Spierlengte
Algemeen
Wanneer is een spier te kort?
Bereikt normaal waarde niet
Links-rechts verschil
Rekpijn
Gelaatsuitdrukking van patient
Aandacht voor:
Waar voelt de P de rek? Gaat het?
Rek lang genoeg aanhouden
Lengte spier = vaak omgekeerde van functie spier
Altijd LI-RE vergelijken (ook bij de oriënterende test)
Algemene afkortingen:
DF = dorsiflexie
PF = plantairflexie
GC = m. gastrocnemius
Sol = m. soleus
P = patiënt
T = therapeut
BB = bovenbeen
M. SM = m. semimembranosus
M. ST = m. Semitendinosus
LF = lateroflexie
Lx = lumbale wervelzuil Bij Menell ook P
rechthelpen!
M. Triceps Surae
Oriënterende lengtetest:
Houding:
- Voorwaartse schredestand
- Voeten naar voor gericht, hielen op de grond
- Langzaam door voorste knie buigen
- Achterste been gestrekt (m. GC) VS achterste knie geplooid (m. Sol)
Normaal:
- M. GK: 15-20° DF in enkel met gestrekte knie
- M. Soleus: geen rekpijn bij gebogen knie en geen beperkte ROM naar DF
in de enkel
Specifieke lengtetest:
Patiënt:
- Ruglig, voeten over rand van tafel
- Knie gestrekt (m. GK) vs. knie gebogen (m. Sol)
Therapeut:
- Calcaneus naar caudaal met één hand (niet aan achillespees)
- Druk tegen laterale voetrand met andere hand
Verschil GC & Soleus: GC hecht op bovenbeen aan bi-
articulair
M.
Hamstrings
GC voel je in knieholte
Oriënterende lengtetest (1):
, Houding:
- Langzit met rug tegen muur met geplooide knieën
- Langzaam geplooide knieën zo ver mogelijk proberen strekken
Verkorte hamstrings:
- Knieën blijven gebogen
- Retroversie bekken (afvlakken lumbale lordose)
Test doen bij P met rugklachten
Oriënterende lengtetest (2): Proef van Tomayer
Houding:
- P buigt voorover
- Vingertoppen richting de grond, knieën blijven gestrekt, sacrum horizontaal
Normaal:
- Raken van het midden v/d tibia of de grond
Opgepast: veel rek op n. ischiadicus
Niet bij P met rugklachten
Specifieke lengtetest: Straight Leg Raising (SLR)
Patiënt:
- Ruglig, GEEN HOOFDKUSSEN
Therapeut:
- Arm T ondersteunt been P, hand T houdt knie in extensie
- Controleer via SISA of er geen retroversie bekken optreedt
- Opletten geen exo/endo heupgewricht
- Uitvlakken lumbale lordose controleren (heterolateraal been gestrekt op tafel
houden)
Normaal:
- Man: flexie heup ± 80°
- Vrouw: flexie heup ± 90° Na 90° mag je
Verkorte hamstrings: stoppen
- Flexie knie, retroversie bekken, overmatige rekpijn spier
Opgepast: veel rek op n. ischiadicus
Quadriceps: M. Rectus Femoris
Oriënterende lengtetest:
Houding:
- Te testen been in heup extensie & knieflexie
- Niet te testen been in 90-90° positie
Specifieke lengtetest:
Houding van Menell:
- T naast P aan niet te testen been, tafel onder zitknobbels P
- P neemt het niet te testen been vast onder de knie
- P rustig begeleiden naar de tafel (kussen klaar)
- T neemt niet te testen voet vast en fixeert mee naar heupflexie
- T trekt te testen been (handvatting= OB) naar heupextensie en knieflexie
Menell
- T zet voet van niet te testen been op eigen rib/thorax
- Palpeert SISA van te testen been & zet andere vrije
hand op knie duwt naar heup extensie
- T zet eigen onderbeen tegen onderbeen P en duwt naar knieflexie
Algemeen
Wanneer is een spier te kort?
