................................. 46
Bevalling ............................................................................................................................................ 46
Kraamtijd ........................................................................................................................................... 47
Fysiologie van de neonaat en het klinisch onderzoek samengevoegd .................................................. 49
Fysiologie van neonaat ...................................................................................................................... 49
Klinisch onderzoek neonaat .............................................................................................................. 57
1
,CTG
- Vanaf 24 wkn, maar zkh doet het meestal
vanaf 26 wkn
Doptone: na elke contractie een minuut luisteren elke
15 min.
CTG eigenlijk alleen nodig bij pathologie maar vaak
altijd gebruikt
Waarom zou je intermitterende auscultatie gebruiken?
- Antepartum – buiten zwangerschap
- Intrapartum – in arbeid
CTG aflezen
- Bovenaan CTG: harttonen foetus (plaats cardio-dop
tussen schouderbladen)
- Onderaan CTG: contracties (plaats toco-dop op fundus)
- Grotere vierkantjes CTG 1 = 1 minuut
- Een half uur laten opnemen, kijken per 10 minuten
5 observatiepunten van het CTG
- 4 punten harttonen
o Deceleraties
o Acceleraties
o Variabiliteit
o Basishartfrequentie
- Contracties
Harttonen
BHF
- Te hoge hartslag is tachycardie
- Te laag is bradycardie
- Lagere BHF bij ‘’oudere’’ foetus
- 110-150 sl/min: witte deel is normaal, geel/rood is niet normaal: hoog/laag)
2
,Variabiliteit
- Slag tot slag variabiliteit is nodig, bewijst autonomie
van de foetus
- Normaal: tussen 5 en 25 sl/min
- Hoger variabel = saltatoor patroon >25
- Verlaagd <5
Acceleraties
- Korte versnelling hartslag
- Minstens 15 slagen minstens 15 seconden
- Langdurige acceleratie: wanneer de versnelling tenminste
2 min maar korter dan 10 min duurt
- Minstens 2 acceleratie per 20 min
Deceleraties
- Korte daling hartslag
- Minstens 15 slagen minstens 15 seconden
- 2 soorten:
o Baroreceptoren
▪ Reageren bij drukveranderingen
▪ V-vormige deceleraties (vroegere variabele deceleratie)
o Chemoreceptoren (kunnen teken foetaal O2 te kort zijn)
▪ Reageren bij veranderingen in chemische samenstelling van het bloed
▪ U-vormige deceleraties
Contracties
- Frequentie (kijken per 10 min)
- Duur (latente fasen vaak 30 sec)
- Intensiteit (puur observatie pariënture)
- Basale tonus
3
, Partogram en diagnostiek en methodiek samengevoegd
Partogram
- Grafische weergave van het verloop van de arbeid.
- Toont o.a. ontsluiting, weeën, foetale en maternale parameters.
- Doel:
o Nauwkeurige observatie
o Tijdig afwijkingen herkennen
o Evaluatie van eigen handelen en kwaliteitszorg
- Is een hulpmiddel, geen doel op zich → de vrouw en haar begeleiding blijven centraal.
- Geen vast standaardmodel, aangepast aan dienst/gewoonten.
Schriftelijke rapportage
- Verloskundig dossier is wettelijk verplicht (beroepsgeheim, EPD).
- Verloskundige registratie (VVOG) → inzicht in “hoe Vlaanderen bevalt”, beleidsmatig
belangrijk.
Voorbereiding van de barende
- Goede informatie over:
o Verloop van arbeid en bevalling
o Mogelijke interventies
o Pijnverlichting
- Ondersteunt zelfmanagement en empowerment.
Geboorteplan:
- Meerdere opties oké, geen “juiste” keuze
Midwifery led care
- Zorgmodel
- Uitgaan van normale zwangerschap, arbeid en bevalling tot tegendeel is aangetoond
- Minimum aan interventies
- Zoveel mogelijk continuïteit door 1 vroedvrouw
- Voor alle vrouwen in laag-risico profiel
- Sterk geloof in EIGEN kracht van vrouw
- Vraagt goede voorbereiding van zwangere
Diagnostiek en methodiek
Fysiologie van de normale baring
- Baringsproces gestuurd door neurofysiologie en hormonen
- Belangrijkste hormonen: oxytocine, endorfine, adrenaline
4