... AARDRIJKSKUNDE ...
Hoofdstuk 3
Seizoenen (44)
De aarde draait om de zon in de denkbeeldige aardas. De aardas maakt
een hoek van 23½ graden -> zonnestralen bijna nooit loodrecht op de
evenaar, maar in gebied ten noorden of ten zuiden.
21 juni: loodrechte zonnestralen 23½ graden op noordelijk halfrond.
Noordpool hele dag licht = middernachtzon.
22 december: loodrechte zonnestralen 23½ graden op zuidelijk
halfrond. Noordpool hele dag donker = poolnacht.
21 maart en 23 september: grenslijn dag en nacht precies op de polen.
Zon loodrecht boven de evenaar = overal duurt dag even lang als nacht.
Loodrechte stand van zonnestralen beweegt tussen breedtecirkels: 23½
graden N.B. en Z.B. = keerkringen. Gebied er tussen = tropen.
Temperatuurfactoren (47)
Temperatuurfactoren:
Breedteligging
Hoogteligging
Ligging ten opzichte van de zee: hoe verder van zee, hoe kouder in
winter, hoe warmer in zomer.
Aanvoer van warmte of koude door wind of zeestromen.
Ligging van gebergten
Luchtstreken (49)
Temperatuurzones op aarde = luchtstreken. Begrenzen van
luchtstreken: breedtecirkels (wiskundige begrenzing) en thermische
begrenzing.
Poolstreken = polaire zone
Breedtecirkels 66½ graden = poolcirkels
, Stuwingsregen (58)
Neerslag die ontstaan door stijgende luchten tegen een gebergte =
stuwingsregen.
Windkant van berg = loefzijde: vochtige lucht wordt omhooggestuwd,
koelt af en brengt neerslag. Andere kant = lijzijde: dalende lucht, wordt
warm en ligt in regenschaduw.
Wet van Buys Ballot (63)
Wind ontstaat door verschillen in luchtdruk. Lucht gaat van
hogedrukgebied naar lagedrukgebied. Wet van Buys Ballot: op
noordelijk halfrond heeft wind afwijking naar rechts op zuidelijk halfrond
naar links doordat de aarde draait = corioliseffect.
Grote windsystemen (64)
Bij evenaar: heel warm -> warme lucht zet uit -> stijgt op = tropisch
minimum.
Bij polen: heel koud -> koude lucht zakt naar beneden = polair
maximum.
30 graden = subtropisch minimum
60 graden = subpolair minimum
Grote windsystemen:
Passaten: oostenwinden tussen 30 graden en evenaar.
Westenwinden: tussen 30 en 60 graden.
Poolwinden: tussen 60 en 90 graden.
Hoofdstuk 3
Seizoenen (44)
De aarde draait om de zon in de denkbeeldige aardas. De aardas maakt
een hoek van 23½ graden -> zonnestralen bijna nooit loodrecht op de
evenaar, maar in gebied ten noorden of ten zuiden.
21 juni: loodrechte zonnestralen 23½ graden op noordelijk halfrond.
Noordpool hele dag licht = middernachtzon.
22 december: loodrechte zonnestralen 23½ graden op zuidelijk
halfrond. Noordpool hele dag donker = poolnacht.
21 maart en 23 september: grenslijn dag en nacht precies op de polen.
Zon loodrecht boven de evenaar = overal duurt dag even lang als nacht.
Loodrechte stand van zonnestralen beweegt tussen breedtecirkels: 23½
graden N.B. en Z.B. = keerkringen. Gebied er tussen = tropen.
Temperatuurfactoren (47)
Temperatuurfactoren:
Breedteligging
Hoogteligging
Ligging ten opzichte van de zee: hoe verder van zee, hoe kouder in
winter, hoe warmer in zomer.
Aanvoer van warmte of koude door wind of zeestromen.
Ligging van gebergten
Luchtstreken (49)
Temperatuurzones op aarde = luchtstreken. Begrenzen van
luchtstreken: breedtecirkels (wiskundige begrenzing) en thermische
begrenzing.
Poolstreken = polaire zone
Breedtecirkels 66½ graden = poolcirkels
, Stuwingsregen (58)
Neerslag die ontstaan door stijgende luchten tegen een gebergte =
stuwingsregen.
Windkant van berg = loefzijde: vochtige lucht wordt omhooggestuwd,
koelt af en brengt neerslag. Andere kant = lijzijde: dalende lucht, wordt
warm en ligt in regenschaduw.
Wet van Buys Ballot (63)
Wind ontstaat door verschillen in luchtdruk. Lucht gaat van
hogedrukgebied naar lagedrukgebied. Wet van Buys Ballot: op
noordelijk halfrond heeft wind afwijking naar rechts op zuidelijk halfrond
naar links doordat de aarde draait = corioliseffect.
Grote windsystemen (64)
Bij evenaar: heel warm -> warme lucht zet uit -> stijgt op = tropisch
minimum.
Bij polen: heel koud -> koude lucht zakt naar beneden = polair
maximum.
30 graden = subtropisch minimum
60 graden = subpolair minimum
Grote windsystemen:
Passaten: oostenwinden tussen 30 graden en evenaar.
Westenwinden: tussen 30 en 60 graden.
Poolwinden: tussen 60 en 90 graden.