Antwoordmodel Proeftoets week 7
Vraag 1
Claudia leent haar avondjurk uit aan Bregje. Na een week krijgen beide dames ruzie en eist
Claudia haar avondjurk terug. Dat doet Bregje niet. Claudia die nog andere problemen aan
haar hoofd heeft, vergeet de jurk en verhuist zelfs naar het andere deel van het land. Na 18
jaar komt Bregje bij een auto-ongeluk om het leven en vindt haar zus (en erfgename)
Carolien de bewuste avondjurk in de kast. Carolien weet van niets.
Wat is juridisch bezien nu haar positie ten aanzien van de jurk?
Carolien is
a. bezitter te goeder trouw;
b. bezitter niet te goeder trouw;
c. houder;
d. eigenaar.
Vraag 2
Op welke goederen kun je een recht van hypotheek vestigen?
A Een vrachtwagen
B Een bouwhijskraan
C Een vliegtuig juist
Vraag 3
Waardoor gaat een recht van hypotheek teniet?
A Door overdracht van het goed waarop het recht van hypotheek rust.
B Door afbetaling van de vordering waarvoor het recht van hypotheek is gegeven.
C Door overdracht van de vordering waarvoor het recht van hypotheek is gegeven.
Vraag 4
Waaruit bestaat elke levering?
A Handelingsbekwaamheid
B Handeling
C Feitelijke overdracht
Vraag 5
Hoe kan een recht van vruchtgebruik ontstaan?
A door vestiging en afstand
B door verjaring en overdracht
C door vestiging en verjaring
Vraag 6
Jolanda leent een bedrag van 500 euro van Petra. Om er zeker van te zijn dat Jolanda
het geld terugbetaalt, wil Petra een vorm van zekerheid. Jolanda is eigenaar van
gloednieuwe scooter. Hoe kunnen Jolanda en Petra deze zekerheid goederenrechtelijk
het beste regelen?
A Zij kunnen afspreken dat er een pandrecht wordt gevestigd op de scooter van
Jolanda.
B Zij kunnen afspreken dat Petra een vorderingsrecht heeft op Jolanda en dit opnemen
in een akte.
C Zij kunnen afspreken dat er een hypotheekrecht wordt gevestigd op de scooter van
Jolanda.
, Vraag 7
Geert en Mariska zijn al 25 jaar buren. Zolang zij buren zijn, gaat Geert vanuit zijn tuin
via de tuin van Mariska naar de openbare weg. Mariska heeft dit altijd prima gevonden.
Welk alternatief beschrijft op juridisch juiste wijze de ontstane situatie?
A Inmiddels is er door verjaring een recht van erfdienstbaarheid ontstaan.
B Inmiddels is er door verjaring een recht van vruchtgebruik ontstaan.
C Geert heeft slechts een relatief gebruiksrecht.
Vraag 8
Jaron is eigenaar van een huis met tuin. Zijn buren hebben ook een tuin, maar deze tuin
heeft geen toegang naar de openbare weg. Om van hun tuin naar de openbare weg te
komen moeten ze via de tuin van Jaron. Jaron heeft hiertegen geen bezwaar. Om dit
goed te regelen wordt er een recht van overpad gevestigd. Na vijf jaar verkoopt Jaron
zijn huis. Welk alternatief beschijft op juridisch juiste wijze het rechtsgevolg?
A Het recht van overpad blijft rusten op de tuin van de nieuwe eigenaren, want het
heeft zaaksgevolg.
B De buren hoeven als nieuwe eigenaren niet toe te staan dat de buren door hun tuin
lopen, want zij hebben daar nooit mee ingestemd.
C Het recht van overpad moet opnieuw gevestigd worden, want dit is geen zakelijk
recht.
Vraag 9
Sjaak is boer en eigenaar van zeer groot stuk weidegrond. Samen met een
projectontwikkelaar heeft Sjaak het plan bedacht om van de weidegrond een
bungalowpark te maken. In totaal zullen 20 bungalows worden gerealiseerd. Voor het
realiseren van de plannen heeft Sjaak een geldlening gesloten bij de bank. De bank
heeft voor de lening een beperkt recht gekregen dat strekt tot zekerheid voor de
geldlening, en dat rust op de grond en opstallen van Sjaak. Welk beperkt recht zal ten
behoeve van de bank gevestigd zijn op de grond en opstallen van Sjaak?
A Het recht van hypotheek.
B Het recht van pand.
C Het recht van hypotheek op de grond en het recht van pand op de opstallen.
Vraag 10
Sjaak is boer en eigenaar van zeer groot stuk weidegrond. Samen met een
projectontwikkelaar heeft Sjaak het plan bedacht om van de weidegrond een
bungalowpark te maken. In totaal zullen 20 bungalows worden gerealiseerd. Voor het
realiseren van de plannen heeft Sjaak een geldlening gesloten bij de bank. De bank
heeft voor de lening een beperkt recht gekregen dat strekt tot zekerheid voor de
geldlening. Op welke goederen zal dit recht worden gevestigd?
A Op de grond en de opstallen van Sjaak.
B Op de geldlening.
C Op de grond en het appartementsrecht van Sjaak.
Vraag 11
Welk alternatief is correct?
Arend steelt 10 planken van zijn buurman en de broer van Arend slaat deze planken
voor Arend op in de schuur van een neef. Wat is de goederenrechtelijke positie van de
broer ten opzichte van de planken?
