College 1 Aantekeningen
NEUROLOGICAL DAMAGES
Breinschade heeft invloed op de relatie tussen het brein en gedrag:
- Vascular disorders (beroerte)
Cerebral hemmorage: bloeding in het brein.
Cerebral ischemia: verstoring van bloedtoevoer
- Tumoren: massa van cellen die los groeit van de rest van het lichaam en specifieke breindelen
kan bedrukken.
- Trauma: schade aan het brein (vaak frontaal)
- Epilepsy: abnormale activiteit van het brein (massa die te snel vuurt).
Neurodegenerative disorders neuronen gaan dood, motorische en cognitieve moeilijkheden
ontstaan.
- Parkinson, Alzheimer, Huntington, Korsakoff, Multiple sclerosis.
ANATOMY OF COGNITION
Het menselijk brein heeft veel overeenkomsten met het brein van andere dieren. Ons brein is wel
complexer dan die van andere dieren. Men kan daarom ook dieren breinen gebruiken om ons eigen
brein te begrijpen.
- Anterior: deel bij de neus.
- Posterior: deel bij het achterhoofd.
- Dorsal: bovenkant van het brein.
- Ventral: onderkant van het brein
- Medial: midden van het brein
- Lateral: buitenkant van het brein
Ipsilateral: breindelen in gelijke hemisfeer.
Contralateral: breindelen elk in andere hemisfeer.
Centraal zenuwstelsel
Brein
Myelencephalon (medulla): brein – ruggengraat.
Metencephalon (hindbrain) cerebellum, somatosensory structure.
Mesencephalon (midbrain) tegmentum, PAG, visuomotor structure.
Diencephalon: hypothalamus en thalamus: gateway to the cortex (alle informatie loopt via de
thalamus en de thalamus beslist naar welke cortex de informatie gaat).
Telencephalon: cerebrale cortex = neocortex, en sub- corticale structuren (basale ganglia, limbisch
systeem).
We hebben vier ventricles gevuld met cerebralspinal fluid. Het brein zweeft in deze vloeistof
zorgt voor bescherming. Bij grotere ventrikels is het algemene oppervlak van het brein juist kleiner
(neuronen).
Ruggengraat
Elke sectie van de ruggengraat stuurt informatie naar bepaalde delen van het brein.
NEUROLOGICAL DAMAGES
Breinschade heeft invloed op de relatie tussen het brein en gedrag:
- Vascular disorders (beroerte)
Cerebral hemmorage: bloeding in het brein.
Cerebral ischemia: verstoring van bloedtoevoer
- Tumoren: massa van cellen die los groeit van de rest van het lichaam en specifieke breindelen
kan bedrukken.
- Trauma: schade aan het brein (vaak frontaal)
- Epilepsy: abnormale activiteit van het brein (massa die te snel vuurt).
Neurodegenerative disorders neuronen gaan dood, motorische en cognitieve moeilijkheden
ontstaan.
- Parkinson, Alzheimer, Huntington, Korsakoff, Multiple sclerosis.
ANATOMY OF COGNITION
Het menselijk brein heeft veel overeenkomsten met het brein van andere dieren. Ons brein is wel
complexer dan die van andere dieren. Men kan daarom ook dieren breinen gebruiken om ons eigen
brein te begrijpen.
- Anterior: deel bij de neus.
- Posterior: deel bij het achterhoofd.
- Dorsal: bovenkant van het brein.
- Ventral: onderkant van het brein
- Medial: midden van het brein
- Lateral: buitenkant van het brein
Ipsilateral: breindelen in gelijke hemisfeer.
Contralateral: breindelen elk in andere hemisfeer.
Centraal zenuwstelsel
Brein
Myelencephalon (medulla): brein – ruggengraat.
Metencephalon (hindbrain) cerebellum, somatosensory structure.
Mesencephalon (midbrain) tegmentum, PAG, visuomotor structure.
Diencephalon: hypothalamus en thalamus: gateway to the cortex (alle informatie loopt via de
thalamus en de thalamus beslist naar welke cortex de informatie gaat).
Telencephalon: cerebrale cortex = neocortex, en sub- corticale structuren (basale ganglia, limbisch
systeem).
We hebben vier ventricles gevuld met cerebralspinal fluid. Het brein zweeft in deze vloeistof
zorgt voor bescherming. Bij grotere ventrikels is het algemene oppervlak van het brein juist kleiner
(neuronen).
Ruggengraat
Elke sectie van de ruggengraat stuurt informatie naar bepaalde delen van het brein.