Taalverwerving
Online tentamen op nestor
- Colleges zijn leidend, boek is ondersteuning
- Info uit vragen bij video’s is het belangrijkst
- Dingen als nature-nurture toepassen op casussen, zoals de filmpjes
- Situatie→a.d.h.v. begrip verder uitleggen
,Weekoverzicht
Week 1 – introductie
- Eigenschappen van taal
- Syntax, fonologie en semantiek
- Language Faculty
- Chomsky, generatieve grammatica
Week 2 – nature-nurturedebat
- Projectieprobleem: gebrekkige input
o Input is continu spraaksignaal
o Input is ondoorzichtig spraaksignaal
- Empirisme vs. rationalisme
- Verleden tijd, vraagzinnen (Jill de Villiers), meervoudsvormen
- Begrip en productie (competence en production)
- Naturalistisch vs. experimenteel onderzoek
- Gavagai-probleem
- Bootstrapping
- Aangeboren aannames (whole object, mutual exclusivity)
- Positieve en negatieve evidentie, direct of indirect.
- Het logische probleem van taalverwerving
Week 3 – fonologie
- Kenmerken van fonologie
- Cracking the code
- Klankperceptie
o Categoriale perceptie (Head-turn procedure)
▪ Perceptual magnet effect
o Linken visuele en auditieve info (McGurk-effect)
- Klankproductie
o Brabbelen (moedertaalspecifiek én universeel)
o Veelgemaakte fouten (mushy mouth of mushy ear en andere theorieën)
- Kritieke periode (Genie)
Week 4 – syntaxis
- Mijlpalen
- Productie loopt meestal achter op begrip
- Holofrastische en telegrafische uitingen
- Inhouds- en functiewoorden
- Functional Categories (I, D, C)
- Woordvolgorde
o Eye tracking onderzoek: zinnen met koe en auto. Productie loopt voor op begrip!
- 3 hoofdmanieren om te testen (grammatica-oordeel, productie, begrip)
- NSL: argument voor nature-kant: geen input, maar kinderen maken een compleet nieuwe taal.
Judy Kegl: input is noodzakelijk (nurture)
- Bindingsprincipes (reflexieven, pronomina, r-uitdrukkingen)
Week 5 – L2
- Mijlpalen
,- Verschil input L1 en L2
- L2 leren als kind vs. als volwassene
- Motherese
Week 6 – semantiek
- Vocabulairespurt
- Aangeboren concepten/Semantic features/prototypen/aangeboren aannames (semantic
constraints)
- Overextensie
- Kwantoren
o conservativiteit (gleeb)
Week 7 – pragmatiek, taalstoornissen
- Grice: coöperatieprincipe, maximes
o (scalaire) Implicatuur
- TOM
- Dissociatie (Christopher)
, Week 1 – introductie
Wat is taalverwerving?
Taalverwerving: Beginstaat→eindstaat
Onderzoek naar taalverwerving: Hoe kom je van die begin- tot die eindstaat?
• Waar luisteren we naar?
o Kinderen moeten dingen oppakken uit audio-signaal
• Wat moeten kinderen allemaal te weten komen over de taal?
• Welke moeilijkheden moeten kinderen overwinnen?
o Waar begin je?
o Achtergrondherrie
o Verschillende stemmen
Verschil tussen language learning (taal leren) en language acquisition (taal verwerven). Taal wordt
niet aangeleerd zoals op school.
Taalverwerving is een ‘silent feat’: een stille prestatie.
Het meeste weet je al als je 3 jaar bent.
De essentie van taalkennis is de representatie van een eindige set eenheden (‘units’) op verschillende
levels (bv. klank, syntax, betekenis).
Geluiden→woorden→zinnen
Elk van deze eenheden is onveranderlijk, discreet en categorisch
NLP = “natural language processing”. Het verwerken van natuurlijke taal. Dit doen kinderen op
analyserende wijze.
Kinderen stellen hypothesen op, het zijn ‘scientists in the crib’.
Bijvoorbeeld over woordbetekenis: als iemand wijst en zegt ‘bal’ kan dit heel veel dingen betekenen,
maar kinderen nemen één ding aan (‘bal’ = dat ronde object) en dat is hun hypothese.
Taal als cognitief systeem
Taal is meer dan alleen communicatie: akoestische signalen verwerken
akoestisch signaal/gebaar→hersenen→klanken of woorden→betekenis
Systeem zit in ons brein, hoort bij cognitieve vaardigheden
Taalsysteem in ons hoofd is tacit (stilzwijgend): we zijn ons niet bewust van wat we precies doen of
hoe ons hoofd werkt als we taal gebruiken.
Het systeem is “inaccessible to consciousness”: we hebben zulke vanzelfsprekende kennis van taal
dat we ons niet bewust zijn van wat we precies doen en hoe complex taalkennis is.
Onderzoek naar taalverwerving
Centrale vraag van onderzoek: wat is de natuur van ontwikkeling?
Taalkennis is moeilijk te onderzoeken door:
• Formele complexiteit (wat onderzoek je precies?)
