100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Europees Recht (JUR-3EUROPERE)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
34
Geüpload op
01-02-2026
Geschreven in
2025/2026

De samenvatting bevat alle college-aantekeningen die zijn aangevuld met de voorgeschreven literatuur.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Europees Recht

Week 1 – Overzichtscollege
INTERNE MARKT
Doel van de Europese Unie: art. 3 lid 1 VEU: vrede, haar waarden en het welzijn
van haar volken bevorderen -> in het kader hiervan brengt de Unie een interne
markt tot stand (lid 3).
De interne markt bestaat uit 3 pijlers:
1. 4 fundamentele vrijheden;
2. Mededingingsrecht; en
3. Economische en monetaire Unie (dit hoeven we niet te kennen!).

De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen, waarin het vrij
verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal is gewaarborgd (art. 26 lid
2 VWEU)
-> de binnengrenzen worden gevormd door het grondgebied van de 27 lidstaten
van de EU.

4 fundamentele vrijheden:
 Vrij verkeer van goederen (voor dit vak niet van toepassing);
 Vrij verkeer van personen;
 Vrij verkeer van diensten; en
 Vrij verkeer van kapitaal (voor dit vak niet van toepassing).

Mededingingsrecht:
 Het kartelverbod (art. 101 VWEU);
 Misbruik van dominante positie (art. 102 VWEU);
 Concentratietoezicht (Verordening 139/2004); en
 Staatssteun (art. 107 VWEU).

Het Europees recht is in algemene zin alleen van toepassing als er een EU-
dimensie aan de zaak zit.
 Bij de 4 fundamentele vrijheden beoordelen we dat aan de hand van het
grensoverschrijdend element: iets of iemand moet de grens overgaan
van een lidstaat naar een andere lidstaat.
-> een zuiver interne situatie valt dus niet onder het EU-recht, maar
onder het nationale recht van de lidstaten (zuiver interne situatie =
situatie waarvan alle relevante aspecten zich in één en dezelfde lidstaat
afspelen) -> dit kan tot situaties van omgekeerde discriminatie leiden, wat
betekent dat een lidstaat zijn eigen producten of onderdanen minder
gunstig of slechter mag behandelen dan die van andere lidstaten omdat
het EU-recht niet van toepassing is.
-> let op: voor sommige situaties is geen grensoverschrijdend element
nodig (zie week 3)!
 Bij het mededingingsrecht kennen we het begrip effect op de
tussenstaatse handel.

Harmonisatie = specifieke regelgeving over een bepaald onderwerp -> is in
richtlijnen en verordeningen te vinden.
-> speciale regel gaat voor algemene regel (algemene regel is het Verdrag).
1. Bij harmonisatie moet je eerst altijd kijken naar het toepassingsbereik: is
deze harmonisatieregel van toepassing in deze casus? (voor het

, toepassingsbereik kan je naar de definities kijken die in het begin van de
richtlijn/verordening staan).
-> Ja, toepassen.
-> Nee, terugvallen op verdrag.
2. Daarna kijken of het wel geregeld is in de richtlijn -> als de richtlijn wel
van toepassing is, maar de materie er niet in is geregeld, kan je soms
terugvallen op het Verdrag (zie week 3).
3. Soms heb je gedeeltelijke harmonisatie (voorbeeld Verordening 492/2011:
geeft rechten aan werknemers, maar geeft geen rechtvaardigingsgronden
voor lidstaten -> voor de rechtvaardigingsgronden val je dan terug op het
algemene systeem van het verdrag (zie week 2)).

De harmonisatiemaatregelen die we moeten kennen voor de 4 fundamentele
vrijheden:
 Richtlijn 2004/38 (Burgerschapsrichtlijn);
 Verordening 492/2011 (-> gaat over vrij verkeer van werknemers); en
 Richtlijn 2006/123 (Dienstenrichtlijn) (-> is van toepassing bij vrij verkeer
van vestiging en diensten).

FUNDAMENTELE VRIJHEDEN
Zoals hiervoor benoemd, moet er bij de fundamentele vrijheden altijd sprake zijn
van een grensoverschrijdend element. De 4 fundamentele vrijheden zien over het
algemeen op maatregelen van lidstaten die je daarmee kan aanvechten. Dat
betekent dus dat de Verdragsbepalingen verticale rechtstreekse werking hebben
-> je kan het Europees recht bij de nationale rechter inroepen (er moet dan wel
aan een aantal voorwaarden worden voldaan) (verticaal = tegenover lidstaat).
-> let op: vrij verkeer van werknemers (valt onder personen) heeft horizontale
rechtstreekse werking (rechtstreekse werking: je kan de bepaling inroepen bij de
nationale rechter, horizontale werking: private partij (werknemer) tegen private
partij (werkgever))




Voor dit vak hoeven we alleen vrij verkeer van personen en diensten te kennen.
Als je weet dat het over 1 van deze 2 gaat, moet je kijken wie de begunstigde is
(ofwel wie kan zich hierop beroepen?):
 Burger van de Unie = eenieder die de nationaliteit van een lidstaat bezit
(art. 20 lid 1 VWEU); of
 EU-vennootschap (art. 54 VWEU) -> 2 voorwaarden:
a. In overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht;
en

, b. Statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging binnen de Unie
hebben.