Bereikt normaal waarde niet
Links-rechts verschil
Rekpijn
Gelaatsuitdrukking van patient
Aandacht voor:
Waar voelt de P de rek? Gaat het?
Rek lang genoeg aanhouden
Lengte spier = vaak omgekeerde van functie spier
Altijd LI-RE vergelijken (ook bij de oriënterende test)
Algemene afkortingen:
DF = dorsiflexie
PF = plantairflexie
GC = m. gastrocnemius
Sol = m. soleus
P = patiënt
T = therapeut
BB = bovenbeen
M. SM = m. semimembranosus
M. ST = m. Semitendinosus
LF = lateroflexie
Lx = lumbale wervelzuil Bij Menell ook P
rechthelpen!
M. Triceps Surae
Oriënterende lengtetest:
Houding:
- Voorwaartse schredestand
- Voeten naar voor gericht, hielen op de grond
- Langzaam door voorste knie buigen
- Achterste been gestrekt (m. GC) VS achterste knie geplooid (m. Sol)
Normaal:
- M. GK: 15-20° DF in enkel met gestrekte knie
- M. Soleus: geen rekpijn bij gebogen knie en geen beperkte ROM naar DF
in de enkel
Specifieke lengtetest:
Patiënt:
- Ruglig, voeten over rand van tafel
- Knie gestrekt (m. GK) vs. knie gebogen (m. Sol)
Therapeut:
- Calcaneus naar caudaal met één hand (niet aan achillespees)
- Druk tegen laterale voetrand met andere hand
Verschil GC & Soleus: GC hecht op bovenbeen aan bi-
articulair
M.
Hamstrings
GC voel je in knieholte
Oriënterende lengtetest (1):
, Houding:
- Langzit met rug tegen muur met geplooide knieën
- Langzaam geplooide knieën zo ver mogelijk proberen strekken
Verkorte hamstrings:
- Knieën blijven gebogen
- Retroversie bekken (afvlakken lumbale lordose)
Test doen bij P met rugklachten
Oriënterende lengtetest (2): Proef van Tomayer
Houding:
- P buigt voorover
- Vingertoppen richting de grond, knieën blijven gestrekt, sacrum horizontaal
Normaal:
- Raken van het midden v/d tibia of de grond
Opgepast: veel rek op n. ischiadicus
Niet bij P met rugklachten
Specifieke lengtetest: Straight Leg Raising (SLR)
Patiënt:
- Ruglig, GEEN HOOFDKUSSEN
Therapeut:
- Arm T ondersteunt been P, hand T houdt knie in extensie
- Controleer via SISA of er geen retroversie bekken optreedt
- Opletten geen exo/endo heupgewricht
- Uitvlakken lumbale lordose controleren (heterolateraal been gestrekt op tafel
houden)
Normaal:
- Man: flexie heup ± 80°
- Vrouw: flexie heup ± 90° Na 90° mag je
Verkorte hamstrings: stoppen
- Flexie knie, retroversie bekken, overmatige rekpijn spier
Opgepast: veel rek op n. ischiadicus
Quadriceps: M. Rectus Femoris
Oriënterende lengtetest:
Houding:
- Te testen been in heup extensie & knieflexie
- Niet te testen been in 90-90° positie
Specifieke lengtetest:
Houding van Menell:
- T naast P aan niet te testen been, tafel onder zitknobbels P
- P neemt het niet te testen been vast onder de knie
- P rustig begeleiden naar de tafel (kussen klaar)
- T neemt niet te testen voet vast en fixeert mee naar heupflexie
- T trekt te testen been (handvatting= OB) naar heupextensie en knieflexie
Menell
- T zet voet van niet te testen been op eigen rib/thorax
- Palpeert SISA van te testen been & zet andere vrije
hand op knie duwt naar heup extensie
- T zet eigen onderbeen tegen onderbeen P en duwt naar knieflexie