• Oneindigheid van taalkennis (een mens heeft heel veel kennis)
Online tentamen op nestor
- Colleges zijn leidend, boek is ondersteuning
- Info uit vragen bij video’s is het belangrijkst
- Dingen als nature-nurture toepassen op casussen, zoals de filmpjes
- Situatie→a.d.h.v. begrip verder uitleggen
,Weekoverzicht
Week 1 – introductie
- Eigenschappen van taal
- Syntax, fonologie en semantiek
- Language Faculty
- Chomsky, generatieve grammatica
Week 2 – nature-nurturedebat
- Projectieprobleem: gebrekkige input
o Input is continu spraaksignaal
o Input is ondoorzichtig spraaksignaal
- Empirisme vs. rationalisme
- Verleden tijd, vraagzinnen (Jill de Villiers), meervoudsvormen
- Begrip en productie (competence en production)
- Naturalistisch vs. experimenteel onderzoek
- Gavagai-probleem
- Bootstrapping
- Aangeboren aannames (whole object, mutual exclusivity)
- Positieve en negatieve evidentie, direct of indirect.
- Het logische probleem van taalverwerving
Week 3 – fonologie
- Kenmerken van fonologie
- Cracking the code
- Klankperceptie
o Categoriale perceptie (Head-turn procedure)
▪ Perceptual magnet effect
o Linken visuele en auditieve info (McGurk-effect)
- Klankproductie
o Brabbelen (moedertaalspecifiek én universeel)
o Veelgemaakte fouten (mushy mouth of mushy ear en andere theorieën)
- Kritieke periode (Genie)
Week 4 – syntaxis
- Mijlpalen
- Productie loopt meestal achter op begrip
- Holofrastische en telegrafische uitingen
- Inhouds- en functiewoorden
- Functional Categories (I, D, C)
- Woordvolgorde
o Eye tracking onderzoek: zinnen met koe en auto. Productie loopt voor op begrip!
- 3 hoofdmanieren om te testen (grammatica-oordeel, productie, begrip)
- NSL: argument voor nature-kant: geen input, maar kinderen maken een compleet nieuwe taal.
Judy Kegl: input is noodzakelijk (nurture)
- Bindingsprincipes (reflexieven, pronomina, r-uitdrukkingen)
Week 5 – L2
- Mijlpalen
,- Verschil input L1 en L2
- L2 leren als kind vs. als volwassene
- Motherese
Week 6 – semantiek
- Vocabulairespurt
- Aangeboren concepten/Semantic features/prototypen/aangeboren aannames (semantic
constraints)
- Overextensie
- Kwantoren
o conservativiteit (gleeb)
Week 7 – pragmatiek, taalstoornissen
- Grice: coöperatieprincipe, maximes
o (scalaire) Implicatuur
- TOM
- Dissociatie (Christopher)
, Week 1 – introductie
Wat is taalverwerving?
Taalverwerving: Beginstaat→eindstaat
Onderzoek naar taalverwerving: Hoe kom je van die begin- tot die eindstaat?
• Waar luisteren we naar?
o Kinderen moeten dingen oppakken uit audio-signaal
• Wat moeten kinderen allemaal te weten komen over de taal?
• Welke moeilijkheden moeten kinderen overwinnen?
o Waar begin je?
o Achtergrondherrie
o Verschillende stemmen
Verschil tussen language learning (taal leren) en language acquisition (taal verwerven). Taal wordt
niet aangeleerd zoals op school.
Taalverwerving is een ‘silent feat’: een stille prestatie.
Het meeste weet je al als je 3 jaar bent.
De essentie van taalkennis is de representatie van een eindige set eenheden (‘units’) op verschillende
levels (bv. klank, syntax, betekenis).
Geluiden→woorden→zinnen
Elk van deze eenheden is onveranderlijk, discreet en categorisch
NLP = “natural language processing”. Het verwerken van natuurlijke taal. Dit doen kinderen op
analyserende wijze.
Kinderen stellen hypothesen op, het zijn ‘scientists in the crib’.
Bijvoorbeeld over woordbetekenis: als iemand wijst en zegt ‘bal’ kan dit heel veel dingen betekenen,
maar kinderen nemen één ding aan (‘bal’ = dat ronde object) en dat is hun hypothese.
Taal als cognitief systeem
Taal is meer dan alleen communicatie: akoestische signalen verwerken
akoestisch signaal/gebaar→hersenen→klanken of woorden→betekenis
Systeem zit in ons brein, hoort bij cognitieve vaardigheden
Taalsysteem in ons hoofd is tacit (stilzwijgend): we zijn ons niet bewust van wat we precies doen of
hoe ons hoofd werkt als we taal gebruiken.
Het systeem is “inaccessible to consciousness”: we hebben zulke vanzelfsprekende kennis van taal
dat we ons niet bewust zijn van wat we precies doen en hoe complex taalkennis is.
Onderzoek naar taalverwerving
Centrale vraag van onderzoek: wat is de natuur van ontwikkeling?
Taalkennis is moeilijk te onderzoeken door:
• Formele complexiteit (wat onderzoek je precies?)
• Oneindigheid van taalkennis (een mens heeft heel veel kennis)