Ht 1: Geest, gedrag, en de psychologische wetenschap
↳ de studie van de geest, gedrag en geestelijke processen
gedrag: extern waarneembaar (bv. praten, lopen)
geestelijke processen: intern (bv. denken, voelen)
→ psychologie vereist wetenschappelijk bewijs
⇐⇒ pseudopsychologie: niet-onderbouwde psychologische aannamen
bv. horoscopen, waarzeggers,...
= falsifieerbaarheid: tegenbewijs zoeken voor psychologische aannames, onderzoekbaar
kritisch denken
1. Bron van informatie?
2. Hoe extreem is de bewering? (hoe extremer, hoe onbetrouwbaarder)
3. Wat is het bewijsmateriaal?
4. Kan de bewering beïnvloed zijn door vooroordelen/denkfouten?
5. Kan er tegenbewijs gevonden worden om bewering te ontkrachten?
● biologisch perspectief 17de eeuw, René Descartes
→ kijken naar het lichaam (hersenen, zenuwstelsel, hormonen, genen)
onderzoeksdomeinen
- evolutionaire psychologie: relatie tussen genen (generatie op generatie) en gedrag
- neurowetenschap: studie van de hersenen en het gedrag
vb. neurowetenschap: gedragsverschillen tussen mensen die minder/meer slaap hebben
vb. evolutionaire psychologie: tijdens corona klappen voor zorgverleners → altruïsme
● cognitief perspectief, 1879, ontstaan psychologie
→ kijken naar het denken, hoe werken de hersenen
“mensen zijn informatieverwerkingssystemen”
manier waarop ⇒ inzicht in gedrag
William James: functionalisme → waarom? ,denken⇒ toegepaste psychologie
Wilhelm Wundt: structuralisme → 1ste psychologisch labo ⇒ fundamentele psychologie
“druk op de knop zodra je belletje hoort”
→ Hoelang duurt het voordat iemand iets ziet/hoort?
⇒ introspectie: deelnemer beschrijft eigen reactie
nu: brain imaging: wat is de breinactiviteit, wanneer is welk deel van het brein actief?
, ● behavioristisch perspectief, 20ste eeuw, John Watson, Skinner
→ focus op het gedrag, relatie tussen omgeving en gedrag, gevolgen van gedrag
“prikkels in de omgeving en eerdere gevolgen van gedrag”
⇒ alles valt te verklaren op basis van wat we leren/meemaken (tabula rasa)
vb. beloningen en straffen: bepaald gedrag en gevolgen bepalen verder gedrag
● gehele persoon perspectief
→ wat maakt mensen verschillend van elkaar, mens in het geheel begrijpen
- psychodynamische psychologie: Freud
: wat er onbewust gebeurt/verwerkt is
+ hoe dit leidt tot geestelijke stoornissen
- humanistische psychologie: Rodgers & Maslow
: aangeboren behoefte om te groeien/ verbeteren
- unieke persoonlijkheidskenmerken: oude grieken
: wat maakt een persoon uniek in zijn totaliteit
Hippocrates 460-370 v.C
⇒ 4 lichaamsvochten die verschillen tussen mensen
disbalans = bepaalde ziekte (lichamelijk)
verschillende verhoudingen = weerspiegeling gedrag
vb. OV: Kan gedrag verklaard/voorspeld worden door iemands persoonlijkheid?
veronderstelling: agressie kan voorspeld worden door expliciete of impliciete persoonlijkheid
→ observatie van agressief gedrag tijdens een basketbalmatch
expliciete agressieve persoonlijkheid: kennis over jezelf/ eigen reactie
"Ben jij iemand die snel boos bent?”
impliciete agressieve persoonlijkheid: (on)bewuste manier van redeneren
⇒ situatie voorstellen en obv reactie of antwoord agressiviteit bepalen
bevindingen: verschillende vormen van agressiviteit
- passieve agressie: hoog impliciet, laag expliciet
- actieve agressie: hoog impliciet, hoog expliciet
- vijandigheid: laag impliciet, hoog expliciet
- geen agressie: laag impliciet, laag expliciet
⇒ geen tegenbewijs gevonden dus gemiddeld gezien klopt stelling
, ● ontwikkelingsperspectief
→ combinatie cognitief en biologische processen,
= interactie tussen erfelijkheid (nature) en omgeving (nurture), !!nature-nurture debat
"mensen veranderen volgens een vast voorspelbaar patroon”
bv. moeten kinderen mondmaskers dragen?, maar zorgt voor vertraging taalontwikkeling
● socio culturele perspectief
→ mens ontwikkelt/leeft niet op zich maar leeft samen met anderen/ in een omgeving
“gedrag wordt bepaald door een ruimere sociale situatie waar de mens zich in bevindt”
onderzoeksdomein:
- cross-culturele psychologie
vb. in bepaalde culturen is een bepaalde leiderschapsstijl effectiever dan anderen
⇒ gedrag is zelden te verklaren vanuit een van de verschillende perspectieven
● hoe kennis vergaren binnen de psychologie?