Een natuurlijk persoon kan economisch actief of niet-economisch actief zijn:
Economisch actief: werknemer of zelfstandige
-> werknemer kan zich beroepen op vrij verkeer van werknemers, zelfstandige
op vrij verkeer van diensten of vestiging.
-> rechtspersoon is altijd economisch actief -> rechtspersoon kan geen
werknemer zijn, dus kom je ook altijd uit bij vrij verkeer van diensten of vestiging.

Afbakening tussen vrijheden:
 Goederen vs. diensten: is het stoffelijk? Ja, goederen. Nee, diensten
(uitspraak Visser Vastgoed (zie week 3)).
 Werknemers vs. zelfstandige (diensten/vestiging): 4 voorwaarden voor
werknemer (r.o. 28 zaak Haralambidis):
o Gedurende bepaalde tijd;
o Gezagsrelatie;
o Prestaties verrichten; en
o Tegen beloning.
Factoren voor zelfstandige: r.o. 33 Haralambidis.
 Diensten vs. vestiging  duurzaam: vestiging, tijdelijk: diensten (zaak
Gebhard r.o. 23 t/m 27) (definitie van vestiging: art. 4 lid 5
Dienstenrichtlijn). (bij vrijheid van vestiging is in principe de lidstaat van
ontvangst bevoegd regels te stellen, bij diensten de lidstaat van
oorsprong).

Onderscheid tussen migratierechten en markttoegangsrechten hoeft alleen voor
natuurlijke personen te worden gemaakt (bij rechtspersoon ga je automatisch
naar markttoegangsrechten).
 Migratierechten = reis- en verblijfsrechten: je mag een land uit en in en
je mag ergens verblijven -> alle andere rechten zijn markttoegangsrechten
o Zijn volledig geharmoniseerd in Burgerschapsrichtlijn (richtlijn
2004/38) -> dus als het gaat om migratierechten van natuurlijke
personen kom je altijd bij de Burgerschapsrichtlijn uit en dan blijf je
in deze richtlijn!
o Reisrechten: art. 4 en 5
o Verblijfsrecht hangt af van de duur:
a. Minder dan 3 maanden (art. 6);
b. 3 maanden tot 5 jaar (art. 7-15); en
c. Meer dan 5 jaar (art. 16-21).
o Beperkingen voor reis- en verblijfsrechten (art. 27-29) -> 3 gronden:
openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid
(evenredigheidsbeginsel = geschiktheid van de maatregel en minst
belemmerende maatregel).
o Werkzoekende (art. 14 lid 4 onder b) -> zie week 2.
o Behoud verblijfsrecht op grond van art. 7 -> zie week 2.
 Markttoegangsrechten
o Soms wel harmonisatie, soms niet.
o Het belangrijkste markttoegangsrecht is het recht op gelijke
behandeling als onderdanen van het gastland: het recht om niet te
worden gediscrimineerd op grond van nationaliteit.
o Voor niet-economisch actieve personen: art. 18 VWEU (en 24 lid 1
Burgerschapsrichtlijn -> zie week 2)

, o Vrij verkeer van werknemers: art. 45 VWEU, vrijheid van vestiging:
art. 49 VWEU en vrij verkeer van diensten: art. 56 VWEU -> hierbij is
harmonisatie: voor werknemers Verordening 492/2011 en voor
vestiging en diensten de Dienstenrichtlijn.
o Wat is altijd verboden bij Verdragsbepalingen? -> directe
discriminatie, indirecte discriminatie en alle overige belemmeringen
(discriminatie is bij het vrij verkeer altijd op grond van nationaliteit)
-> directe discriminatie = de regel/wet maakt onderscheid tussen
burgers uit de lidstaat en burgers uit een andere lidstaat (hierbij kan
je niet de rule of reason als rechtvaardigingsgrond gebruiken, maar
alleen de verdragsexcepties!)
-> indirecte discriminatie = de regel is op zichzelf niet
discriminerend, maar pakt in de praktijk nadeliger uit voor mensen
uit het buitenland (hierbij kan je zowel de rule of reason als
verdragsexcepties als rechtvaardigingsgrond gebruiken)
-> overige belemmeringen = alles wat niet discriminerend is (hierbij
kan je zowel de rule of reason als verdragsexcepties als
rechtvaardigingsgrond gebruiken)

Documentinformatie

Geüpload op
1 februari 2026
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Hanstudent1 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
163
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
119
Documenten
17
Laatst verkocht
1 maand geleden

3,8

26 beoordelingen

5
10
4
7
3
5
2
2
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen