H1: moraal, een kwestie van oordelen
1.1 het intuïti ef moreel oordeel
Moreel oordeel = in een moreel oordeel spreek je uit wat je behoorlijk vindt van jezelf en van
anderen. Je geeft aan hoe je verwacht dat die ander met jou of anderen om zou moeten
gaan. Zo’n oordeel gaat altijd over gedag van mensen en hoe ze met elkaar omgaan.
Voorbeeld zinnen:
De docent statistiek laat jou nou nooit eens uitpraten!
Ik vind het lullig dat Joep zijn verkering uitmaakt bij de app.
Over deze uitspraken heb je verwachtingen. Je verwacht dat Joep de moed heeft om de
relatie uit te maken in het echt. Hieruit blijkt dat het hebben van een moraal oordeel een
onderdeel is van het dagelijkse leven.
Een Intuïtief moreel oordeel is een oordeel dat vanzelf komt. Je oordeelt eigenlijk
automatisch, je denkt er niet over na vóórdat je het doet. Hierbij besef je eigenlijk niet dat je
een moreel oordeel uitspreekt, de dingen die je zegt zijn dan impliciet = verborgen of niet
duidelijk naar voren gebracht.
Intuïtief moreel oordeel = een moreel oordeel dat kant en klaar ontstaat in je bewustzijn
onder dat je erover na hoeft te denken en voordat je erover na hebt gedacht.
Je Intuïtief moreel oordeel kan bewust worden gemaakt doordat er iemand reageert op
Intuïtief moreel oordeel. Hierdoor besef je dat je een standpunt over het gedrag van iemand
hebt.
Om te begrijpen wat er gebeurt als je Intuïtief moreel oordeel bewust wordt, wordt er
onderscheid gemaakt tussen drie processen die zich in het bewustzijn afspelen:
1. Je oordeelt dat iets goed of slecht is. Je vindt iets
2. Je kent je oordeel. Je weet dat het je mening is en je kent het standpunt van de ander
3. Je voelt dat je het oneens bent met de ander. Het oordeel brengt een bepaald gevoel
met zich mee
Voorbeelden om het verschil te begrijpen tussen oordelen, kennen en voelen:
Ellen, kon je niet even op mij wachten voordat je naar de trein liep?
Als je zegt dat Ellen wel even kon wachten spreek je een beoordeling uit over haar gedrag.
Dit is overigens wel impliciet omdat je het niet letterlijk zegt, maar het is wel helder wat je
bedoeld.
Het oordeel over het gedrag leer je kennen als je het uitspreekt of als iemand erop reageert.
Je wordt dan bewust van je mening.
Je kunt ook voelen dat je het waardeloos vindt dat Ellen niet op je wacht. Het klinkt
verontwaardiging in je stem boosheid of een andere emotie.
1.2 het verschil tussen kennen, oordelen en voelen
Objectiveren = Als je de wereld kent, plaats je dat wat er gebeurt buiten jezelf en beschrijft
het vervolgens
,Subjectiveren = Als je de wereld beleeft, richt je je op wat er innerlijk met je gebeurt. Je
voelt wat je meemaakt alsof de wereld zich binnen in jou afspeelt. Een gevoel speelt zich af
in een persoonlijke binnenwereld van een mens.
In tegenstelling tot kennis zijn gevoelens niet uitwisselbaar. Ik kan jouw teleurstelling niet
voelen als jij de trein mist.
Normeren = je vindt gedrag goed of slecht. Dit gedrag heet normeren en het resultaat is een
verbinding van jezelf met andere.
Normatieve uitspraken zijn beter uitwisselbaar dan gevoelen omdat ze niet enkel
uitwisselbaar zijn.
Bewustzijnsvorm Wat doe je? Resultaat van de Centrale vraag
omgang
Kennen Je representeert een Feiten (kennis) Is het waar?
(objectiveren) buitenwereld in je
bewustzijn
Beoordelen Je verbindt jezelf Morele oordelen Is het juist?
(normeren) met anderen
Voelen Je ervaart een Gevoelens Hoe voel ik me?
(subjectiveren) binnenwereld in je
bewustzijn
Feiten, oordelen en emoties kun je uitwisselen.
Uitwissel van feiten = Als je een feit uitwisselt dan bezit je beiden de kennis.
Uitwisselen van emoties = als je de ander verteld of kwaad hij of zij is zal je nooit dezelfde
emotie delen omdat je de kwaadheid van de ander nooit kunt voelen. Je kan het je alleen
voorstellen. Je kan zelf ook boos worden maar er is dan sprake van twee verschillende
boosheden.