→ Hoe wordt in de realiteit onderzoek gevoerd?
= wetenschappelijke methode: empirisch onderzoek (gegevens/ waarnemingen verzamelen)
- directe waarneming
- indirecte waarneming: resultaten afleiden uit waarnemingen
1. hypothese ontwikkelen
→ voorspelling van wat je denkt te vinden/ de uitkomst
- moet testbaar zijn (falsifieerbaarheid)
- moet meetbaar zijn (operationele definitie)
, 2. objectieve data observeren
→ data verzamelen om hypothese te toetsen
hoe data verzamelen?
~experimenten
~correlatieonderzoek
~surveys
~natuurlijke observatie
~gevalstudies
3. resultaten analyseren
→ met statistische methoden berekenen hoe waarschijnlijk resultaat geen toeval is
- afhankelijke variabele: variabele die verandering vertoont bij verandering
- onafhankelijke variabele
⇒ hypothese wordt aanvaard of verworpen
= veronderstelling klopt niet (of klopt wel omdat we tegendeel willen bewijzen)
= operationele definitie niet nauwkeurig genoeg (slechte vraagstelling)
4. resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren
! peer-review: andere onderzoekers evalueren kritisch het onderzoek
! resultaten moeten repliceerbaar zijn: onderzoek opnieuw uitvoeren
⇒ wetenschappelijke resultaten zijn altijd voorlopig tot ze ontkracht worden
theorie: een denkkader dat door empirische data gestaafd wordt en dat – tot dan – nog door
geen enkel feit wordt tegengesproken.
● verzamelen van objectieve data
➢ experiment: onderzoeker controleert alle omstandigheden en manipuleert
omstandigheden
- random toewijzing
- controlegroep
- experimentele groep
- onafhankelijke variabel
- afhankelijke variabele
nadelen
- niet altijd mogelijk/ ethisch
➢ correlationeel onderzoek: relatie 2 variabelen onderzoeken zonder manipulatie
+ relatie kunne onderzoeken
- causaliteit kan niet bestudeert worden (negatieve/positiev/non-correlatie)
↳ de studie van de geest, gedrag en geestelijke processen
gedrag: extern waarneembaar (bv. praten, lopen)
geestelijke processen: intern (bv. denken, voelen)
→ psychologie vereist wetenschappelijk bewijs
⇐⇒ pseudopsychologie: niet-onderbouwde psychologische aannamen
bv. horoscopen, waarzeggers,...
= falsifieerbaarheid: tegenbewijs zoeken voor psychologische aannames, onderzoekbaar
kritisch denken
1. Bron van informatie?
2. Hoe extreem is de bewering? (hoe extremer, hoe onbetrouwbaarder)
3. Wat is het bewijsmateriaal?
4. Kan de bewering beïnvloed zijn door vooroordelen/denkfouten?
5. Kan er tegenbewijs gevonden worden om bewering te ontkrachten?
● biologisch perspectief 17de eeuw, René Descartes
→ kijken naar het lichaam (hersenen, zenuwstelsel, hormonen, genen)
onderzoeksdomeinen
- evolutionaire psychologie: relatie tussen genen (generatie op generatie) en gedrag
- neurowetenschap: studie van de hersenen en het gedrag
vb. neurowetenschap: gedragsverschillen tussen mensen die minder/meer slaap hebben
vb. evolutionaire psychologie: tijdens corona klappen voor zorgverleners → altruïsme
● cognitief perspectief, 1879, ontstaan psychologie
→ kijken naar het denken, hoe werken de hersenen
“mensen zijn informatieverwerkingssystemen”
manier waarop ⇒ inzicht in gedrag
William James: functionalisme → waarom? ,denken⇒ toegepaste psychologie
Wilhelm Wundt: structuralisme → 1ste psychologisch labo ⇒ fundamentele psychologie
“druk op de knop zodra je belletje hoort”
→ Hoelang duurt het voordat iemand iets ziet/hoort?
⇒ introspectie: deelnemer beschrijft eigen reactie
nu: brain imaging: wat is de breinactiviteit, wanneer is welk deel van het brein actief?