A Onmiddellijk houder
B Middellijk bezitter
Vraag 1
Claudia leent haar avondjurk uit aan Bregje. Na een week krijgen beide dames ruzie en eist
Claudia haar avondjurk terug. Dat doet Bregje niet. Claudia die nog andere problemen aan
haar hoofd heeft, vergeet de jurk en verhuist zelfs naar het andere deel van het land. Na 18
jaar komt Bregje bij een auto-ongeluk om het leven en vindt haar zus (en erfgename)
Carolien de bewuste avondjurk in de kast. Carolien weet van niets.
Wat is juridisch bezien nu haar positie ten aanzien van de jurk?
Carolien is
a. bezitter te goeder trouw;
b. bezitter niet te goeder trouw;
c. houder;
d. eigenaar.
Vraag 2
Op welke goederen kun je een recht van hypotheek vestigen?
A Een vrachtwagen
B Een bouwhijskraan
C Een vliegtuig juist
Vraag 3
Waardoor gaat een recht van hypotheek teniet?
A Door overdracht van het goed waarop het recht van hypotheek rust.
B Door afbetaling van de vordering waarvoor het recht van hypotheek is gegeven.
C Door overdracht van de vordering waarvoor het recht van hypotheek is gegeven.
Vraag 4
Waaruit bestaat elke levering?
A Handelingsbekwaamheid
B Handeling
C Feitelijke overdracht
Vraag 5
Hoe kan een recht van vruchtgebruik ontstaan?
A door vestiging en afstand
B door verjaring en overdracht
C door vestiging en verjaring
Vraag 6
Jolanda leent een bedrag van 500 euro van Petra. Om er zeker van te zijn dat Jolanda
het geld terugbetaalt, wil Petra een vorm van zekerheid. Jolanda is eigenaar van
gloednieuwe scooter. Hoe kunnen Jolanda en Petra deze zekerheid goederenrechtelijk
het beste regelen?
A Zij kunnen afspreken dat er een pandrecht wordt gevestigd op de scooter van
Jolanda.
B Zij kunnen afspreken dat Petra een vorderingsrecht heeft op Jolanda en dit opnemen
in een akte.
C Zij kunnen afspreken dat er een hypotheekrecht wordt gevestigd op de scooter van
Jolanda.
, Vraag 7
Geert en Mariska zijn al 25 jaar buren. Zolang zij buren zijn, gaat Geert vanuit zijn tuin
via de tuin van Mariska naar de openbare weg. Mariska heeft dit altijd prima gevonden.
Welk alternatief beschrijft op juridisch juiste wijze de ontstane situatie?
A Inmiddels is er door verjaring een recht van erfdienstbaarheid ontstaan.
B Inmiddels is er door verjaring een recht van vruchtgebruik ontstaan.
C Geert heeft slechts een relatief gebruiksrecht.
Vraag 8
Jaron is eigenaar van een huis met tuin. Zijn buren hebben ook een tuin, maar deze tuin
heeft geen toegang naar de openbare weg. Om van hun tuin naar de openbare weg te
komen moeten ze via de tuin van Jaron. Jaron heeft hiertegen geen bezwaar. Om dit
goed te regelen wordt er een recht van overpad gevestigd. Na vijf jaar verkoopt Jaron
zijn huis. Welk alternatief beschijft op juridisch juiste wijze het rechtsgevolg?
A Het recht van overpad blijft rusten op de tuin van de nieuwe eigenaren, want het
heeft zaaksgevolg.
B De buren hoeven als nieuwe eigenaren niet toe te staan dat de buren door hun tuin
lopen, want zij hebben daar nooit mee ingestemd.
C Het recht van overpad moet opnieuw gevestigd worden, want dit is geen zakelijk
recht.
Vraag 9
Sjaak is boer en eigenaar van zeer groot stuk weidegrond. Samen met een
projectontwikkelaar heeft Sjaak het plan bedacht om van de weidegrond een
bungalowpark te maken. In totaal zullen 20 bungalows worden gerealiseerd. Voor het
realiseren van de plannen heeft Sjaak een geldlening gesloten bij de bank. De bank
heeft voor de lening een beperkt recht gekregen dat strekt tot zekerheid voor de
geldlening, en dat rust op de grond en opstallen van Sjaak. Welk beperkt recht zal ten
behoeve van de bank gevestigd zijn op de grond en opstallen van Sjaak?
A Het recht van hypotheek.
B Het recht van pand.
C Het recht van hypotheek op de grond en het recht van pand op de opstallen.
Vraag 10
Sjaak is boer en eigenaar van zeer groot stuk weidegrond. Samen met een
projectontwikkelaar heeft Sjaak het plan bedacht om van de weidegrond een
bungalowpark te maken. In totaal zullen 20 bungalows worden gerealiseerd. Voor het
realiseren van de plannen heeft Sjaak een geldlening gesloten bij de bank. De bank
heeft voor de lening een beperkt recht gekregen dat strekt tot zekerheid voor de
geldlening. Op welke goederen zal dit recht worden gevestigd?
A Op de grond en de opstallen van Sjaak.
B Op de geldlening.
C Op de grond en het appartementsrecht van Sjaak.
Vraag 11
Welk alternatief is correct?
Arend steelt 10 planken van zijn buurman en de broer van Arend slaat deze planken
voor Arend op in de schuur van een neef. Wat is de goederenrechtelijke positie van de
broer ten opzichte van de planken?
A Onmiddellijk houder
B Middellijk bezitter