Uitwisselen van morele oordelen = het uitwisselen hiervan zit tussen het delen van kennis
en het vermeerderen van emoties. In een moreel oordeel is enerzijds iets dat in jezelf zit
(emotie) maar ook iets wat voor meerdere mensen kan zijn. Over morele oordelen kun je het
immers een zijn zoals over feiten.
1.3 waaraan herken je een moreel oordeel?
Vijf kenmerken van morele oordelen:
1. Gaat over menselijk gedrag:
Een moreel oordeel gaat altijd over het gedrag van mensen. Het gaat niet over de kwaliteit
van een laptop maar echt over het oordeel van gedrag van mensen.
2. Overstijgt het individuele:
Een moreel oordeel overstijgt automatisch het individuele. Wat voor mij geldt, geldt ook voor
jou. Dat is eerlijk en eerlijkheid geldt voor iedereen. Deze eigenschap van morele oordelen
betekent dat oordelen in één situatie automatisch ook oordelen betekent over anderen in
zo’n zelfde situatie. Dit noemen we universaliteitsprincipe = dat morele oordelen
onlosmakelijk veralgemeen baar zijn. In uitspraak in over iemand in een situatie is meteen
een uitspraak over alle mensen in dezelfde situatie. Als de eerste twee kinderen te laat
zijn en een uitbrander krijgen van de docent wordt er verwacht dat de derde persoon die te
laat komt ook een uitbrander krijgt.
, 3. Is normatief:
Het gaat erom hoe je behoort te handelen. Het gaat niet over hoe de wereld is (dat is kennis)
maar over hoe de wereld zou moeten zijn.
4. Is gericht op het goede:
Vierde kenmerk van het moreel gezichtspunt is dat het gericht is op zaken die op zichzelf
goed of nastrevenswaardig zijn.
Morele uitgangspunten = een omschrijving van iets dat op zichzelf nastrevenswaardig is
betreffende menselijk samenleven. Voorbeelden van morele uitgangspunten zijn:
Een goed leven
Eerlijk zijn tegen je vrienden
Vriendschap
Gezondheid
Ik wil de wet niet overtreden
5. Kan morele verontwaardiging veroorzaken:
Laatste kenmerk van morele oordelen is dat het een specifiek soort emotie, morele
verontwaardiging, los kan maken bij mensen. Als je verontwaardigd bent als iemand je
oneerlijk behandeld, het oordeel ‘dat is niet eerlijk’ veroorzaakt een verontwaardiging die te
herkennen is door stemverheffing. Verontwaardiging is het gevolg van een oordeel, niet het
oordeel zelf.
Moreel oordeel = een waardering van menselijk gedrag aan de hand van morele
uitgangspunten.
1.4 ethiek, moraal en het moreel vertoog
Een moreel oordeel is niet objectief, het is ook niet subjectief want ze zijn niet persoonlijk
zoals gevoelens. Morele oordelen beperken zich niet tot jouw binnenwereld want je spreekt
immers een verwachting uit over hoe jij je wilt gedragen in de toekomst en wat je verwacht
van anderen. Een moreel oordeel strekt zich uit buiten jou als persoon.
Moraal = het geheel van gedeelde morele oordelen van een groep dat ontstaat in een
gesprek. Het is het geheel van morele regels waaraan wij onszelf en anderen in redelijkheid
gehouden achten.
Het woord moraal en ethiek worden vaak gezien als synoniem van elkaar. Oorspronkelijk
betekenen deze woorden hetzelfde. Ethiek komt van het Griekse woord ethos en moraal van
het Latijnse woord moralis wat beide betekent ‘gewoonte’. Toch verschillen ze van elkaar.
Het begrip moraal is zo hebben we gezien, het geheel van morele regels. Het begrip ethiek
heeft de betekenis ‘studie’ de wetenschap van de morele regels.
Ethiek = de wetenschap die moraal bestudeert en die tracht de moraal verder te helpen doe
nieuwe argumenten te ontwikkelen en te gebruiken in afwegingen.
Moraal kan verschillen tussen groepen mensen. Je komt bij een vriend thuis en merkt dat de
mores daar anders is. De moraal van een familie, organisatie of cultuur wordt vak aangeduid
met normen en waarden. Normen en waarden zijn universeel, het is de afweging tussen de
verschillende normen en waarden in specifieke situaties, die kan verschillen tussen groepen
mensen. Het moraal verschilt dus.
Moreel gesprek = zie boek voor korte uitleg (blz. 20)
Moreel betoog = het geheel aan communicatie en interactie waarin mensen hun morele
oordelen, en daarmee hun moraal, vormen en op elkaar afstemmen.