, ● behavioristisch perspectief, 20ste eeuw, John Watson, Skinner
→ focus op het gedrag, relatie tussen omgeving en gedrag, gevolgen van gedrag
“prikkels in de omgeving en eerdere gevolgen van gedrag”
⇒ alles valt te verklaren op basis van wat we leren/meemaken (tabula rasa)
vb. beloningen en straffen: bepaald gedrag en gevolgen bepalen verder gedrag
● gehele persoon perspectief
→ wat maakt mensen verschillend van elkaar, mens in het geheel begrijpen
- psychodynamische psychologie: Freud
: wat er onbewust gebeurt/verwerkt is
+ hoe dit leidt tot geestelijke stoornissen
- humanistische psychologie: Rodgers & Maslow
: aangeboren behoefte om te groeien/ verbeteren
- unieke persoonlijkheidskenmerken: oude grieken
: wat maakt een persoon uniek in zijn totaliteit
Hippocrates 460-370 v.C
⇒ 4 lichaamsvochten die verschillen tussen mensen
disbalans = bepaalde ziekte (lichamelijk)
verschillende verhoudingen = weerspiegeling gedrag
vb. OV: Kan gedrag verklaard/voorspeld worden door iemands persoonlijkheid?
veronderstelling: agressie kan voorspeld worden door expliciete of impliciete persoonlijkheid
→ observatie van agressief gedrag tijdens een basketbalmatch
expliciete agressieve persoonlijkheid: kennis over jezelf/ eigen reactie
"Ben jij iemand die snel boos bent?”
impliciete agressieve persoonlijkheid: (on)bewuste manier van redeneren
⇒ situatie voorstellen en obv reactie of antwoord agressiviteit bepalen
bevindingen: verschillende vormen van agressiviteit
- passieve agressie: hoog impliciet, laag expliciet
- actieve agressie: hoog impliciet, hoog expliciet
- vijandigheid: laag impliciet, hoog expliciet
- geen agressie: laag impliciet, laag expliciet
⇒ geen tegenbewijs gevonden dus gemiddeld gezien klopt stelling
, ● ontwikkelingsperspectief
→ combinatie cognitief en biologische processen,
= interactie tussen erfelijkheid (nature) en omgeving (nurture), !!nature-nurture debat
"mensen veranderen volgens een vast voorspelbaar patroon”
bv. moeten kinderen mondmaskers dragen?, maar zorgt voor vertraging taalontwikkeling
● socio culturele perspectief
→ mens ontwikkelt/leeft niet op zich maar leeft samen met anderen/ in een omgeving
“gedrag wordt bepaald door een ruimere sociale situatie waar de mens zich in bevindt”
onderzoeksdomein:
- cross-culturele psychologie
vb. in bepaalde culturen is een bepaalde leiderschapsstijl effectiever dan anderen
⇒ gedrag is zelden te verklaren vanuit een van de verschillende perspectieven
● hoe kennis vergaren binnen de psychologie?
→ Hoe wordt in de realiteit onderzoek gevoerd?
= wetenschappelijke methode: empirisch onderzoek (gegevens/ waarnemingen verzamelen)
- directe waarneming
- indirecte waarneming: resultaten afleiden uit waarnemingen
1. hypothese ontwikkelen
→ voorspelling van wat je denkt te vinden/ de uitkomst
- moet testbaar zijn (falsifieerbaarheid)
- moet meetbaar zijn (operationele definitie)
, 2. objectieve data observeren
→ data verzamelen om hypothese te toetsen
hoe data verzamelen?
~experimenten
~correlatieonderzoek
~surveys
~natuurlijke observatie
~gevalstudies
3. resultaten analyseren
→ met statistische methoden berekenen hoe waarschijnlijk resultaat geen toeval is
- afhankelijke variabele: variabele die verandering vertoont bij verandering
- onafhankelijke variabele
⇒ hypothese wordt aanvaard of verworpen
= veronderstelling klopt niet (of klopt wel omdat we tegendeel willen bewijzen)
= operationele definitie niet nauwkeurig genoeg (slechte vraagstelling)
4. resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren
! peer-review: andere onderzoekers evalueren kritisch het onderzoek
! resultaten moeten repliceerbaar zijn: onderzoek opnieuw uitvoeren
⇒ wetenschappelijke resultaten zijn altijd voorlopig tot ze ontkracht worden
theorie: een denkkader dat door empirische data gestaafd wordt en dat – tot dan – nog door
geen enkel feit wordt tegengesproken.
● verzamelen van objectieve data
➢ experiment: onderzoeker controleert alle omstandigheden en manipuleert
omstandigheden
- random toewijzing
- controlegroep
- experimentele groep
- onafhankelijke variabel
- afhankelijke variabele
nadelen
- niet altijd mogelijk/ ethisch
➢ correlationeel onderzoek: relatie 2 variabelen onderzoeken zonder manipulatie
+ relatie kunne onderzoeken
- causaliteit kan niet bestudeert worden (negatieve/positiev/non-correlatie)