Leerdoelen taak 12
1. Wat is ‘aging in place’?
Verouderen op dezelfde plek, ouderen willen dit graag om zo autonoom, actief en
onafhankelijk te blijven voor als lang dat kan. Ook willen ze ouder worden in de
aanwezigheid van familie en vrienden.
Een verzorgingstehuis wordt door ouderen vaak gezien als een last-resort, dit resulteert in
eenzaamheid, gelimiteerde omgeving, afwijzing in hulp, slechte kwaliteit van zorg, gevaar
van angst, geweld en crimineel gedrag.
Place: fysieke dimensie zoals een buurt of huis, sociale dimensie waarin het gaat om sociale
relaties, sense of belonging, culturele dimensie gaat over de normen en waarden en etniciteit
en geloof. Een plek waarin iemand woont met vrienden, familie en de buurt
Aging in Place: Thuis blijven wonen in de gemeenschap, met een zekere mate van
onafhankelijkheid.
Doelen:
- Eerst, perspectief van de ouderen en zijn/haar familie, meeste ouderen willen liever
thuis blijven wonen voor zo lang als dat kan, omdat dit zorgt voor controle over hun
leven, ze mogen hun identiteit en welzijn behouden.
- Tweede, van het perspectief van de beleidmakers, institutionele verzorging is veel
duurder dan de zorg binnen de community en thuis.
Beide willen dus aging in place.
4 categorieën
- Fysiek, de plek waar ze wonen, vandaan komen
- Sociaal, relaties met mensen en hoe ze zijn verbonden
- Emotioneel en psychologisch, een gevoel van behoren
- Cultureel, mensen met dezelfde etniciteit en symbolische betekenis
Theorie van insideness
Rowles (theory of insideness) -> 3 dimensies:
• Fysieke insidesness = een lange tijd ergens wonen en ontwikkelen van een
omgevingscontrole door het creëren van een eigen ritme en routine
• Sociale insideness = sociale relaties die de persoon ontwikkelt met andere en daarom andere
kent en bekent is bij andere
• Autobiografische insideness = oudere mensen gehecht aan een plek en alle herinneringen
die ze daar hebben die hebben geholpen bij het ontwikkelen van zelf-identiteit
Lawton & Nahemow op verder gewerkt = wanneer mensen ouder worden worden ze meer
gehecht aan de plek waar ze wonen, maar worden ze gevoeliger en kwetsbaarder naar hun
sociale en fysieke omgeving
• The environmental Docility hypothesis = de invloed van de omgeving verhoogt als de
functionele status van de oudere daalt.
• The competence-environmental press model = een interactie tussen persoonlijke
competenties en sociale en fysieke omgevingsfactoren bepalen tot hoeverre een persoon kan
age-in-place
(Aging in place: From theory to practice)
, 2. Wat is kwetsbaarheid? (frailty)
Kwetsbaarheid als biologisch syndroom, fysiologische achteruitgang.
Kwetsbaarheid als dynamisch concept, accumulation of decifits (risk factor approach);
opeenstapeling van tekorten. Balans tussen tekorten en asssets, vermogens.
Frailty index, index geeft de ratio tussen het aantal aanwezige tekorten bij een persoon tov
het totaal aantal beoordeelde aspecten bij diezelfde persoon. Varieert tussen 0 en 1.
Meten van kwetsbaarheid:
- Medisch/biologisch syndroom, een fysiologisch proces, meten met Fried-criteria (5
factoren; uithoudingsvermogen, spierkracht, loopsnelheid, activiteitenniveau,
gewichtsverlies). Achteruitgang van fysiologische aspecten.
3 of meer is kwetsbaar en 2 is pre-frail.
1. Wat is ‘aging in place’?
Verouderen op dezelfde plek, ouderen willen dit graag om zo autonoom, actief en
onafhankelijk te blijven voor als lang dat kan. Ook willen ze ouder worden in de
aanwezigheid van familie en vrienden.
Een verzorgingstehuis wordt door ouderen vaak gezien als een last-resort, dit resulteert in
eenzaamheid, gelimiteerde omgeving, afwijzing in hulp, slechte kwaliteit van zorg, gevaar
van angst, geweld en crimineel gedrag.
Place: fysieke dimensie zoals een buurt of huis, sociale dimensie waarin het gaat om sociale
relaties, sense of belonging, culturele dimensie gaat over de normen en waarden en etniciteit
en geloof. Een plek waarin iemand woont met vrienden, familie en de buurt
Aging in Place: Thuis blijven wonen in de gemeenschap, met een zekere mate van
onafhankelijkheid.
Doelen:
- Eerst, perspectief van de ouderen en zijn/haar familie, meeste ouderen willen liever
thuis blijven wonen voor zo lang als dat kan, omdat dit zorgt voor controle over hun
leven, ze mogen hun identiteit en welzijn behouden.
- Tweede, van het perspectief van de beleidmakers, institutionele verzorging is veel
duurder dan de zorg binnen de community en thuis.
Beide willen dus aging in place.
4 categorieën
- Fysiek, de plek waar ze wonen, vandaan komen
- Sociaal, relaties met mensen en hoe ze zijn verbonden
- Emotioneel en psychologisch, een gevoel van behoren
- Cultureel, mensen met dezelfde etniciteit en symbolische betekenis
Theorie van insideness
Rowles (theory of insideness) -> 3 dimensies:
• Fysieke insidesness = een lange tijd ergens wonen en ontwikkelen van een
omgevingscontrole door het creëren van een eigen ritme en routine
• Sociale insideness = sociale relaties die de persoon ontwikkelt met andere en daarom andere
kent en bekent is bij andere
• Autobiografische insideness = oudere mensen gehecht aan een plek en alle herinneringen
die ze daar hebben die hebben geholpen bij het ontwikkelen van zelf-identiteit
Lawton & Nahemow op verder gewerkt = wanneer mensen ouder worden worden ze meer
gehecht aan de plek waar ze wonen, maar worden ze gevoeliger en kwetsbaarder naar hun
sociale en fysieke omgeving
• The environmental Docility hypothesis = de invloed van de omgeving verhoogt als de
functionele status van de oudere daalt.
• The competence-environmental press model = een interactie tussen persoonlijke
competenties en sociale en fysieke omgevingsfactoren bepalen tot hoeverre een persoon kan
age-in-place
(Aging in place: From theory to practice)
, 2. Wat is kwetsbaarheid? (frailty)
Kwetsbaarheid als biologisch syndroom, fysiologische achteruitgang.
Kwetsbaarheid als dynamisch concept, accumulation of decifits (risk factor approach);
opeenstapeling van tekorten. Balans tussen tekorten en asssets, vermogens.
Frailty index, index geeft de ratio tussen het aantal aanwezige tekorten bij een persoon tov
het totaal aantal beoordeelde aspecten bij diezelfde persoon. Varieert tussen 0 en 1.
Meten van kwetsbaarheid:
- Medisch/biologisch syndroom, een fysiologisch proces, meten met Fried-criteria (5
factoren; uithoudingsvermogen, spierkracht, loopsnelheid, activiteitenniveau,
gewichtsverlies). Achteruitgang van fysiologische aspecten.
3 of meer is kwetsbaar en 2 is pre-frail.