Inhoud
Ademhalingsstelsel: anatomie en fysiologie ........................................................................................... 2
Alarmsignalen laatste weken zwangerschap ......................................................................................... 10
Anatomie cardiovasculair stelsel ........................................................................................................... 14
Anatomie arteriën ............................................................................................................................. 28
Foetale ontwikkeling ............................................................................................................................. 31
Fysiologische veranderingen tijdens de zwangerschap......................................................................... 34
Geniaal stelsel........................................................................................................................................ 42
Consult volledig ..................................................................................................................................... 55
Voedingsleer .......................................................................................................................................... 63
Basisprincipes in de zorg ....................................................................................................................... 72
Organisatie van de gezondheidszorg ..................................................................................................... 73
Zorgmodellen ........................................................................................................................................ 74
Vitale parameters .................................................................................................................................. 75
Fysische parameters .............................................................................................................................. 79
Symptomen en diagnose ....................................................................................................................... 81
Embryologie........................................................................................................................................... 83
1
,Ademhalingsstelsel: anatomie en fysiologie
Welke weg legt lucht af?
1. Neus (+neusholte, neusbijholten)
2. Keelholte (farynx)
3. Strottenhoofd (larynx)
4. Luchtpijp (trachea)
5. Bronchiën (kleine luchtwegen)
Bronchiën vertakken, vanuit de hoofdbronchus, als kleine luchtwegen. Aan het einde van de
bronchiën zitten longblaasjes
5 basale functies AH-stelsel
1. Gasuitwisseling tussen lucht en bloed (denk aan O2 en CO2)
2. Verplaatsen van lucht van en naar het gaswisselingsoppervlak
3. Bescherming (denk aan neushaartjes, temperatuur balanceren, uitdroging)
4. Vorming van geluid
5. Ruiken
Neus
Bestaat uit:
• Os frontale (met 2 sinus frontalis) (voorhoofdbeen)
• Os nasale (neusbeen)
• Concha nasalis (neusschelpen)
• Vestibulum nasi (ruimte die door flexibele weefsels van de neus omsloten wordt
• Maxilla (bovenkaak)
• Mondholte
• Tong
• Mandibula (onderkaak)
1. Neusgaten (nares)
2. Neusholte
Os frontale (voorhoofdsbeen)
- Vormt het voorhoofd en het dak van de oogkassen
2
, - Boven oogkas bevat met lucht
- Sinus frontalis (voorhoofdholte) staat verbonden met neusholte
Maxillae (bovenkaaksbeenderen)
- Vormen boven en middelste gedeelte van de oogkassen
- Vormen de wanten van de neusholte
- Vormen het voorste deel van het gehemelte (scheidt de neus- en mondholte)
Os ethmoidale (zeefbeen)
- Vormt dak en zijkanten van de neusholte
- Bevat twee bovenste neusschelpen
Os sphenoidale (wiggenbeen)
- Logt achter os ethmoidale (zeefbeen)
- Bevat ook holten: sfenoidale sinussen
3. Vestibulum nasi (ruimte met weefsel) bevat ruwe haren; bescherming
4. Neusschelpen +slijmlaag vestibulum nasi (voor het filtreren van stof en andere deeltjes en
het verwarmen en bevochtigen van lucht → lucht stroomt tussen smalle groeven van
neusschelpen.
5. Respiratoir mucosa bekleed de luchtwegen, het bestaat uit respiratoir epitheel (cilindrisch
trilhaarepitheel + bekercellen). Dit epitheel filtert de lucht die je inademt en stuurt alle
bacteriën enz. met het slijm door naar de maag.
6. Loopneus als er te veel giftige stoffen zijn of veel bah.
Farynx (keelholte)
Bestaat uit
1. Nosopharynx
2. Oropharynx
3. Larynchopharynx
Larynx (strottenhoofd)
Bestaat uit 9 kraakbeendelen.
(3 belangrijkste)
1. Strottenklepje (epiglottis)
2. Schildkraakbeen (cartilago thyroidea)
3. Ringvormig kraakbeen (cartilago cricoidea)
3
, Trachea = luchtpijp (bestaat uit ringvormig kraakbeen)
Epiglottis (strottenklepje)
- Boven stemspleet
- Slikken = larynx omhoog → epiglottis over stemspleet
- Veen voedsel of vloeistof in luchtweg
Cartilago thyroidea (schildkraakbeen)
- Laterale en ventrale rand
- Bescherming stemspleet en toegang trachea
Cartilago cricoïdea (ringvorming kraakbeen)
- Ring ventraal, lateraal en dorsaal
- Bescherming stemspleet en toegang trachea
Glottis (stemspleet)
- Wordt beschermd door epiglottis, cartilago thyroidea en cartilago cricoïdea
- Bevat valse stembanden en ware stembanden
o Valse stembanden = stug
▪ Voorkomen voorwerpen in trachea
▪ Beschermen ware stembanden
o Ware stembanden = elastische ligamenten
▪ Liggen onder valse stembanden
▪ Spanning afhankelijk van bewegingen omliggend kraakbeen
Aangespannen stemband → hoog
Ontspannen stemband → laag
Hoesten
- Stemspleet sluit +spieren borstkas en buik trekken samen
- Longen worden samengedrukt
- Stemspleet opent: plotselinge luchtstroom
Trachea
- Bevat 15 tot 20 kraakbeenstukken (u vormig)
- Deze voorkomen dichtklappen door druk of dichtduwen
- Achterzijde vervorming mogelijk: slokdarm
Uiteinden verbonden door glad spierweefsel
4