1. Historische ontwikkeling (Oudheid)
De oude Grieken probeerden te verklaren waaruit de wereld is opgebouwd. Er waren
verschillende theorieën:
● Empedocles: Alles bestaat uit 4 oerelementen (aarde, vuur, water, lucht).
● Leucippus & Democritos: Introduceerden het begrip atomen (kleinste,
ondeelbare deeltjes).
● Plato: Hield zich bezig met het concept 'element'.
● Aristoteles: Voegde een 5de element toe, genaamd ether.
2. Indeling van de chemie
1
,3. Chemische basisbegrippen
● De chemische reactie: Dit is het proces waarbij beginstoffen (reagentia) worden
omgezet in nieuwe stoffen (reactieproducten).
○ Schema: Reagentia → Reactieproducten
● De Mol: Een eenheid om een aantal deeltjes uit te drukken.
○ 1 mol = 6,022 . 1023 deeltjes (Getal van Avogadro).
4. Materie: Mengen van stoffen
2
, Hoofdstuk 2: Atomen
1. Evolutie van het Atoommodel
Verschillende wetenschappers hebben bijgedragen aan onze kennis van het atoom:
● Dalton: Atomen zijn ondeelbaar en vormen bindingen.
● Thomson: Ontdekte elektronen en protonen.
● Rutherford: Stelde een positieve kern vast met een elektronenwolk eromheen.
● Bohr: Introduceerde schillen (gekwantiseerde banen). Energie en straal liggen
vast.
○ Ionisatie-energie: De energie nodig om een elektron vanuit zijn
laag-energetische baan te verwijderen (1313 kJ/mol). Er ontstaat een
positief ion.
○ Beperking Bohr:
■ Kan energieniveaus voor atomen met meer dan 1 elektron niet
bepalen.
■ Elektronen draaien niet in banen rond de kern.
→ Dit leidde tot de ontwikkeling van de kwantummechanica.
3
, 2. De Kwantummechanische Basis
Drie belangrijke principes vormen de basis van het huidige kwantummechanische
model:
1. Hypothese van de Broglie: Deeltjes (elektronen) gedragen zich ook als golven,
net zoals fotonen. (uitbreiding dualiteitsprincipe)
2. Schrödingervergelijking: Beschrijft de golffuncties van elektronen.
3. Onzekerheidsprincipe van Heisenberg: Het is onmogelijk om tegelijk de
positie en de impuls (snelheid en richting) van een deeltje exact te kennen.
Het Orbitaal: Gevolg van bovenstaande principes. Het is geen vaste baan, maar een
3D-waarschijnlijkheidsverdeling; de ruimte waarin de kans het grootst is dat je een
elektron aantreft.
3. De 4 Kwantumgetallen
Deze getallen bepalen de exacte energetische toestand van een elektron.
1. Hoofdkwantumgetal (n):
○ Bepaalt de energie / de schil (K, L, M...).
○ Formule: E = -R/n2
2. Nevenkwantumgetal (l):
○ Bepaalt de grootte & vorm van het orbitaal (s, p, d, f) en de draaiimpuls.
○ Formule: L = √ l ( l + 1) h
○ Vormen:
■ s-orbitaal: Sferisch, geen knoopvlak.
■ p-orbitaal: Haltervorm (axiaal symmetrisch), 1 knoopvlak.
■ d-orbitaal: Klavertje vier (axiaal symmetrisch), 2 knoopvlakken.
3. Magnetisch kwantumgetal (ml):
○ Bepaalt de oriëntatie (component van draaiimpuls in meetrichting).
○ Formule: Lz = ml . h
4. Spinkwantumgetal (ms):
○ Bepaalt de spin (rotatie om eigen as).
○ Formule: Sz = ms . h
4